Kwaliteit en richtlijnen
PDF
Genereer PDF document
Uitbraakbeleid
tab1
tab2
tab3
Verantwoordelijkheden en taken

Elke specialist ouderengeneeskunde

Algemeen

  • Is verantwoordelijk voor het actueel houden van de eigen kennis over symptomen die kunnen wijzen op de meest voorkomende infectieziekten (zoals BRMO, MRSA, norovirus en influenza) die kunnen leiden tot een uitbraak, de definitie van een uitbraak van specifieke micro-organismen/infectieziekten, de verspreiding van die micro-organismen/infectieziekten en adequate uitbraakmaatregelen.
  • Voert bij (een verdenking op) een uitbraak nauwgezet de vastgestelde maatregelen uit ten aanzien van diagnostiek en de uitbraakmaatregelen en motiveert en instrueert, waar van toepassing, anderen om deze maatregelen goed uit te voeren.
  • Koppelt de onderbouwing van behandelkeuzes bij het al dan niet voorschrijven van uitbraakmaatregelen terug aan andere zorgprofessionals (waaronder verzorgenden en verpleegkundigen) door het delen van kennis en het geven van uitleg.

Verdenking uitbraak

  • Neemt de volgende stappen bij het signaleren van (een verdenking op) een uitbraak (zo nodig in overleg met een arts-microbioloog en/of deskundige infectiepreventie):
    • maakt een inschatting van de omvang en ernst van de uitbraak;
    • vraagt de diagnostiek aan die nodig is om zo snel mogelijk de diagnose te stellen (vaak na overleg met arts-microbioloog);
    • draagt zorg voor de juiste afname van (kweek)materiaal en opvang in de juiste transportmiddelen;
    • maakt de afweging of de verdenking op een uitbraak sterk genoeg is om alvast met uitbraakmaatregelen te starten;
    • informeert volgens uitbraakprotocol direct de daartoe vastgestelde functionaris (meestal de voorzitter van het uitbraakteam). Indien van toepassing wordt een uitbraakteam geactiveerd conform de procedure in het uitbraakprotocol;
    • informeert direct de vakgroep/waarneemgroep.

Tijdens een uitbraak

  • Draagt zorg voor het informeren van de patiënten die direct bij de uitbraak betrokken zijn.
  • Voert nauwgezet de vastgestelde maatregelen uit ten aanzien van vervolgdiagnostiek/registraties om een uitbraak te monitoren en motiveert en instrueert, waar van toepassing, anderen om deze maatregelen goed uit te voeren.

Een afgevaardigde van de vakgroep

Algemeen

  • Is betrokken bij de ontwikkeling en herziening van het uitbraakprotocol.
  • Maakt onderdeel uit van een uitbraakteam. In het geval dat de afgevaardigde ook behandelend arts is, is deze zich bewust van mogelijk verschil in belangen voor de patiënt en de instelling en overweegt of hij/zij hiermee om kan gaan, zo nodig wordt een andere afgevaardigde gekozen.
  • Is bij voorkeur niet de voorzitter van een uitbraakteam vanwege inhoudelijke deskundigheid en omdat een uitbraakteam in de hiërarchische lijn opereert. De voorzitter bij voorkeur een vertegenwoordiger van het bestuur met volledig mandaat vanuit de instelling zodat deze de noodzakelijke beslissingen kan nemen.

Tijdens een uitbraak

  • Adviseert het uitbraakteam over het beleid ten aanzien van diagnostiek, uitbraakmaatregelen, vervolgdiagnostiek/registraties om de uitbraak te monitoren, beëindiging van de uitbraakmaatregelen en evaluatie na de uitbraak. De specialist ouderengeneeskunde overlegt hierover zo nodig met de arts-microbioloog, deskundige infectiepreventie en/of GGD-arts infectieziekten.
  • Gaat na of het beleid voor de specifieke uitbraak en eventuele wijzigingen schriftelijk worden vastgelegd.
  • Meldt de uitbraak, namens het uitbraakteam, conform afspraak aan GGD of, indien deze melding niet door een specialist ouderengeneeskunde wordt gedaan, gaat na of de melding is gedaan.
  • Meldt de uitbraak van een BRMO bij het SO-ZI/AMR[1]. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding, van de NZa, van de kosten van de uitbraak moet deze gemeld worden bij het SO-ZI/AMR binnen de eerstvolgende maand na ontdekking van de uitbraak.

[1] Kijk op de website van SO-ZI/AMR (https://signalen.rivm.nl/so-zi-amr) voor de meldingsprocedures voor verschillende disciplines.

De vakgroep

Algemeen

  • Wijst het bestuur op randvoorwaarden waaraan niet wordt voldaan.1
  • Is medeverantwoordelijk voor het organiseren (bijvoorbeeld via de infectiepreventiecommissie) van scholing van personeel op het gebied van alertheid bij en herkenning van (een verdenking op) een uitbraak en het melden hiervan aan de specialist ouderengeneeskunde.
  • Maakt interne werkafspraken hoe binnen de vak/waarneemgroep te handelen en te communiceren bij de signalering van (een verdenking op) een uitbraak.
  • Zorgt dat tijdens (een verdenking op) een uitbraak een (goed geïnformeerde) specialist ouderengeneeskunde bereikbaar is voor een arts-microbioloog in verband met het bespreken van kweekuitslagen en de consequenties ervan.
  • Adviseert het bestuur over wat noodzakelijk is om te voldoen aan de wet- en regelgeving en de veldnormen op het gebied van (infectiepreventiemaatregelen bij) uitbraken.
  • Is op de hoogte van ontwikkelingen binnen en stemt, waar nodig, af met het Regionaal Zorgnetwerk Antibioticaresistentie.

Optionele taken voor de afgevaardigde van de vakgroep in het uitbraakteam zijn:

  • voorlichting geven over (de epidemiologie van) infectieziekten en de verspreiding ervan aan patiënten/zorgprofessionals/familieleden;
  • inhoudelijk advies geven ten bate van de interne en externe communicatie.
Achtergrond + randvoorwaarden

Bij (een verdenking op) een uitbraak is het van belang dat deze tijdig wordt herkend en dat zo snel mogelijk adequate uitbraakmaatregelen worden ingezet. Het gaat bij uitbraakmaatregelen om het intensiveren van algemene infectiepreventiemaatregelen en om specifieke infectiepreventiemaatregelen die liggen op patiëntniveau en op organisatorisch niveau. De specialist ouderengeneeskunde kan bij (een verdenking op) een uitbraak betrokken zijn als behandelend arts en/of als lid van het uitbraakteam. Het is van groot belang dat alle verantwoordelijkheden en taken rondom uitbraakbeleid voorafgaand aan een uitbraak instellingsbreed worden vastgelegd en dat deze conform afspraak worden uitgevoerd. Daarnaast moet tijdens een uitbraak adequaat worden samengewerkt en gecommuniceerd. Dit vraagt van (de vakgroep van) specialisten ouderengeneeskunde medisch leiderschap op individueel patiëntniveau maar zeker ook op vakgroep-, afdelings- en instellingsniveau. Omdat bij een uitbraak soms verregaande maatregelen nodig zijn (zoals sluiting van afdeling(en)) is de betrokkenheid van het bestuur van belang.

Randvoorwaarden

Het bestuur draagt zorg voor de volgende randvoorwaarden:

  • Er is minimaal ondersteuning van een arts-microbioloog, een deskundige infectiepreventie, een medewerker facilitaire dienst en een gemandateerd vertegenwoordiger van het bestuur. Dit kan bijvoorbeeld door deelname van deze functionarissen aan het uitbraakteam.
  • Voldoende middelen zijn aanwezig voor diagnostiek van infectieziekten en het bepalen van dragerschap van BRMO.
  • Een protocol met betrekking tot het beheersen van uitbraken/uitbraakmanagement. Het uitbraakprotocol kan een op zichzelf staand document zijn of de aspecten met betrekking tot uitbraakmanagement zijn verwerkt in uitbraakprotocollen voor specifieke micro-organismen.
    Het uitbraakprotocol bevat:
    • interne procedure voor het melden van signalering van (een verdenking op) een uitbraak bij een (dienstdoende) specialist ouderengeneeskunde;
    • een procedure voor het melden van een uitbraak van een infectieziekte met meldingsplicht aan de GGD. Dit gebeurt bij voorkeur door een specialist ouderengeneeskunde vanwege de inhoudelijke deskundigheid;
    • de samenstelling van een uitbraakteam (latent aanwezig of ad hoc samengesteld), inclusief rollen, verantwoordelijkheden en taken van de verschillende leden;
    • een procedure voor het samenstellen van een uitbraakteam;
    • een procedure voor het activeren van een uitbraakteam bij (een verdenking op) een uitbraak;
    • verantwoordelijkheden, taken en procedures omtrent (de coördinatie van) interne en externe communicatie. Interne communicatie is de verantwoordelijkheid van het uitbraakteam en externe communicatie is de verantwoordelijkheid van het bestuur. De specialist ouderengeneeskunde heeft bij voorkeur hoogstens een adviserende rol hierbij.
  • Personeel (op de afdelingen) is voldoende geschoold over de signalen waarbij zij alert moeten zijn op (een verdenking op) een uitbraak.
  • Personeel (op de afdelingen) meld (een verdenking op) een uitbraak altijd bij een (dienstdoende) specialist ouderengeneeskunde.
  • Voldoende tijd en bevoegdheden voor de specialist ouderengeneeskunde om de verantwoordelijkheden en taken uit te kunnen voeren.
Verantwoording + referenties

Verantwoording

In de module verantwoording is de samenstelling van de projectgroep en de gevolgde werkwijze opgenomen.  

De verantwoording is voor elke  module gelijk en daarom verwijzen wij naar 'Verantwoording en methode'.

Dit voorkomt ook dat dezelfde informatie bij het maken van een pdf in elke module nodeloos terugkomt. 

1. Professioneel statuut vakgroep specialisten ouderengeneeskunde, Verenso 2016