6 mei 2020

Standpunt Verenso PBM

Verenso krijgt signalen over verschil in gebruik van mondmaskers door zorgprofessionals in verpleeghuizen. Neusmondmaskers worden, naast het gebruik zoals in ons behandeladvies beschreven, steeds vaker ingezet om mogelijke verspreiding van het virus tussen zorgmedewerkers onderling en tussen zorgmedewerkers en bewoners te voorkomen op locaties waar nog geen COVID-19 is vastgesteld. Het zogenaamde preventief gebruik.

De discussie hierover is actueel in het licht van het versoepelen van de bezoekregeling en van algemene lock-down maatregelen waardoor de kans op introductie van COVID-19 toeneemt.

Wetenschap

Er is op dit moment geen sluitend wetenschappelijk bewijs over nut en noodzaak van preventief gebruik van neusmondmaskers. Wel zijn er aanwijzingen dat COVID-19 een pre- en/of asymptomatische fase heeft (gelijk aan influenza) waar transmissie mogelijk is en dat er mogelijk onderreportage is (geweest) van mensen met subklinische symptomen.  

Daarnaast lijkt het aannemelijk dat triage op klachten door de specifieke doelgroep (gerontopsychiatrie en psychogeriatrie) onvoldoende mogelijk is en huidige richtlijnen niet altijd kunnen worden opgevolgd. Tevens zijn er in de verpleeghuissetting regelmatig contacten in een veelal huiselijke setting. Ook is in met name oudere gebouwen de 1,5 meter, als algemene maatregel bij het voorkomen van besmetting, bijna niet te handhaven. Beiden maken dat transmissie tussen bewoners onderling en van bewoners naar zorgmedewerkers waarschijnlijk minder goed tegengegaan kan worden binnen de verpleeghuissetting dan in een thuissituatie of ziekenhuissetting. Het onderzoek hiernaar is lopende.

Contactonderzoek

Het contactonderzoek in verband met (mogelijk) onbeschermd contact dat volgt na vaststelling van een bevestigde COVID-19 patiënt of medewerker moet vaststellen hoe groot de mogelijke verspreiding is onder patiënten en medewerkers, waarop er quarantaine maatregelen genomen worden en in geval van klachten laagdrempelig kan worden getest. In die periode van quarantaine wordt sowieso geadviseerd om een chirurgisch neus mondmasker te dragen. Daarnaast wordt iedere medewerker die onbeschermd contact heeft gehad met de (mogelijke) COVID-19 patiënt geadviseerd tot het dragen van een neusmondmasker en handschoenen in geval ze op een ‘schone’ afdeling/woongroep komen te werken. Deze maatregelen worden geadviseerd als voorzorgprincipe om eventuele a-presymptomatische of subklinische transmissie naar patiënten of andere zorgmedewerkers te voorkomen.

Preventief dragen

Het preventief dragen van chirurgische neusmondmaskers door alle medewerkers in verpleeghuizen, of bij bijvoorbeeld de wilsonbekwame kwetsbare doelgroep, is alleen zinvol indien er sprake is van overdracht van het SARS-CoV-2 virus voordat er sprake is van klachten. Op dit ogenblik zijn hiervoor onvoldoende aanwijzingen, zie ook de Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 (FMS, 29-4-2020). Anderzijds kan vanuit het voorzorgsbeginsel bepleit worden om juist wel te adviseren voor het preventief gebruik van chirurgische neusmondmaskers bij de beschreven wilsonbekwame kwetsbare doelgroep in verpleeghuissetting. Wetende dat onderzoek wellicht zal bijdragen aan voortschrijdend inzicht en wetenschappelijke onderbouwing over de transmissie van COVID-19 in de verpleeghuissetting en het daar werkende zorgpersoneel, willen we opnieuw benadrukken dat er onverminderd aandacht moet zijn voor het zorgen voor voldoende beschermende materialen, onderzoek naar alternatieven en de mogelijkheden voor optimaliseren van het hergebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen in de verpleeghuizen te stimuleren.

Advies Verenso m.b.t. PBM

1.      vroegsignalering:

  • een adequaat screeningproces van patiënten, medewerkers en indien van toepassing bezoekers;
  • laagdrempelig testen van patiënten en medewerkers en het hoogdrempelig inzetten van medewerkers met klachten tot aan de test.

2.      aandacht voor juist gebruik van PBM.

3.      gepast gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen te weten bij:

  • patiënten met (verdenking op) COVID-19;
  • patiënten in quarantaine (met een verruimde interpretatie) en medewerkers die hebben blootgestaan aan onbeschermd contact;
  • risicovolle handelingen bij non-COVID-19 patiënten: diagnostische of therapeutische handelingen waarbij de zorgverlener met hoge frequentie, over langere tijd (per patiënt langer dan 3 minuten), zeer dicht (<30 cm) bij het gelaat van de patiënt komt. In het bijzonder als bovendien de kans bestaat op contact met slijmvliezen in het mond-, neus-, keelgebied of waarbij handelingen hoesten of niezen mogelijk uitlokken (bron Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 (FMS, 29-04-2020). De tabel met de betreffende behandelingen volgt. ;
  • indien de bezoekregeling wordt verruimd: minimaal bezoekers van niet-instrueerbare patiënten;
  • op basis van professioneel inzicht en beredeneerd afwijken mag, maar terughoudend is gewenst en onderling toetsen van belang;
  • overige situaties waarbij een (tijdelijke) verruiming van het PBM gebruik nodig kan zijn, bijvoorbeeld bij het verruimen van de bezoekregeling, mede afhankelijk van de lokale situatie in een zorginstelling en de regionale prevalentie van COVID-19. Beslissing door uitbraak/crisisteam.
Tenslotte: behandeladvies

Een groot deel van dit beleid is reeds opgenomen in het Verenso/NVAVG Behandeladvies Acute fase en nazorg, Medisch opnamebeleid en Medisch handelen bij bezoek in verpleeghuizen ten tijde van COVID-19. Waar van toepassing zullen deze documenten worden aangepast op bovenstaande adviezen.

Meer informatie: Else Poot

 

 

Naar nieuwsoverzicht