26 januari 2017

Zorg voor gelijkwaardige rechtsbescherming voor patiënten in GGZ, PG en VG

Patiënten in verpleeghuizen en instellingen voor verstandelijk gehandicapten hebben net zoveel recht op een Bopz-arts als in de GGZ: Veranker de Bopz-arts-functie in de wet Zorg en Dwang (WZD) nu het nog kan.

De Bopz-arts fungeert sinds jaar en dag als geneesheer-directeur in de verpleeghuizen en verstandelijk gehandicaptensector. Specialisten ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicapten vervullen deze functie wat in de praktijk betekent dat zij de spilfunctie vervullen rondom het beleid van vrijheidsbeperking.

Binnen de organisatie houden zij toezicht op het verantwoord toepassen van vrijheidsbeperking en de afbouw daarvan. Dit systeem werkt naar behoren en tevredenheid. Veldpartijen Verenso en NVAVG, maar ook de commissie Thematische wetsevaluatie Gedwongen zorg en de Raad van State pleiten allemaal vóór het behoud van de Bopz-arts functie in de WZD.

Ondeugdelijke en onjuiste argumenten om Bopz-arts uit WZD te laten, zijn:

Argument 1
De sectoren PG en VG zijn anders en kennen een andere organisatie en cliëntproblematiek. Voor de vraag of patiënten een gelijkwaardige rechtsbescherming moeten ontvangen, is het ‘anders zijn’ van de patiëntdoelgroep simpelweg niet relevant. De rechtsbescherming waarop zij recht hebben, zou gelijkwaardig moeten zijn. Bovendien zijn de cliënten ook kwetsbaar, soms zelfs nog meer en is er toenemende overlap met de GGz.

Argument 2
Er is een tekort aan specialisten ouderengeneeskunde die de functie van Bopz-arts kan vervullen. Dit is aantoonbaar onjuist. Hoewel er in bepaalde regio’s in het land een tekort aan specialisten ouderengeneeskunde bestaat, is de functie van Bopz-arts nu juist in de meeste instellingen al door specialisten ouderengeneeskunde ingevuld. De Bopz-artsen zijn er dus al en hoeven dus niet opnieuw te worden opgeleid of geworven te worden.

Argumenten om de Bopz-arts in de WZD op te nemen:
  • De geneesheer-directeurfunctie/ Bopz-arts in verpleeghuizen en AVG sector is opgenomen in de huidige wet Bopz. Weglaten uit de opvolger van de wet Bopz, de wet Zorg en Dwang betekent dus een verslechtering van de rechtspositie op dit punt.
  • De Bopz-arts past prima in het systeem van de wet Zorg en Dwang, naast het stappenplan en de zorgverantwoordelijke. Net als in de wet Verplichte GGZ kan en moet de Bopz-arts het toezicht vervullen op de toegepaste vrijheidsbeperking én op het functioneren van de zorgverantwoordelijke.
  • Volgens het door Nederland geratificeerde VN verdrag voor mensen met een beperking moet er een gelijkwaardige rechtsbescherming zijn tussen de verschillende sectoren van de gezondheidszorg.
  • De Bopz-arts in de PG en VG is al helemaal geïntegreerd en geprofessionaliseerd. Beroepsverenigingen hebben een model taakbeschrijving en zorgaanbieders wijzen op basis hiervan Bopz-artsen binnen hun organisatie aan. Verdwijnen van deze Bopz-arts in de PG en VG zou een gigantisch verlies aan kennis en rechtsbescherming betekenen.

Voor een meer uitgebreide toelichting zie het artikel: ‘In Wet zorg en dwang geen plaats voor Bopz-arts – Een onverstandige keuze’ (Nederlands Juristenblad – 28-10-2016 – AfL. 37).

Klik hier voor het document 'Bopz-arts in WZD-Pleidooi-Samengevat'.

Naar nieuwsoverzicht