Richtlijnen en praktijkvoering

Schouwen

Wij ontvangen met regelmaat vragen over onderwerpen die te maken hebben met schouwen. In het kader van kennisdelen publiceren wij hier deze vragen en antwoorden zodat een ieder hiervan kennis kan nemen. 

1. Tijdstip van schouwen?

Allereerst houdt de hoofdregel 'zo spoedig mogelijk' schouwen na overlijden in, dat binnen drie uur daarna de overledene door de arts geschouwd wordt. Indien er echter sprake is van een verwacht overlijden van patiënten in verpleeg- of verzorgingshuizen en dit overlijden plaatsvindt tussen 23.00 uur en 07.00 uur, dan mag de dienstdoend arts wachten met schouwen tot de volgende ochtend en vindt de schouw uiterlijk om 08.00 uur plaats.

Na intensief overleg enkele jaren geleden met de inspectie en na een uitgebreid intern overleg binnen de inspectie (IGZ), had de IGZ zich al achter het standpunt van Verenso geschaard, dat schouwen bij een verwacht overlijden ook de volgende ochtend na een melding mag geschieden. Dit is in overeenstemming met de praktijk in de meeste verpleeghuizen.

Deze uitleg van Verenso en de IGZ over het tijdstip van schouwen in geval van een verwacht overlijden is opgenomen in zowel de richtlijn Lijkschouw voor behandelend artsen - Werkwijze en samenwerking met gemeentelijk lijkschouwers en politie als de Handreiking (niet-)natuurlijke dood.

Als er vooraf al duidelijk is of als het vermoeden bestaat dat het om een niet-natuurlijke dood gaat, gelden de bovenstaande termijnen niet. In dat geval moet zo spoedig mogelijk de gemeentelijke lijkschouwer gewaarschuwd worden en hoeft de behandelend of dienstdoende arts niet een schouw uit te voeren.

2. Wat mag er aan verzorgende handelingen gedaan worden?

De regel is dat aan het lichaam en de omgeving na het overlijden zo min mogelijk veranderd dient te worden. Het doel hierbij is om geen sporen of andere tekenen die relevant zijn voor de schouw te 'vernietigen' of te veranderen. In het algemeen mag het lichaam niet gekoeld, verplaatst of afgelegd worden totdat de schouw heeft plaatsgevonden.

Bij een verwacht overlijden (en geen aanwijzingen voor een nnd) in een verpleeghuis mag tot de schouw niet afgelegd worden, maar kunnen wel verzorgende handelingen worden verricht, zoals het wegvegen van slijm of braaksel, het naar een andere ruimte brengen of starten met koelen, indien het moment van overlijden bekend is.

De verrichte verzorgende handelingen worden door de verzorgende in het dossier genoteerd en gemeld aan de arts die de schouw verricht.

Bij een (vermoedelijk) niet natuurlijke dood (nnd) kan in overleg met de gemeentelijk lijkschouwer/forensisch arts worden afgeweken van bovenstaande regel, bijvoorbeeld als tussen de 'oorzaak' van de nnd en het daadwerkelijk overlijden ruime tijd (bijvoorbeeld enkele weken) zit. Verzorgende handelingen, zoals het wegvegen van slijm of braaksel, het naar een andere ruimte brengen zal dan geen sporen wissen en de schouw niet beïnvloeden.

De afspraak die die je (als arts) met de gemeentelijk lijkschouwer c.q. forensisch arts maakt ten aanzien van handelingen die verricht mogen worden, noteer je in het dossier. Bij de komst van de gemeentelijk lijkschouwer/forensisch arts wordt door de verzorging aan de gemeentelijk lijkschouwer/forensisch arts doorgegeven welke zorghandelingen daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

De schouw wordt verder uitgevoerd op basis van de richtlijn ‘Lijkschouw voor behandelend artsen’.