Kwaliteit en richtlijnen
PDF
Genereer PDF document
Specifiek infectiepreventiebeleid
tab1
tab2
tab3
Verantwoordelijkheden en taken

Elke specialist ouderengeneeskunde

  • Voert nauwgezet de landelijke richtlijnen en de daarvan afgeleide organisatie-gebonden protocollen uit. Indien van toepassing kan hier gemotiveerd en gedocumenteerd van afgeweken worden.
  • Is op de hoogte van de BRMO-status van (nieuwe) patiënten[1], registreert deze status in het patiëntendossier.
  • Is verantwoordelijk voor het instellen van en adviseren van bestuur over specifieke infectiepreventiemaatregelen.
  • Is verantwoordelijk voor communicatie over specifieke infectiepreventiemaatregelen bij infectieziekten/BRMO-dragerschap bij de individuele patiënt.
  • Is, bij het overplaatsen van patiënten met een infectieziekte/BRMO-dragerschap, verantwoordelijk voor het tijdig informeren van de nieuwe behandelend arts over de aard van de infectieziekte/BRMO en de te nemen specifieke infectiepreventiemaatregelen (bij voorkeur via mondelinge overdracht).
  • Koppelt de onderbouwing van behandelkeuzes bij het al dan niet voorschrijven van specifieke infectiepreventiemaatregelen terug aan andere zorgprofessionals (waaronder verzorgenden en verpleegkundigen) door het delen van kennis en het geven van uitleg.

[1] Bij patiënten met een onbekende BRMO status wordt gescreend op verdenking. Bij BRMO-verdachte patiënten moet gericht onderzoek plaatsvinden (zie WIP-richtlijn BRMO [VWK], 2014).

Een afgevaardigde van de vakgroep

  • Is betrokken bij het opstellen van organisatie-gebonden protocollen voor de meest voorkomende verwekkers. De organisatie-gebonden protocollen dienen gebaseerd te zijn op landelijke infectiepreventierichtlijnen.
  • Draagt zorg voor het melden van infectieziekten met een meldingsplicht (categorie A, B1, B2 of C volgens art. 22 Wet publieke gezondheid) aan de GGD.

De vakgroep

  • Wijst het bestuur op randvoorwaarden waaraan niet wordt voldaan.1
  • Adviseert het bestuur over wat noodzakelijk is om te voldoen aan de wet- en regelgeving en de veldnormen op het gebied van specifieke infectiepreventiemaatregelen.
  • Is op de hoogte van ontwikkelingen binnen en stemt, waar nodig, af met het Regionaal Zorgnetwerk Antibioticaresistentie.
Achtergrond + randvoorwaarden

Wanneer sprake is van een infectieziekte of dragerschap met een BRMO bij een individuele patiënt zijn, naast de algemene infectiepreventiemaatregelen, specifieke infectiepreventiemaatregelen nodig. Het gaat hierbij om infectiepreventiemaatregelen die zijn afgestemd op de betreffende verwekker. Vastleggen van de verantwoordelijkheden en taken op het gebied van specifiek infectiepreventiebeleid zal bijdragen aan snel en adequaat handelen door alle betrokken disciplines wanneer dit nodig is. Op die manier kan verdere verspreiding van de specifieke verwekker zo goed mogelijk worden tegengegaan. Specifieke infectiepreventiemaatregelen worden toegepast bij individuele gevallen en tijdens een uitbraak (zie Uitbraakbeleid). In dit hoofdstuk gaat het om specifieke maatregelen bij individuele gevallen.

Randvoorwaarden

Het bestuur draagt zorg voor de volgende randvoorwaarden:

  • Vastgestelde organisatie-gebonden protocollen, afgeleid van landelijke richtlijnen, over de veel voorkomende verwekkers (zoals BRMO, MRSA, norovirus en influenza).
  • Een organisatie-gebonden procedure tot inventarisatie van aanwezigheid van BRMO bij opname (afgeleid van landelijke richtlijnen).
  • Structureel kan een beroep gedaan worden op een deskundige infectiepreventie en arts-microbioloog.
  • Ondersteunende diensten hebben voldoende kennis voor het uitvoeren van specifieke infectiepreventiemaatregelen.
  • Een veilig klimaat voor alle professionals om elkaar aan te spreken op naleving van de specifieke infectiepreventiemaatregelen.
  • Voldoende en adequate materialen zijn aanwezig om de, conform landelijke richtlijnen benodigde, diagnostiek en specifieke infectiepreventiemaatregelen uit te voeren.
  • Een goed functionerende infectiepreventiecommissie is aanwezig.
  • Voldoende tijd en bevoegdheden voor de specialist ouderengeneeskunde om de verantwoordelijkheden en taken uit te kunnen voeren.
Verantwoording + referenties

Verantwoording

In de module verantwoording is de samenstelling van de projectgroep en de gevolgde werkwijze opgenomen.  

De verantwoording is voor elke  module gelijk en daarom verwijzen wij naar 'Verantwoording en methode'.

Dit voorkomt ook dat dezelfde informatie bij het maken van een pdf in elke module nodeloos terugkomt. 

1. Professioneel statuut vakgroep specialisten ouderengeneeskunde, Verenso 2016