Kwaliteit en richtlijnen

Klik hier voor een overzicht van de aanbevelingen in PDF.

Klik hier voor het algoritme (PDF) voor verdenking UWI bij patiënten zonder katheter.

Klik hier voor het algoritme (PDF) voor verdenking UWI bij patiënten met katheter.

Kennislacunes op het gebied van diagnose, behandeling en preventie van urineweginfecties bij kwetsbare ouderen

In de ontwikkeling van de richtlijn Urineweginfecties bij kwetsbare ouderen heeft de werkgroep de volgende kennishiaten/kennislacunes/onderzoeksvragen geïdentificeerd waarvoor meer onderzoek gewenst is, nl:

  1. Welke symptomen en klinische verschijnselen duiden op een urineweginfectie bij kwetsbare ouderen (en welke waarschijnlijk niet).
  2. Bij welke symptomen/klinische verschijnselen van een urineweginfectie bij kwetsbare ouderen is een antibioticabehandeling benodigd en wanneer kan men afwachtend beleid voeren?
  3. Wat zijn de gunstige (effectiviteit op klinische uitkomstmaten: QOL, resolutie van klachten/klinische symptomen, recidief) en ongunstige (bijwerkingen) effecten van antibiotica ten opzichte van afwachtend beleid (afwachten, monitoring, uitgestelde behandeling, drinkadvies en analgetica zoals NSAID) in de behandeling van urineweginfecties bij kwetsbare ouderen?
  4. Zijn er maatregelen anders dan antibiotica (bijvoorbeeld meer drinken en urineren) van invloed het verloop van urineweginfecties bij kwetsbare ouderen?
  5. Zijn andere vormen van urine-afname mogelijk en van diagnostische waarde voor urineonderzoek (dipsticktest en urinekweek) bij patiënten waarbij geen afname van een midstream urinemonster mogelijk (i.v.m. incontinentie)?
  6. Welke antibiotica zijn het best geschikt (gunstige én ongunstige effecten, zoals QOL, resolutie van klachten/klinische symptomen, recidief en bijwerkingen) voor empirische therapie van urineweginfecties bij kwetsbare ouderen.
  7. Wat is de optimale duur (3, 5, 7, 10 of 14 dgn.) en dosering van antibioticabehandeling voor urineweginfecties bij kwetsbare ouderen op klinische uitkomstmaten: QOL, resolutie van klachten/klinische symptomen, recidief, bijwerkingen.
  8. Wat is de aangewezen diagnostische benadering van urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter? Bijvoorbeeld: Welke symptomen en klinische verschijnselen wijzen op een urineweginfectie bij patiënten met een blaaskatheter?’’
  9. Zijn er verschillen in diagnostiek en/of behandeling van urineweginfecties tussen patiënten met kort-/langdurig/intermitterend kathetergebruik?
  10. Hoe dienen urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter behandeld te worden (positie van antibiotica, welke antibiotica zijn best geschikt als eerstekeuzemiddel, wat is de optimale duur van antibioticabehandeling)?
  11. Welke (primaire) preventieve maatregelen (verhoging vochtinname, toiletbeleid in zorginstelling, vermijden katheterisatie/ verwijderen katheter, vitamine C, behandeling van verzakking, lactobacillen, lokale hormonale behandeling en onderhoudsbehandeling antibiotica) zijn zinvol gezien de gunstige (incidentie urineweginfecties [re-infectie/relapse]) en ongunstige (bijwerkingen) effecten in het voorkomen van (recidiverende) urineweginfecties bij kwetsbare ouderen?

nog niet beschikbaar

nog niet beschikbaar

nog niet beschikbaar

nog niet beschikbaar

nog niet beschikbaar