De specialist ouderengeneeskunde

“Ik werd verliefd op de ouderengeneeskunde”

Helen Schaap wist zeker dat ze huisarts wilde worden. Totdat ze een keuzecoschap volgde in het verpleeghuis. “Hier kan ik de tijd nemen voor mijn patiënten en iemand echt wat beter leren kennen.” Inmiddels zit ze in het tweede jaar van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde.

 Helen-Schaap.jpg

“Al sinds het begin van mijn opleiding Geneeskunde, wist ik dat ik een baan buiten het ziekenhuis wilde. Ik verlangde toen al naar een soort vrijheid en daarom had ik bedacht dat ik huisarts wilde worden. In mijn laatste jaar volgde ik een keuze coschap in het verpleeghuis en dat veranderde alles. Ik werd verliefd op de ouderengeneeskunde en al snel kreeg ik een baan als anios aangeboden. Als huisarts heb je meestal maar tien minuten per patiënt, terwijl je als specialist ouderengeneeskunde meer tijd hebt en iemand daarom ook veel beter leert kennen. Ook vind ik de samenwerking in een multidisciplinair team heel fijn, als huisarts ben je toch wat meer solistisch bezig.”

Voldoening

“Wat ik zo leuk vind aan het vak is dat je over meerdere dingen nadenkt. Je bent niet alleen bezig met medische aspecten, maar ook met hoe je het leven van iemand zo goed mogelijk kunt inrichten. Daarom vind ik thema’s als dementie en palliatieve zorg ook zo interessant. Juist in de laatste fase van iemands leven kun je als specialist ouderengeneeskunde heel veel betekenen. Niet alleen voor de patiënt zelf, maar ook voor de familie. Als er bijvoorbeeld een patiënt met dementie wordt opgenomen op een psychogeriatrische afdeling, zie je dat dat veel impact heeft, op zowel de bewoner als op zijn naasten. Maar door een goede begeleiding en veel aandacht, zie je deze mensen vaak weer opfleuren, dat vind ik mooi om te zien. Daarbij kijk ik graag hoe ik iemands leven een stukje aangenamer kan maken, ook als er sprake is van probleemgedrag.”

Sparren

“De ouderengeneeskunde is een heel dynamisch vakgebied. Maar wat je vaak niet hoort is dat de opleiding zelf ook hartstikke leuk is! Het eerste jaar heb je bijvoorbeeld iedere week een terugkomdag waarin je veel contact hebt met andere aiossen. Dat biedt gelijk de mogelijkheid om samen te sparren of elkaar te vragen: ik doe het altijd zo, hoe doe jij dat eigenlijk? Dat nauwe contact vind ik heel waardevol.”