App Icoon

Klaar, naar Verenso tijdschrift

Woord voorzitter

Hoe overleef ik… de populariteit van het specialisme ouderengeneeskunde

Nienke Nieuwenhuizen

NNieuwenhuizen_TvO2018.jpg

De toekomst is nu. De tijd dat we het hadden over de nog komende grijze golf had al lang voorbij moeten zijn. We zitten er middenin. Om ons heen gaan, zoals verwacht, veel collega’s met pensioen. En dat we meer dan genoeg werk hebben is allang geen nieuws meer. Iedereen weet nu van ons bestaan en de verwachtingen zijn hooggespannen. Soms iets te hoog. 
De specialist ouderengeneeskunde lijkt eenzelfde panacee te worden als de wijkverpleegkundige. Maar de bottom-line is; ons specialisme is populair! Wie had dat gedacht…(wij zelf natuurlijk!).

Soms kan die populariteit even wennen zijn. Ik hoor veel collega’s zuchten onder de toenemende belangstelling, verwachtingen en eisen. Hoe gaan we dat toch doen? En hoe houden we het ook nog een beetje leuk voor onszelf? Daarom een rijtje met tips.

1. Schaarste is een gegeven, maar niet alleen voor ons

In veel beleidstukken, tijdens gesprekken met bestuurders en regiobijeenkomsten krijgen we steeds vaker te horen dat we dan misschien wel nodig zijn, maar dat we met te weinig zijn om het waar te maken. Laten we ons die woorden niet al teveel aantrekken en al helemaal niet naar ons toe trekken. Schaarste is zeker iets waar we rekening mee moeten houden, maar schaarste bestaat bij vele beroepsgroepen. Ook huisartsen, verpleegkundig specialisten, psychologen, verpleegkundigen en verzorgenden zijn schaars. Sterker nog, de toekomst voorspelt niets dan schaarste op het personele vlak, van leerkracht tot timmerman. Dus ja, we moeten ermee leren omgaan en we moeten het meer zien als een gegeven voor alle beroepsgroepen en dus ook voor die van ons. Kijk naar taakdelegatie, naar secretariële ondersteuning en onderzoek alternatieve manieren van werken. Op schaarste kun je wel sturen, maar hou ook vooral de kwaliteit in de gaten. Schaarste is in principe geen reden om in te boeten op kwaliteit. En schaarste is niet alleen ons probleem. Net als dat de toenemende vraag naar onze kennis niet alleen ons probleem is. Al veel langer had in de opleiding ‘onze’ manier van werken een prominente plek moeten krijgen. Al veel eerder had gestuurd moeten worden richting netwerkgeneeskunde. En die verzorgingshuizen hadden we natuurlijk niet zo snel moeten sluiten. We kunnen helpen, meedenken en meedoen, maar we doen en kunnen dit niet alleen!

2. Focus op dat wat echt ‘des specialist ouderengeneeskunde’ is

Met een toenemende werkdruk is het belangrijk je vooral te richten op dat wat echt bij jou hoort. Daarmee lever je kwaliteit. Want dat wat jij doet kan niet zo makkelijk door iemand anders gedaan worden. Doe dus wat echt alleen gedaan kan worden door de specialist ouderengeneeskunde. Wees zorgvuldig met je spaarzame tijd. Dat betekent niet dat je dan maar met alles moet stoppen of alleen gaat doen wat je leuk vindt of dat je per direct kan gaan werken zoals je zou willen. Maar je kan wel een bepaalde kant op bewegen en sturen. Je moet uiteraard kunnen instaan voor de medische zorg van de mensen die aan je zorg zijn toevertrouwt. Familiegesprekken en patiëntcontacten zijn de basis van ons handelen. Hoewel een deel van de taken herschikt kunnen worden is je eindverantwoordelijkheid voor die medische zorg een belangrijk ijkpunt. Het multidisciplinaire overleg (MDO) is de basis van ons zo vaak benoemde en geroemde multidisciplinariteit en pro-actieve handelen. Daar moet je als specialist ouderengeneeskunde dus bij zijn. Of je dan ook de organisatie van het MDO moet regelen is een andere vraag. Voor wie dat zich nog afvroeg: niet dus! Zorg dat je heldere afspraken hebt over wie wat wanneer doet en blijf kritisch op kwaliteit en op jouw specifieke toegevoegde waarde, ook in een MDO. Jij bepaalt met je collega’s waar de grens ligt van wat kan. Met hulp van onze landelijke richtlijnen en handreikingen natuurlijk. En bedenk: taakherschikking en een goede praktijkvoering kunnen je veel tijd besparen. Bovendien wordt het vaak leuker! Maar wees dus zeer selectief als het gaat om het uitspuiten van oren of andere ‘kleine’ handelingen, het administreren van het MDO of facturatie van consulten, het zelf opvragen van informatie bij huisarts of ziekenhuis en het bijwonen van allerhande werkgroepen, commissies en vergaderingen. Er heeft tenslotte nog nooit iemand op zijn sterfbed gezegd dat hij zo blij was met alle input die hij heeft geleverd in vergaderingen…

3. Doe het samen

De vraag naar hulp buiten de muren van het verpleeghuis neemt hand over hand toe. Niet alleen binnen de eigen organisatie in allerhande kleinschaligesettings, maar ook door andere aanbieders wordt er gevraagd om hulp bij de organisatie van de medische zorg voor onze kwetsbare ouderen. (zie onze verkenning rond de kleinschalige woonvormen). En natuurlijk de thuiswonende oudere waarbij huisarts en wijkverpleegkundige de specialistische kennis uit het verpleeghuis goed kunnen gebruiken. Naar buiten gaan kan alleen als je als team het ‘binnen’ op orde hebt. Op veel plekken zie ik dat collega’s teveel op eigen eilandjes zitten en niet gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor alle patiënten, binnen en buiten. Men beweegt weinig en blijft de dingen doen zoals ze/we dat altijd al gedaan hebben. Maar er zal toch wat moeten veranderen willen we met z’n allen de toenemende vraag aankunnen. Draagvlak in het team en in de organisatie voor het werk buiten de muren maakt het leven een stuk makkelijker en leuker. En duurzamer. Dat betekent niet dat iedereen alles moet doen, maar wel dat je nadenkt over hoe je elkaar kunt opvangen en kunt ondersteunen. Als een collega meer tijd moet besteden aan de samenwerking met huisartsen dan kan een ander wellicht wat meer spoedzorg intramuraal verlenen. Of bij een collega die een ingewikkelde afdeling heeft, dan kan een ander wellicht de BOPZ vragen waarnemen. Samen afstemmen en flexibel in kunnen springen op veranderingen en situaties is belangrijk. En vraag zo nodig hulp bij veranderprocessen. Want veranderen is ook best moeilijk. Samenwerken trouwens ook.

4. Zorg voor jezelf

Een laatste tip die wellicht vanzelfsprekend is, is om in tijden van drukte ook goed voor jezelf te blijven zorgen. Voldoende rustmomenten te nemen en te kijken waar je energie van krijgt. Veel van ons hebben volle agenda’s en zijn vaak bereid nog even wat extra’s te doen voor hun familie, vrienden, de vereniging of school. Dat gaat vaak en lang goed, maar kan ook leiden tot overbelasting en uitputting. We hebben tenslotte best een intensieve baan. Daarbij is belastbaarheid en energie tijdgebonden en per persoon verschillend. Kon je eerst de hele wereld aan, ben je na je zwangerschap toch wat minder energiek dan dat je van te voren had gedacht. Of de jaren gaan toch tellen en opeens begrijp je waarom die nachtdiensten na een bepaalde leeftijd niet meer hoeven. Uiteraard spelen ziekte en privé-omstandigheden een rol bij je belastbaarheid op het werk, maar ook als er ogenschijnlijk geen objectieve reden toe is kan het je opeens zwaarder vallen dan normaal. Ook artsen zijn mensen. En hoewel we vaak theoretisch wel weten dat een mens moet zorgen voor zichzelf (goed eten, bewegen, slapen en zorgen voor ontspanning) het daadwerkelijk doen is weer een heel ander verhaal. Of we als collega’s goed voor elkaar zorgen is ook wel een vraag. Want willen we echt wel weten hoe het gaat met die ander? Welke consequenties zou dat wel niet kunnen hebben? En zou je zelf snel aangeven dat het wellicht niet zo goed gaat als je wel zou willen? Kun je het maken om je collega’s met nog meer werk op te zadelen?

Willen we nu en in de toekomst nog steeds goede zorg blijven leveren, dan zullen we toch ook dit punt moeten oppakken. Want zonder gezonde artsen geen goede gezondheidszorg. Het lijkt me leuk om van jullie te horen hoe jij of in jullie team wordt gewerkt aan jullie ‘team’ gezondheid en hoe jullie omgaan met de toenemende populariteit van het vak. Alle tips, gedachten of twijfels zijn welkom. Leden van Verenso kunnen uiteraard met elkaar in gesprek met op het prikbord op onze website.

Auteur(s)

  • Nienke Nieuwenhuizen, specialist ouderengeneeskunde
Reacties
PDF
Genereer PDF document