Kwaliteit en richtlijnen
PDF
Genereer PDF document
Context
tab1
tab2
tab3
Context

Verpleeghuiszorg

Professionals binnen het verpleeghuis bieden zorg aan kwetsbare ouderen en chronisch zieke patiënten met een complexe zorgvraag. Deze kwetsbare patiënten zijn extra vatbaar voor infecties, vanwege fysieke factoren zoals verminderde weerstand door ouderdom en de aanwezigheid van chronische aandoeningen. Daarnaast dragen omgevingsfactoren bij aan een relatief grote kans op verspreiding van micro-organismen, zoals een groot aantal (zorg)contactmomenten.1 Vanwege de grotere kans op infecties en daarmee mogelijk meer gebruik van antibiotica is in de verpleeghuissetting het risico op antibioticaresistentie groter. Hierdoor is de relevantie van infectiepreventie en het beperken van antibioticaresistentie in deze setting groot.

Op het gebied van infectiepreventie en antibioticaresistentie richt de specialist ouderengeneeskunde zich op het voorkomen van infectieziekten en BRMO-dragerschap (infectiepreventiebeleid), het behandelen van infectieziekten (antibioticabeleid) en het voorkomen van verdere verspreiding van infectieziekten/BRMO-dragerschap (uitbraakbeleid).

In een multidisciplinair zorg- en behandelteam is de specialist ouderengeneeskunde veelal de meest ter zake kundige op het gebied van infectiepreventie en antibioticaresistentie. Verder kan de specialist ouderengeneeskunde op deze thema’s verschillende rollen hebben, namelijk als behandelend arts, als afgevaardigde namens de vakgroep, als adviseur en als regisseur door te motiveren, te instrueren en te coachen.

De doelgroep van specialisten ouderengeneeskunde bestaat uit kwetsbare patiënten met een complexe zorgvraag. Naast vatbaarheid voor infecties kan ook het gedrag van bijvoorbeeld patiënten met dementie een complicerende factor zijn bij het nemen van infectiepreventiemaatregelen. Ook is het van belang om rekening te houden met de impact van maatregelen op de leefomgeving van (groepen) patiënten. Het is daarom van belang om de context mee te laten wegen bij het instellen van infectiepreventiemaatregelen en deze, waar dat nodig en mogelijk is, op maat te maken. Verder is het van belang dat patiënten (en/of hun wettelijk vertegenwoordiger) informatie en uitleg krijgen van de specialist ouderengeneeskunde bij (de keuze voor) het instellen van specifieke infectiepreventiemaatregelen en behandelkeuzes, zoals de keuze om wel of geen antibiotica voor te schrijven. Hierbij moet rekening gehouden worden met patiënten waarbij de communicatie moeilijk kan zijn, zoals bij patiënten met dementie of hersenbeschadiging.

Samenwerking

Samenwerking

De specialist ouderengeneeskunde opereert niet alleen en infectiepreventie en antibioticaresistentie beperkt zich niet tot het verpleeghuis, daarom is het belangrijk dat zowel intern als regionaal/lokaal samengewerkt wordt en kennis wordt gedeeld. Hieronder worden de verschillende professionals en gremia beschreven.

De samenwerking met de apotheker ligt vooral op het gebied van antibioticabeleid, specifiek het ontwikkelen van een lokaal antibioticaformularium. De apotheker heeft belangrijke farmaceutische (achtergrond)kennis en kan de specialist ouderengeneeskunde hierover adviseren alsmede ondersteuning bieden bij het toezien op de naleving van het antibioticabeleid door het leveren van antibiotica voorschrijfgegevens op het niveau van de vakgroep, locatie en/of de individuele arts.

De specialist ouderengeneeskunde en de arts-microbioloog werken samen op de drie thema’s, infectiepreventie-, uitbraak- en antibioticabeleid. De arts-microbioloog kan adviseren over algemene en specifieke infectiepreventiemaatregelen, het afnemen van kweken, antibioticabeleid (naar aanleiding van een kweekuitslag) en maatregelen bij (een verdenking op) een uitbraak. Ook werkt de specialist ouderengeneeskunde samen met de arts-microbioloog bij het op- en bijstellen van een lokaal antibioticaformularium, afgestemd op lokale resistentiepatronen.

Samenwerking met het bestuur is belangrijk omdat de verantwoordelijkheid voor infectiepreventie- en uitbraakbeleid primair bij het bestuur ligt en deze de uiteindelijke beslissingen neemt. De specialist ouderengeneeskunde adviseert het bestuur over wanneer welke specifieke of aanvullende infectiepreventiemaatregelen genomen moeten worden. Het bestuur draagt daarnaast zorg voor het faciliteren en ondersteunen van de benodigde randvoorwaarden en het aansturen en instrueren van facilitaire diensten. Het bestuur heeft de mogelijkheid zijn taken te delegeren naar het management. Daarom kan in deze handreiking ook management gelezen worden waar bestuur staat vermeld.

Rond de thema’s infectiepreventiebeleid en uitbraakbeleid is structurele nauwe samenwerking tussen de specialist ouderengeneeskunde en de deskundige infectiepreventie van belang. De deskundige infectiepreventie heeft meer inhoudelijke kennis over algemene en specifieke infectiepreventiemaatregelen en eigenschappen van specifieke micro-organismen en kan de specialist ouderengeneeskunde hierover adviseren.

De GGD-afdeling infectieziekten kan, middels een deskundige infectiepreventie en/of een arts infectieziektebestrijding, de specialist ouderengeneeskunde adviseren op het gebied van algemeen en specifiek infectiepreventiebeleid en uitbraakbeleid. Daarnaast moeten uitbraken van een infectieziekte met een meldingsplicht worden gemeld bij de GGD conform art. 22 en art. 26 van Wet publieke gezondheid.2

In de infectiepreventiecommissie wordt de vakgroep vertegenwoordigd door een afgevaardigde van de vakgroep. De afgevaardigde van de vakgroep werkt binnen de commissie samen met de andere leden ten behoeve van het opstellen en monitoren van adequaat infectiepreventiebeleid in de organisatie. Daarnaast heeft de infectiepreventiecommissie een adviserende rol richting het bestuur.

De samenwerking die de specialist ouderengeneeskunde heeft met paramedici is vergelijkbaar met de samenwerking met verzorgenden en verpleegkundigen. Richting paramedici heeft de specialist ouderengeneeskunde een belangrijke instruerende, motiverende en coachende rol. Omdat de paramedische behandeling van patiënten plaats vindt op basis van een verwijzing of consult is het belangrijk dat de paramedici door de specialist ouderengeneeskunde worden geïnformeerd over specifieke infectiepreventie- en uitbraakmaatregelen.

Een Regionaal Zorgnetwerk ABR is een samenwerkingsverband tussen verschillende zorginstellingen, organisaties en zorgprofessionals in een regio. In totaal zijn 10 Regionale Zorgnetwerken ABR gestart met als doel antibioticaresistentie te beperken en verspreiding te bestrijden op regionaal niveau. Het is van belang dat met de Regionale Zorgnetwerken wordt samengewerkt, omdat zij relevante informatie en adviezen kunnen geven vanuit de regio. Zo kunnen zij bijvoorbeeld voorzien in informatie bij regionale uitbraken, ontwikkelingen in resistentie en adviseren bij infectiepreventiemaatregelen en het uitvoeren van audits.

De afgevaardigde van de vakgroep die deelneemt in het uitbraakteam werkt samen met de andere uitbraakteamleden. Een uitbraakteam binnen een organisatie is latent aanwezig of wordt ad hoc samengesteld bij (een verdenking op) een uitbraak. In een uitbraakprotocol zijn de (procedure voor de) samenstelling en de verschillende verantwoordelijkheden en taken vastgelegd. Hoe deze verdeeld worden kan per organisatie verschillen.

Verpleegkundigen en verzorgenden hebben vaak en intensief lichamelijk contact met de patiënt. Daarmee zijn ze een belangrijke schakel in het voorkomen van (verspreiding van) infectieziekten. Het is daarbij van belang dat verpleegkundigen en verzorgenden de juiste algemene en specifieke infectiepreventiemaatregelen, in de juiste situaties en op de juiste manier toepassen. De specialist ouderengeneeskunde heeft hierin een belangrijke motiverende, instruerende en coachende rol. De verpleegkundigen en verzorgenden hebben daarnaast een belangrijke signalerende functie naar de specialist ouderengeneeskunde wanneer mogelijk sprake is van verspreiding van infectieziekten of BRMO (uitbraak).

Vrijwilligers en mantelzorgers zijn voor de bewoners erg belangrijk en het is van belang dat ook zij op de hoogte zijn van eventuele infectiepreventiemaatregelen en deze maatregelen goed uitvoeren. De specialist ouderengeneeskunde heeft een instruerende en motiverende rol naar de organisatie om hen hierbij te betrekken.

Verantwoording + referenties

Verantwoording

In de module verantwoording is de samenstelling van de projectgroep en de gevolgde werkwijze opgenomen.  

De verantwoording is voor elke  module gelijk en daarom verwijzen wij naar 'Verantwoording en methode'.

Dit voorkomt ook dat dezelfde informatie bij het maken van een pdf in elke module nodeloos terugkomt. 

1. Van Buul LW, van der Steen JT, Veenhuizen RB, et al. Antibiotic use and resistance in long term care facilities. J Am Med Dir Assoc 2012;13:568.e1e-568.e13.

2. Wet publieke gezondheid, wetsartikel 26.