App Icoon

Klaar, naar Verenso tijdschrift

ELV: (bijna) iedereen krijgt er mee te maken!

Heleen Driever, Paulien Maat, Olav Schuth, Eva van Tol, Ellen Vreeburg

De abstractcommissie heeft op verzoek van de congrescommissie 6 abstracts geselecteerd die tijdens het Verenso najaarscongres 'Oud en benauwd' op 29 november 2018 middels een flitspresentatie gepresenteerd worden. Onderstaande abstract is daar een van.

Doel

Patiëntenpopulatie van eerstelijnsverblijf (ELV) laag- en hoogcomplex in kaart brengen na overheveling naar de Zorgverzekeringswet in januari 2017.

Opzet

Observationeel prospectief cohort onderzoek.

Methode

Van 1 april 2017 tot 1 juli 2017 werden alle patiënten geïncludeerd die werden opgenomen op ELV laag- en hoogcomplex in drie verschillende regio’s: Almere, gedeelte van Amsterdam en een gedeelte van het Gooi. Er waren geen exclusiecriteria. Er werden gegevens verzameld zowel vooraf als tijdens de opname tot ontslag of overlijden. Gegevens werden verkregen vanuit dossiers en anoniem gemaakt.

Resultaten

132 Patiënten werden geïncludeerd met een gemiddelde leeftijd van 81,6 jaar (SD 9,6 jaar) waarvan 73% vrouw. Van 125 patiënten was het mogelijk om het aantal medicijnen in te zien, hiervan was er bij 76% sprake van polyfarmacie (gebruik van vijf of meer verschillende medicijnen). De groepen waren per regio vergelijkbaar. De enige significant verschillende variabele was de verhouding laag- en hoogcomplex. De meest voorkomende reden van opname was een zorgprobleem, gevolgd door trauma. Er was een grote spreiding in de opnameduur. De gemiddelde opnameduur was 39 dagen met een standaarddeviatie van 30,5 dagen en een mediaan van 34 dagen. Tijdens de opname op ELV zijn acht patiënten overleden. In Amsterdam werd meer paramedische zorg ingezet dan in de andere regio’s (p = 0,04). Fysiotherapie werd in alle regio’s het vaakst ingezet, gevolgd door ergotherapie. Bij alle laag-complexe ELV opnames viel op dat er twee of meer paramedici ingezet werden. Van alle opgenomen patiënten keer 54% terug naar huis en werd 34% opgenomen via de Wet langdurige zorg (Wlz). Het resterende percentage werd onder andere opgenomen in het ziekenhuis of switchte naar de geriatrische revalidatie zorg (GRZ). Zowel in ontslag naar huis als naar de Wlz waren de regio’s onderling significant verschillend. In de regio Gooi gingen de meeste patiënten terug naar huis: 67%, versus 39% in Almere en 51% in Amsterdam.

Conclusie/discussie

Met dit onderzoek is een start gemaakt met het in kaart brengen van de patiënten van ELV. Ondanks dat terugkeer naar huis een voorwaarde is voor opname op ELV, gaat slechts een kleine meerderheid naar huis. Een goede triage aan de poort kan er waarschijnlijk voor zorgen dat het percentage patiënten dat naar huis gaat stijgt. Meer onderzoek naar factoren die vooraf terugkeer naar huis kunnen voorspellen, kan bijdragen aan verdere verbetering van ELV.

Auteur(s)

  • Msc Heleen Driever, aios ouderengeneeskunde, Gerion 
  • Msc Paulien Maat, aios ouderengeneeskunde, Gerion 
  • Drs. Olav Schuth, aios ouderengeneeskunde, Gerion 
  • Msc Eva van Tol, aios ouderengeneeskunde, Gerion 
  • Dr. Ellen Vreeburg, specialist ouderengeneeskunde en kaderarts geriatrische revalidatie bij Vivium Zorggroep en stafdocent Gerion Amsterdam UMC
Reacties