Richtlijnen en praktijkvoering

Procedure (vermoedens van) disfunctioneren individuele specialist ouderengeneeskunde

Bij een vermoeden van disfunctioneren moet een zorgvuldige procedure gehanteerd worden. Dit document bevat een modelprocedure bij (vermoeden van) disfunctioneren in de werkomgeving van de specialist ouderengeneeskunde en een procedure die Verenso hanteert bij vermoedens van disfunctioneren tijdens het uitvoeren van Verenso activiteiten in het kader van het stimuleren van de kwaliteit van het professionele handelen van specialisten ouderengeneeskunde (verder de Verenso procedure).

Deze procedure bestaat uit twee delen. Het eerste deel is bedoeld als voorbeeld voor specialisten ouderengeneeskunde wiens werkomgeving (nog) niet beschikt over een procedure bij (vermoeden van) disfunctioneren van een specialist ouderengeneeskunde. Dit deel schetst in algemene zin hoe om te gaan met een situatie waarin sprake lijkt van disfunctioneren van een specialist ouderengeneeskunde en kan worden aangepast op de eigen werksituatie.

Het tweede deel geeft betrokkenen van Verenso activiteiten, zoals visitatie, handvatten om bij vermoedens van disfunctioneren van een specialist ouderengeneeskunde dit bespreekbaar te maken en de benodigde acties stap voor stap te nemen.

 Zie ook: Optimaal functioneren van artsen, KNMG 2016.