Actueel

Tijdig gesprek over eventuele reanimatie met ouderen cruciaal

04-04-2013

Artsen en verpleegkundig specialisten moeten tijdig met kwetsbare ouderen praten over de medische zorg die past bij hun levensdoelen en gezondheidssituatie. Daarbij wordt besproken of reanimatie mogelijk en wenselijk is. Bij een hartstilstand is de patiënt immers bewusteloos en moeten zorgverleners snel weten of de patiënt wel of niet gereanimeerd gaat worden. Verenso, het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) hebben daarover een richtlijn en samenwerkingsafspraken ontwikkeld. Voor ouderen en hun naasten is hierover een voorlichtingstekst gemaakt, te vinden op Thuisarts.nl.

De richtlijn ‘Anticiperende besluitvorming over reanimatie bij kwetsbare ouderen’ maakt duidelijk dat kwetsbare ouderen - als zij verschillende aandoeningen tegelijk hebben - een kleine kans hebben op overleving na reanimatie. En als zij dit overleven, dan heeft ongeveer de helft ernstige blijvende schade.

Zorgvuldig realistisch gesprek nodig

Door het bespreken van de medische zorg rond het levenseinde, kan deze zorg beter op de wensen van de patiënt worden afgestemd. De richtlijn bepleit dat met kwetsbare oudere patiënten besproken wordt of reanimatie mogelijk en wenselijk is in hun (gezondheids-)situatie. Vaak hebben ouderen daarover al zelf nagedacht maar hebben zij dit, om allerlei redenen, nog niet besproken met hun arts. Als er nog geen gesprek heeft plaatsgevonden, wordt geprobeerd de patiënt bij een hartstilstand te reanimeren tenzij meteen duidelijk is dat dit geen kans meer biedt op overleving.

Wel of niet reanimeren

In het gesprek kan de oudere aangeven of hij wel of niet gereanimeerd wil worden. Daarbij is het belangrijk dat de arts of verpleegkundig specialist realistische informatie geeft over de kans op een succesvolle reanimatie, gebaseerd op de medische voorgeschiedenis en gezondheidssituatie van die oudere. Resultaat is een reanimatiebesluit dat wordt vastgelegd in het dossier en vermeld wordt bij verwijzing naar bijvoorbeeld het ziekenhuis. Aan te raden is dat een oudere en zijn arts of verpleegkundig specialist extra tijd reserveren voor dit gesprek of eventueel meerdere gesprekken voeren. Praten over reanimatie roept immers vaak emoties op. Het is zinvol om opnieuw een gesprek te voeren als de gezondheidssituatie van de patiënt sterk verandert. Een wel-reanimatiebesluit geldt voor ouderen die wel gereanimeerd willen worden én een redelijke kans hebben op overleving zonder schade. Dan wordt bij een hartstilstand reanimatie opgestart.
Als de oudere er zelf voor kiest om niet gereanimeerd te willen worden óf als de behandelaar verwacht dat reanimatie medisch zinloos is, wordt een niet-reanimatiebesluit genomen waarover andere zorgverleners geïnformeerd moeten worden. De arts neemt alleen een niet-reanimatiebesluit als hij verwacht dat er zeer weinig kans is dat iemand reanimatie overleeft en deze bij overleving een grote kans heeft op ernstige restklachten. Als de behandelaar verwacht dat reanimatie daarmee medisch zinloos is, bespreekt hij dat met de betreffende patiënt. Als er een niet-reanimatiebesluit is genomen, wordt verder alle medische zorg geboden die mogelijk, nodig en afgesproken is.

Nieuwe richtlijn

Verenso, NHG en V&VN hebben voor de nieuwe richtlijn de internationale wetenschappelijke literatuur over (besluitvorming over) reanimatie bij kwetsbare ouderen op een rij gezet. Deze is vertaald in voorlichting voor ouderen (zie Thuisarts.nl) en een richtlijn en samenwerkingsafspraken voor artsen en verpleegkundig specialisten (zie www.verenso.nl). Deze zijn op 4 april 2013 gepubliceerd op de websites van Verenso, NHG en V&VN.

Deel dit artikel