Accreditatieregelgeving

In verband met herregistratie wordt over deskundigheidsbevordering in het Kaderbesluit gesteld: 'de arts heeft in voldoende mate deelgenomen aan geaccrediteerde deskundigheidsbevorderende activiteiten op het terrein van het betreffende specialisme' (zie ook de accreditatieregelgeving ABC1).

Onder deskundigheidsbevordering wordt verstaan: het onderhouden en verwerven van kennis en nieuwe ontwikkelingen in de geneeskunde, van ontwikkelingen op het eigen vakgebied van de specialist ouderengeneeskunde. Tevens is deskundigheidsbevordering gericht op het verkrijgen van vaardigheden en het bevorderen dan wel aanleren van attitudes op dat vakgebied. Bij nascholing wordt er van uitgegaan, dat de specialist ouderengeneeskunde voldoet aan de standaarden zoals opgesteld door de eigen beroepsgroep, zoals beschreven in de recent ontwikkelde competentieprofielen. Continue medische (na) scholing is onlosmakelijk verbonden met de competente medicus.

De arts moet gemiddeld 40 uur per jaar aan geaccrediteerde deskundigheidsbevordering deelnemen. Bij het volgen van deskundigheidsbevordering waaraan accreditatie is toegekend, ontvangt de aanvrager een certificaat waarop de verkregen accreditatiepunten zijn vermeld. Deze certificaten moet hij overleggen bij zijn verzoek om hernieuwde inschrijving in het register van specialisten ouderengeneeskunde.

Het is de verantwoordelijkheid van de individuele arts om in het kader van de wettelijke herregistratie voor zichzelf een evenwichtig nascholingspakket samen te stellen. Het Accreditatieorgaan helpt daarbij door voor alle aspecten van het takenpakket deskundigheidsbevordering te accrediteren.

Meer informatie: Corinne de Ruiter