Professioneel statuut

Het Professioneel statuut is een model, dat dient als hulpmiddel bij het eenduidig beschrijven van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen raden van bestuur van zorgorganisaties enerzijds en de vakgroep van specialisten ouderengeneeskunde anderzijds. Het model beschrijft de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden van zowel de vakgroep als het bestuur en geeft ook aan waar nadere uitwerking door de organisatie of vakgroep noodzakelijk is. Het Professioneel statuut kan beschouwd worden als groeidocument, in die zin dat nadere uitwerking en uitvoeringsregels, protocollen of reglementen hieraan kunnen worden toegevoegd. Aangezien het Professioneel statuut een model is, biedt het ook ruimte voor zorgorganisaties om hieraan een eigen, op de organisatie gerichte invulling te geven en een nadere uitwerking mogelijk te maken.

Met enige regelmaat stellen leden vragen over verantwoordelijkheden van de vakgroep of behandeldienst van specialisten ouderengeneeskunde binnen de zorgorganisatie. De vragen gaan dan onder meer over het professioneel statuut van Verenso en de wijze waarop dit gebruikt kan worden binnen de organisatie. Hieronder vindt u de antwoorden op de meest gestelde vragen rond dit thema.

Het professioneel statuut is een model. Dit model professioneel statuut en de daarbij behorende leeswijzer kunt u hieronder raadplegen.

Als u dit model overneemt of op een aantal punten aanpast of aanvult, heeft u een professioneel statuut dat voor uw organisatie kan gaan gelden. De afspraken die daarin opgenomen worden zijn bindend: het professioneel statuut is in die zin vergelijkbaar met een overeenkomst. In dit geval een overeenkomst tussen de vakgroep enerzijds en de raad van bestuur van de zorgorganisatie anderzijds.

Het stuk dient ondertekend te worden door enerzijds een vertegenwoordiger van de raad van bestuur van de organisatie en anderzijds een vertegenwoordiger van de vakgroep, dit kan bijvoorbeeld de voorzitter of hoofd van de vakgroep zijn. Het is daarmee dus niet noodzakelijk dat alle leden van de vakgroep ondertekenen.

Hierover is geen specifieke bepaling opgenomen. Het is niet noodzakelijkerwijs zo dat alle leden van de medische vakgroep het ermee eens hoeven te zijn. Ook wanneer een lid van de vakgroep niet akkoord is, zou het statuut derhalve doorgang kunnen vinden: het statuut wordt overeengekomen tussen de vertegenwoordigers/het bestuur van de vakgroep aan de ene kant en de raad van bestuur van de organisatie aan de andere kant. Uiteraard is het zaak om zoveel mogelijk te streven naar consensus en unanimiteit binnen de vakgroep. Leden van de vakgroep zullen het ook doorgaans unaniem eens zijn met het sluiten van een professioneel statuut daar waar er voorheen nog helemaal geen professioneel statuut bestond. Uiteraard kan er verschil van mening zijn over formuleringen en wat wel en niet zou moeten worden opgenomen, maar de kern van het professioneel statuut bestaat eruit dat de raad van bestuur op structurele basis moet overleggen met de vakgroep, de vakgroep moet betrekken en adviseren over belangrijke beleidsbepalende en randvoorwaardelijke zaken. Dit is uiteraard van belang voor de positie van de vakgroep en de individuele leden daarvan.

Deze vraag is niet eenduidig te beantwoorden omdat er meerdere mogelijkheden zijn. Het model professioneel statuut zoals dit door Verenso ontwikkeld is, gaat uit van een professioneel statuut dat wordt gesloten tussen de vakgroep van specialisten ouderengeneeskunde en de raad van bestuur.

Over het algemeen raden wij af om de medische vakgroep binnen het verpleeghuis te laten bestaan uit andere disciplines dan de binnen de organisatie werkzame specialisten ouderengeneeskunde. Met name om verwarring en onduidelijkheid in verantwoordelijkheden te voorkomen. Vanzelfsprekend is het wel van groot belang om met andere disciplines waaronder verpleegkundig specialisten en basisartsen  duidelijke samenwerkingsafspraken/ werkafspraken en taakverdelingen te maken.

De kern van de vakgroep dient in onze ogen echter te blijven bestaan uit de hoofdbehandelaars, de specialisten ouderengeneeskunde. Indien u echter heeft gekozen voor een professioneel statuut bij een breder samengestelde vakgroep die niet alleen uit specialisten ouderengeneeskunde bestaat, is het essentieel dat u de onderlinge verantwoordelijkheden daarin duidelijk vastlegt en ook helder opneemt dat de specialisten ouderengeneeskunde als hoofdbehandelaar gelden. Overigens kunt u een meer uitgebreide taak- en verantwoordelijkheidsverdeling binnen de vakgroep ook opnemen in een reglement van de vakgroep. Een model voor een dergelijk reglement is te vinden op de website van Verenso.

De bijlagen waar in het model professioneel statuut naar verwezen wordt, zijn voor een groot deel documenten of procedures die de organisatie zelf zal moeten ontwikkelen, als dat althans nog niet gedaan is. Het model reglement voor de vakgroep heeft als doel de onderlinge taak- en verantwoordelijkheidsverdeling binnen de vakgroep te regelen en vast te leggen. 

De termen ‘hoofd vakgroep’/ ‘voorzitter vakgroep’/ ‘medisch eindverantwoordelijke’/ ‘eerste geneeskundige’ en nog anderen worden nog wel eens -zelfs veelvuldig- door elkaar gebruikt. Het is niet zo dat een van de termen een bepaalde wettelijke status of bescherming heeft: met uitzondering van ‘geneesheer-directeur’ of Bopz-arts, de term die gehanteerd wordt in de wet Bopz. De term eerste geneeskundige wordt doorgaans gehanteerd voor de functionaris die binnen de organisatie leiding geeft aan althans als eerste aanspreekpunt verantwoordelijk is voor de algemene gang van zaken op medisch gebied. Hoewel het uiteraard de voorkeur verdient om te werken met eenduidige termen, bijvoorbeeld hoofd vakgroep en eerste geneeskundige, gaat het er echter om hoe de taken en verantwoordelijkheden van deze functionaris omschreven worden. De verantwoordelijkheden van de eerste geneeskunde heeft Verenso opgenomen in het model Verantwoordelijkheden eerste geneeskundige.