Kwaliteit en richtlijnen
PDF
Genereer PDF document
Behandeling van depressief gedrag bij mensen met dementie
tab1
tab2
tab3
tab4
Uitgangsvraag + aanbeveling

Uitgangsvraag

Welke psychosociale, psychologische interventies, lichttherapie of psychofarmaca zijn werkzaam bij depressief gedrag bij mensen met dementie?

Depressief gedrag komt regelmatig voor bij mensen met dementie. Hiermee bedoelen we dat depressiesymptomen aanwezig zijn zonder dat per se sprake is van een stemmingsstoornis zoals een depressie. Depressief gedrag komt voor bij ongeveer 40-50% van de mensen met dementie. De prevalentie van een depressieve stemmingsstoornis is ongeveer 10-20%. Dat betekent dat een minderheid van de mensen met dementie en depressief gedrag, een depressie heeft. Diagnostiek wordt onder andere bemoeilijkt door overlap van symptomen van depressie en dementie, en doordat mensen met dementie niet altijd goed kunnen aangeven wat zij ervaren. Depressie kan zich uiten in de gangbare DSM-criteria, maar ook in sociale isolatie/terugtrekking en prikkelbaarheid.

Een depressie vermindert iemands kwaliteit van leven, heeft een negatieve invloed op het algeheel functioneren, kan leiden tot zelfverwaarlozing, doodswensen of suïcidaliteit, en belast verwanten en begeleiders. Betrokken hulpverleners kunnen moeite ervaren om de zorgvrager te motiveren tot inname van vocht en voeding, dagelijkse verzorging, mobilisatie en activiteiten.

Aanbevelingen

  • Doe een zorgvuldige multidisciplinaire probleemanalyse bij mensen met dementie en depressief gedrag en stem de interventie hierop af. 
     
  • Geef psycho-educatie aan mensen met dementie en depressief gedrag, aan hun naasten en aan de zorgverleners. 
     
  • Overweeg (mediatieve) cognitieve gedragstherapie als psychologische behandeling voor depressief gedrag bij mensen met dementie.  

  • Stel bij depressief gedrag bij mensen met dementie een activerend programma op dat aansluit bij de voorkeuren en huidige mogelijkheden van de persoon met dementie. Daarbij dienen reminiscentietherapie, activiteitentherapie en bewegingsprogramma’s in overweging te worden genomen.  

  • Gebruik geen antidepressiva of andere psychofarmaca voor depressief gedrag van lichte tot matige ernst bij mensen met dementie, maar start met niet-farmacologische interventies.  

  • Overweeg alleen bij depressief gedrag in het kader van een ernstige depressie met grote lijdensdruk een behandeling met een antidepressivum conform de multidisciplinaire richtlijn Depressie (3e revisie, 2013). Een SSRI is dan het middel van eerste voorkeur. Indien na zes weken geen of onvoldoende effect: overweeg dan een ander niet-tricyclisch antidepressivum of nortriptyline.

  • Indien nortriptyline na zes weken onvoldoende effect heeft bij adequate spiegel: overweeg een ouderenpsychiater te raadplegen.

 

Voor de doseringstabel van de medicatie verwijzen we naar module doseringstabel psychofarmaca 

Adamson, B. C., Ensari, I., & Motl, R. W. (2015). Effect of exercise on depressive symptoms in adults with neurologic disorders: a systematic review and meta-analysis. Archives of physical medicine and rehabilitation, 96(7), 1329-1338.

 

Alexopoulos, G. S., Abrams, R. C., Young, R. C., & Shamoian, C. A. (1988). Cornell Scale for Depression in Dementia. Biological Psychiatry, 23(3), 271–284.


Banerjee, S., Hellier, J., Dewey, M., Romeo, R., Ballard, C., Baldwin, R., … Burns, A. (2011). Sertraline or mirtazapine for depression in dementia (HTA-SADD): a randomised, multicentre, double-blind, placebo-controlled trial. Lancet, 378(9789), 403–411. http://doi.org/10.1016/s0140-6736(11)60830-1


Banerjee, S., Hellier, J., Romeo, R., Dewey, M., Knapp, M., Ballard, C., … Burns, A. (2013). Study of the use of antidepressants for depression in dementia: the HTA-SADD trial--a multicentre, randomised, double-blind, placebo-controlled trial of the clinical effectiveness and cost-effectiveness of sertraline and mirtazapine. Health Technol Assess, 17(7), 1–166. http://doi.org/10.3310/hta17070


Barreto P., Demougeot, L., Pillard, F., Lapeyre-Mestre, M. & Rolland, Y. (2015). Exercise training for managing behavioral and psychological symptoms in people with dementia: A systematic review and meta-analysis. Ageing Research Reviews, 24, 274-285. doi: 10.1016/j.arr.2015.09.001. Epub 2015 Sep 11. Review. PubMed PMID: 26369357.


Burke, W. J., Roccaforte, W. H., Wengel, S. P., McArthur-Miller, D., Folks, D. G., & Potter, J. F. (1998). Disagreement in the reporting of depressive symptoms between patients with dementia of the Alzheimer type and their collateral sources. The American Journal of Geriatric Psychiatry : Official Journal of the American Association for Geriatric Psychiatry, 6(4), 308–319


Cheng, S. T., Chow, P. K., Edwin, C. S., & Chan, A. C. (2012). Leisure activities alleviate depressive symptoms in nursing home residents with very mild or mild dementia. The American Journal of Geriatric Psychiatry, 20(10), 904-908.


de Vasconcelos Cunha, U. G., Lopes Rocha, F., Avila de Melo, R., Alves Valle, E., de Souza Neto, J. J., Mendes Brega, R., … Sakurai, E. (2007). A placebo-controlled double-blind randomized study of venlafaxine in the treatment of depression in dementia. Dementia and Geriatric Cognitive Disorders, 24(1), 36–41. http://doi.org/10.1159/000102570


Debruyne, H., Van Buggenhout, M., Le Bastard, N., Aries, M., Audenaert, K., De Deyn, P. P., & Engelborghs, S. (2009). Is the geriatric depression scale a reliable screening tool for depressive symptoms in elderly patients with cognitive impairment? International Journal of Geriatric Psychiatry, 24(6), 556–562. http://doi.org/10.1002/gps.2154


Fuchs, A., Hehnke, U., Erhart, C., Schell, C., Pramshohler, B., Danninger, B., & Schautzer, F. (1993). Video rating analysis of effect of maprotiline in patients with dementia and depression. Pharmacopsychiatry, 26(2), 37–41. http://doi.org/10.1055/s-2007-1014339


Gerritsen, D., Leontjevas, R., Ketelaar, N. Derksen, E. Koopmans, R. Smalbrugge, M. (2014). Databank interventies langdurende zorg: beschrijving ‘Doen bij depressie’. Utrecht: Vilans.


Hamilton, M. (1960). A rating scale for depression. Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry, 23, 56–62.


Hsu, Y. C., & Wang, J. J. (2009). Physical, affective, and behavioral effects of group reminiscence on depressed institutionalized elders in Taiwan. Nursing research, 58(4), 294-299.


Huang H. C., Chen, Y. T., Chen, P. Y., Hu, S. H. L., Liu, F., Kuo, Y. L., & Chiu, H. Y. (2015). Reminiscence therapy improves cognitive functions and reduces depressive symptoms in elderly people with dementia: A meta-analysis of randomized controlled trials. Journal of the American Medical Directors Association, 16(12), 1087-1094. doi: 10.1016/j.jamda.2015.07.010. Epub 2015 Sep 1. PubMed PMID: 26341034.


Kiosses, D. N., Ravdin, L. D., Gross, J. J., Raue, P., Kotbi, N., & Alexopoulos, G. S. (2015). Problem adaptation therapy for older adults with major depression and cognitive impairment: a randomized clinical trial. JAMA psychiatry, 72(1), 22-30..


Lyketsos, C. G., DelCampo, L., Steinberg, M., Miles, Q., Steele, C. D., Munro, C., … Rabins, P. V. (2003). Treating depression in Alzheimer disease: efficacy and safety of sertraline therapy, and the benefits of depression reduction: the DIADS. Arch Gen Psychiatry, 60(7), 737–746. http://doi.org/10.1001/archpsyc.60.7.737


Lyketsos, C. G., Sheppard, J. M., Steele, C. D., Kopunek, S., Steinberg, M., Baker, A. S., … Rabins, P. V. (2000). Randomized, placebo-controlled, double-blind clinical trial of sertraline in the treatment of depression complicating Alzheimer’s disease: initial results from the Depression in Alzheimer's Disease study. Am J Psychiatry, 157(10), 1686–1689. http://doi.org/10.1176/appi.ajp.157.10.1686


Magai, C., Kennedy, G., Cohen, C. I., & Gomberg, D. (2000). A controlled clinical trial of sertraline in the treatment of depression in nursing home patients with late-stage Alzheimer’s disease. Am J Geriatr Psychiatry, 8(1), 66–74. Retrieved from http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1064748112610008


Montgomery, S. A., & Asberg, M. (1979). A new depression scale designed to be sensitive to change. The British Journal of Psychiatry : The Journal of Mental Science, 134, 382–389.


O’Connor , D. W., Ames, D., Gardner, B., & King, M. (2009). Psychosocial treatments of psychological symptoms in dementia: a systematic review of reports meeting quality standards. International Psychogeriatrics, 21(02), 241-251.


Petracca, G. M., Chemerinski, E., & Starkstein, S. E. (2001). A double-blind, placebo-controlled study of fluoxetine in depressed patients with Alzheimer’s disease. Int Psychogeriatr, 13(2), 233–240.


Petracca, G., Teson, A., Chemerinski, E., Leiguarda, R., & Starkstein, S. E. (1996). A double-blind placebo-controlled study of clomipramine in depressed patients with Alzheimer’s disease. J Neuropsychiatry Clin Neurosci, 8(3), 270–275.

Porsteinsson, A. P., Drye, L. T., Pollock, B. G., Devanand, D. P., Frangakis, C., Ismail, Z., … Lyketsos, C. G. (2014). Effect of citalopram on agitation in Alzheimer disease: the CitAD randomized clinical trial. Jama, 311(7), 682–91. http://doi.org/10.1001/jama.2014.93


Regan B. & Varanelli, L. (2013). Adjustment, depression, and anxiety in mild cognitive impairment and early dementia: a systematic review of psychological intervention studies. International Psychogeriatrics, 25(12), 1963-1984. doi: 10.1017/S104161021300152X. Epub 2013 Oct 14. Review. PubMed PMID: 24125507.


Reifler, B. V, Teri, L., Raskind, M., Veith, R., Barnes, R., White, E., & McLean, P. (1989). Double-blind trial of imipramine in Alzheimer’s disease patients with and without depression. Am J Psychiatry, 146(1), 45–49. http://doi.org/10.1176/ajp.146.1.45


Rosenberg, P. B., Drye, L. T., Martin, B. K., Frangakis, C., Mintzer, J. E., Weintraub, D., … Lyketsos, C. G. (2010). Sertraline for the treatment of depression in Alzheimer disease. Am J Geriatr Psychiatry, 18(2), 136–145. http://doi.org/10.1097/JGP.0b013e3181c796eb


Roth, M., Mountjoy, C. Q., & Amrein, R. (1996). Moclobemide in elderly patients with cognitive decline and depression: an international double-blind, placebo-controlled trial. Br J Psychiatry, 168(2), 149–157.


Teri, L., Logsdon, R. G., Uomoto, J., & McCurry, S. M. (1997). Behavioral treatment of depression in dementia patients: a controlled clinical trial. Journal of Gerontology: Psychological Sciences, 52(4), 159-166.


Testad, I., Corbett, A., Aarsland, D., Lexow, K.O., Fossey, J., Woods, B. & Ballard, C. (2014). The value of personalized psychosocial interventions to address behavioral and psychological symptoms in people with dementia living in care home settings: a systematic review. International Psychogeriatrics 26, 1083-1098.


Thune-Boyle I.C., Iliffe, S., Cerga-Pashoja, A., Lowery, D., & Warner, J. (2012). The effect of exercise on behavioral and psychological symptoms of dementia: towards a research agenda. International Psychogeriatrics 24, 1046-1057.


Verkaik, R., van Weert, J. & Francke, A. L. (2005). The effects of psychosocial methods on depressed, aggressive and apathetic behaviors of people with dementia: a systematic review. International journal of geriatric psychiatry, 20(4), 301-314.


Williams, C. L., & Tappen, R. M. (2008). Exercise training for depressed older adults with Alzheimer's disease. Aging and Mental Health, 12(1), 72-80.

Literatuurreview

Literatuurconclusies

Literatuurconclusies psychosociale en psychologische interventies voor depressief gedrag bij mensen met dementie

zeer laag GRADE

Er zijn aanwijzingen dat reminiscentietherapie een positief effect heeft op depressief gedrag bij mensen met lichte dementie.

 

zeer laag GRADE

Er zijn aanwijzingen dat activiteitentherapie in de vorm van het gezelschapsspel mahjong een positief effect heeft op depressief gedrag bij mensen met (zeer) lichte dementie.

  

laag

GRADE

Een effect van beweging op depressief gedrag kon niet worden aangetoond bij mensen met dementie. Zowel tai chi, wandelen als een beweegprogramma bleken niet effectiever dan de controle-interventie met handvaardigheid of luchtige gesprekken.

 

laag

GRADE

Er zijn aanwijzingen voor een positief effect van cognitieve gedragstherapie depressief gedrag bij patiënten met dementie. In een RCT bleek probleemadaptatietherapie een middelgroot positief effect te hebben op depressief gedrag bij mensen met dementie.

 

laag

GRADE

Er zijn aanwijzingen dat mediatieve cognitieve gedragstherapie via mantelzorgers effect heeft op depressief gedrag bij mensen met dementie. In een RCT bleek mediatieve cognitieve gedragstherapie tot een statistisch en klinisch relevante vermindering van depressief gedrag te leiden bij patiënten met lichte tot matig ernstige dementie. Bovendien verminderden de depressiesymptomen van de mantelzorgers zelf.

 

Literatuurconclusies lichttherapie voor depressief gedrag bij mensen met dementie                                                           

Geen GRADE

Er zijn geen RCT's gevonden naar de effectiviteit en bijwerkingen van lichttherapie voor depressief gedrag bij mensen met dementie en depressief gedrag.

 

 

Literatuurconclusies psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie


Effectiviteit SSRI/ SNRI

Matig GRADE

De resultaten van zes RCT’s tonen geen positief effect van sertraline, fluoxetine of venlafaxine op depressief gedrag bij mensen met dementie.


Bijwerkingen SSRI/ SNRI

Matig GRADE

Er zijn aanwijzingen voor hogere uitval door SSRI’s wanneer deze gebruikt worden voor depressief gedrag bij mensen met dementie.


Effectiviteit Tri- en tetracyclische antidepressiva

Matig GRADE

De vier RCT’s tonen geen effect van clomipramine, imipramine, maprotiline of mirtazapine op depressief gedrag bij mensen met dementie.


Bijwerkingen Tri- en tetracyclische antidepressiva

Matig GRADE

Er zijn aanwijzingen voor een verhoogd risico op anticholinerge bijwerkingen van tri- en tetracyclische antidepressiva voor depressief gedrag bij mensen met dementie. Het bewijs voor meer neurocognitieve bijwerkingen is inconsistent.


Effectiviteit Moclobemide

Laag GRADE

Eén grote RCT van lage kwaliteit toont enige effectiviteit van moclobemide op depressief gedrag bij mensen met dementie (NNT= 8).


Bijwerkingen Moclobemide

Zeer laag GRADE

Er is één grote RCT waarin het percentage patiënten met bijwerkingen van moclobemide 8% hoger is vergeleken met de placebogroep. De bijwerkingen zijn vooral gastro-intestinaal en neurologisch van aard.


Effectiviteit van andere psychofarmaca dan antidepressiva

Geen GRADE

Er zijn geen RCT's beschikbaar over de effectiviteit van antipsychotica, anxiolytica/hypnotica, melatonine, anti-epileptica, cholinesteraseremmers, cannabinoïden, of yokukansan op depressief gedrag bij mensen met dementie.

 

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is literatuuronderzoek verricht naar de volgende vraagstelling(en):

“Wat zijn de effecten van psychosociale en psychologische interventies en lichttherapie vergeleken met controle-interventie of gebruikelijke zorg en psychofarmaca vergeleken met placebo op depressief gedrag bij mensen met dementie?”

 

De bijbehorende zoekvraag (PICO) is:

  • P: mensen met dementie en depressief gedrag
  • I: psychosociale en psychologische interventies, lichttherapie en psychofarmaca
  • C: gebruikelijke zorg of controle-interventie voor psychosociale en psychologische interventies en lichttherapie of placebo voor psychofarmaca
  • O: reductie van depressief gedrag, percentage patiënten met een klinisch relevant effect (‘responders’), bijwerkingen, uitval

Deze module beschrijft de resultaten van het onderzoek en de aanbevelingen die hieruit volgen. Meer informatie over de opzet van het literatuuronderzoek vindt u onder het tabblad ‘Verantwoording en methode’. Het literatuuronderzoek gebruikt de overkoepelende term depressief gedrag voor zowel studies die naar depressiesymptomen hebben gekeken (vaak met een score op een meetschaal als uitkomstmaat, zonder diagnostiek) en studies die een depressie hebben gediagnostiseerd. Bij de afzonderlijke studies is beschreven welke vorm van depressief gedrag is onderzocht.

 

 

Gevonden studies

Op basis van titel en abstract werden zeventien reviews en zestien losse RCT’s geselecteerd voor beoordeling van de gehele tekst. Van de zeventien reviews bleven er acht systematische reviews (SR’s) over, waaruit vier RCT’s relevant bleken (in Barreto 2015: Cheng 2012 en Williams 2008; die laatste RCT kwam ook voor in de volgende SR’s: Adamson 2015, Testad 2014 en Thuné-Boyle 2012; in Huang 2015: Hsu 2009; in Regan 2013: Teri 1997; deze laatste RCT werd ook besproken in de volgende SR's: O'Connor 2009 en Verkaik 2005). Uit de zeventien SR’s waren in totaal 53 RCT’s niet relevant (zie exclusietabel). Van de zestien losse RCT’s over depressie bleek slechts één RCT relevant (Kiosses, 2015).

Kenmerken van geïncludeerde studies

Tabel 1 biedt een overzicht van kenmerken van de vijf geïncludeerde RCT’s. Hieronder volgt een korte beschrijving.

Reminiscentietherapie 
Eén RCT onderzocht reminiscentietherapie bij 48 deelnemers in een verpleeghuissetting (Hsu, 2009). De reminiscentie werd in zes tot acht groepssessies van 60 minuten aangeboden gedurende twee maanden en vergeleken met gebruikelijke zorg. De onderwerpen van de groepsreminiscentie waren vooraf vastgesteld op basis van literatuur en een focusgroep. Tijdens de sessies werd gebruik gemaakt van verschillende materialen zoals traditionele gerechten, foto’s, en opnames van liedjes om de discussie te stimuleren. De groepen werden geleid door geriatrieverpleegkundigen met expertise in reminiscentietherapie en aanvullende training in groepstherapie, groepsdynamiek, communicatievaardigheden en omgaan met negatieve emotionele reacties. De depressiesymptomen werden gemeten met de Geriatric Depression Scale (GDS). De kwaliteit van opzet en uitvoering van de RCT was matig. Dat komt onder andere omdat de allocatievolgorde voorspelbaar was door de gebruikte methode van randomisatie, het niet duidelijk is waaruit de gebruikelijke zorg bestond in de controlegroep, niet bekend is hoeveel deelnemers na de randomisatie zijn uitgevallen en de ernst van dementie niet is beschreven. Het risico op bias is als hoog beoordeeld.

 

Activiteitentherapie 
De effectiviteit van het gezelschapsspel mahjong is door Cheng (2012) onderzocht bij patiënten met depressie/depressiesymptomen en dementie. De RCT vergeleek mahjong met handvaardigheidsactiviteiten bij 24 verpleeghuisbewoners met (zeer) lichte dementie en matig depressiesymptomen. Beide activiteiten vonden in kleine groepen plaats, drie keer per week één uur gedurende twaalf weken. De groepen werden geleid door ‘geschikte’ instructeurs. De effectiviteit werd gemeten met de GDS. De kwaliteit van de studie was redelijk. Het risico op bias is als matig beoordeeld.


Beweging 

Cheng (2012) en Williams (2008) hebben de effectiviteit van verschillende vormen van beweging (tai chi, wandelen en een beweegprogramma) op depressief gedrag bij mensen met dementie onderzocht. Cheng vergeleek tai chi met handvaardigheidsactiviteiten bij 24 verpleeghuisbewoners met (zeer) lichte dementie en matig depressiesymptomen. Beide activiteiten vonden in kleine groepen plaats, drie keer per week één uur gedurende twaalf weken. De groepen werden geleid door ‘geschikte’ instructeurs. De effectiviteit werd gemeten met de GDS. De kwaliteit van de studie was redelijk. Het risico op bias is als matig beoordeeld. Wandelen en een beweegprogramma zijn onderzocht door Williams (2008) bij 45 verpleeghuisbewoners met ernstige dementie en depressie. Eén interventiegroep ging wandelen onder begeleiding (n=17), de andere interventiegroep kreeg een beweegprogramma (N=16) bestaande uit vijf keer per week een half uur uitgebreide lichamelijke oefeningen (krachttraining, balans, flexibiliteit) en de controlegroep kreeg aandacht in de vorm van luchtige gesprekken (n=12), alle groepen gedurende vier maanden. Studenten verpleegkunde of fysiotherapie begeleidden de groepen. De Cornell Scale for Depression in Dementia (CSDD) werd gebruikt als uitkomstmaat. De kwaliteit van de studie was redelijk. Het risico op bias is als matig beoordeeld.

 

Cognitieve gedragstherapie 
Eén RCT onderzocht de effectiviteit van een aangepaste vorm van cognitieve gedragstherapie (CGT) bij 74 thuiswonende ouderen met een ernstige depressie en MCI (Mild Cognitive Impairment) tot matig ernstige dementie (Kiosses, 2015). De interventie bestond uit probleem-adaptatietherapie met als doel de negatieve emoties te reguleren en de negatieve invloed van beperkingen, zoals geheugenproblemen of sociaal isolement, te verminderen. De interventie bestond uit twaalf wekelijkse sessies bij de persoon met dementie aan huis. Daarin werden situaties geïdentificeerd die negatieve emoties oproepen, strategieën ontwikkeld en omgevingsaanpassingen toegepast, indien nodig samen met de mantelzorger. Deze interventie werd vergeleken met een controlegroep die een steunende gesprekstherapie kreeg met dezelfde frequentie. Psychologen of maatschappelijk werkers voerden de interventies uit. Het effect werd gemeten met de Montgomery–Åsberg Depression Rating Scale (MADRS). De kwaliteit van opzet en uitvoering van de studie was redelijk. Zodoende is het risico op bias matig.


Mediatieve cognitieve gedragstherapie (via mantelzorgers)
 
Twee verschillende vormen van mediatieve CGT (waarbij de mantelzorger als mediator werd ingezet) zijn in de RCT van Teri (1997) onderzocht bij 52 thuiswonende patiënten met lichte tot matig ernstige dementie en hun mantelzorgers. Beide therapieën waren gericht op het verminderen van depressieve symptomen van patiënten met dementie. De eerste vorm van CGT bestond uit het aanleren van gedragsbenaderingen bij de mantelzorgers. De focus ligt daarbij op bevordering van plezierige activiteiten en toepassing van probleemoplossende strategieën. De probleemoplossende strategieën werden ook in de tweede vorm van CGT toegepast, maar daar was meer vrijheid bij de keuze van de interventies; er lag geen nadruk op bevordering van plezierige activiteiten.

Deze twee therapieën werden vergeleken met een controle-interventie waarbij mantelzorgers steunende en adviserende gesprekken kregen. Alle interventies duurden negen weken met elke week een sessie van 60 minuten. Ervaren behandelaars in de ouderenzorg voerden de behandeling uit. Depressiesymptomen zijn gemeten met de CSDD. De kwaliteit van opzet en uitvoering van de studie was redelijk. Het risico op bias is als matig beoordeeld.

 

Tabel 1. Kenmerken en kwaliteit van RCT's over psychosociale interventies voor depressief gedrag bij mensen met dementie

 

Vergroot tabel

Tabel 1. Kenmerken en kwaliteit van RCT's over psychosociale interventies voor depressief gedrag bij mensen met dementie

Publicatie

Therapie

Setting

Dementie (ernst; type)

Depressie (ernst; criteria)

N

Duur van studie (wkn.)

Meetinstrument

voor (symptomen van) depressie

Kwaliteit opzet en uitvoering1

Reminiscentietherapie

Hsu 2009

Reminiscentie

Instelling

Licht

Depressie; GDS-15 >7

48

6-8

GDS-15

2/6

Activiteitentherapie

Cheng 2012

Mahjong

Instelling

(Zeer) Licht

Matig depressieve symptomen; GDS-15 >6

24

12

GDS-15

4/6

Beweging

Cheng, 2012

Tai chi

Instelling

(Zeer) Licht

Matig depressieve symptomen; GDS-15 >6

24

12

GDS-15

4/6

Williams 2008

Wandelen

 

Instelling

Ernstig

Depressie; CSDD >7 (=mild)

29

16

CSDD

3/6

Williams 2008

Beweegprogramma

Instelling

Ernstig

Depressie; CSDD >7 (=mild)

28

16

CSDD

3/6

Cognitieve gedragstherapie

Kiosses 2015

Cognitieve gedragstherapie

Thuis

Licht tot matig

Ernstige depressie; MADRS >17

74

12

MADRS

4/6

Mediatieve cognitieve gedragstherapie

Teri 1997

Problem solving

Thuis

Licht tot matig; AD

Lichte of matige depressie; DSM-III-R

19

9

CSDD

4/6

Teri 1997

Problem solving + plezierige gebeurtenissen

Thuis

Licht tot matig; AD

Lichte of matige depressie; DSM-III-R

23

9

CSDD

4/6

1 Gescoord volgens de 6 domeinen van de Cochrane Risk of Bias tool 2.0 (score 0-6), waarbij een hogere score een hogere kwaliteit weergeeft, minder risico op bias en overschatting van het behandeleffect (zie tabblad ‘Verantwoording en methode’ voor details over deze beoordeling; 0-2: hoog risico op bias; 3-4: matig risico op bias; 5-6: laag risico op bias)

GDS= Geriatric Depression Scale; CSDD= Cornell Scale for Depression in Dementia (Alexopoulos, 1988); MADRS= Montgomery–Åsberg Depression Rating Scale (Montgomery, 1979).

 

 

Resultaten en bewijskracht van psychosociale en psychologische interventies voor depressief gedrag bij mensen met dementie


Reminiscentietherapie 

In de RCT van Hsu (2009) werd bij patiënten met lichte dementie een grote, statistisch significante vermindering in depressieve klachten gevonden na reminiscentie in vergelijking met gebruikelijke zorg (SMD= -1,16; 95% BI: -1,77 tot -0,56). De bewijskracht van dit resultaat is zeer laag omdat het slechts één RCT van lage kwaliteit betreft.

 

Activiteitentherapie 
Het gezelschapsspel mahjong gaf in de RCT van Cheng (2012) een grote en statistisch significante vermindering van depressieve symptomen ten opzichte van de controlegroep (handvaardigheidsgroep) bij patiënten met (zeer) lichte dementie in een residentiële setting (SMD= -1,02; 95% BI: -1,88 tot -0,16).

 

Beweging 
Beweeginterventies tai chi, wandelen en een beweegprogramma toonden geen effect op depressief gedrag bij mensen met dementie (Cheng, 2012; Williams, 2008). Er was geen significante vermindering van depressieve symptomen na tai chi (SMD= -0,49; 95% BI: -1,30 tot 0,32), wandelen (SMD= -0,47; 95% BI: -1,19 tot 0,26) of het beweegprogramma (SMD= -0,27; 95% BI: -0,99 tot 0,45) ten opzichte van de controlegroep die respectievelijk handvaardigheid en luchtig gesprekscontact kreeg aangeboden. De bewijskracht is zeer laag omdat het slechts twee kleine studies betreft.


Cognitieve gedragstherapie 
In de RCT van Kiosses (2015) naar probleem-adaptatietherapie hadden patiënten in de interventiegroep significant minder depressieve symptomen in vergelijking met de controlegroep (SMD= -0,60; 95% BI: -1,06 tot -0,13). Ook waren er significant meer patiënten met een volledige remissie (MADRS ≤7; interventiegroep 37,84%; controlegroep 13,51%; HR= 3,67; 95% BI: 1,20 tot 11,26; NNT=4). De bewijskracht is laag omdat het slechts één studie betreft (imprecisie) en er niet bij alle deelnemers sprake was van dementie (indirectheid; 52% had (vermoedelijk) dementie).

 

Mediatieve cognitieve gedragstherapie (via mantelzorgers) 
De RCT van Teri (1997) naar effectiviteit van twee verschillende vormen van CGT waarbij mantelzorgers als mediator werden ingezet, vond een significante reductie in depressieve symptomen van zowel de problemsolvingtherapie met plezierige gebeurtenissen (SMD= -1,4; 95% BI: -1,83 tot -0,25) als bij problemsolvingtherapie zonder plezierige activiteiten(SMD= -1,09; 95% BI: -1,91 tot -0,26).

De kans (OR) op een klinisch significante respons (geen ernstige depressie meer of van lichte depressie naar geen depressie) bij patiënten met probleemoplossende therapie met focus op bevordering van plezierige activiteiten was 4,36 (95% BI: 0,76 tot 25,17). Zonder focus op plezierige activiteiten was deze 8,67 (95% BI: 1,39 tot 53,85). Als neveneffect bleken de depressieve symptomen van mantelzorgers (gemeten met de Hamilton Depression Rating Scale; HDRS) in de twee CGT condities significant te zijn verminderd in vergelijking met die van de mantelzorgers in de controlegroepen (p<0,01). De bewijskracht voor mediatieve gedragstherapie is laag omdat het slechts om één RCT gaat.

 

Tabel 2. Evidenceprofiel psychosociale en psychologische interventies voor depressief gedrag bij mensen met dementie  

Vergroot tabel

 

psychosociale en psychologische en interventies

N RCT's

Kwaliteit van het bewijs

n per groep

Behandeleffecten

Algemene beoordeling

 

Vertekend1

inconsistent

indirect

Niet precies2

Publicatie bias

Interventie

Standaard zorg

SMD/OR/ARR [95% BI]

Reminiscentie (Hsu)

Depressieve symptomen

1

Ja

nee (nvt)

ja

ja (2pt vermindering)

Ja (1 RCT)

21/246

24/24

SMD= -1,16 [-1,77; -0,56]

zeer laag7

Uitval

1

Ja

nee (nvt)

ja

ja (2pt vermindering)

Ja (1 RCT)

3/24

0/24

OR= 7,98 [0,39; 163,33]

zeer laag7

Activiteitentherapie (Cheng)

Mahjong

Depressieve symptomen

1

Ja

nee

nee

ja

ja

12

12

SMD= -1,02 [-1,88; -0,16]

zeer laag8

Beweegprogramma (Cheng en Williams)

Tai chi

Depressieve symptomen

1

Ja

nee

nee

ja

ja

12

12

SMD= -0,49 [-1,30; 0,32]

zeer laag8

Wandelen

Depressieve symptomen

1

Nee

ja

nee

ja

ja

17

12

SMD= -0,47 [-1,19; 0,26]

laag9

Uitval

1

Nee

ja

nee

ja

ja

6/17

2/12

OR= 1,07 [0,15; 7,64]

laag9

Beweegprogramma

Depressieve symptomen

1

Nee

ja

nee

ja

ja

16

12

SMD= -0,27 [-0,99; 0,45]

laag9

Uitval

1

Nee

ja

nee

ja

ja

1/16

2/12

OR= 0,33 [0,03; 4,19]

laag9

Cognitieve gedragstherapie (Kiosses)

Depressieve symptomen

1

Nee

nee

Ja*

?

ja

37

37

SMD= -0,60 [-1,06; -0,13]

laag10

Respons, volledige remissie (MADRS ≤7)

1

Nee

nee

Ja*

?

ja

37,84%

13,51%

HR= 3,67(1,20; 11,26)

laag10

Uitval

1

Nee

nee

Ja*

?

ja

6/37

5/37

OR= 1,24 [0,34; 4,48]

laag10

Mediatieve cognitieve gedragstherapie (Teri)

Problem solving + plezierige gebeurtenissen

Depressieve symptomen

1

Nee

nee (nvt)

nee

nee

Ja maar 1 RCT

23

10

SMD= -1,4 [-1,83; -0,25]

laag5

Respons (geen ernstige depressie meer of van lichte depressie naar geen depressie)

1

Nee

nee (nvt)

nee

nee

Ja maar 1 RCT

12/23 (52%)

2/10 (20%)

OR= 4,36 [0,76; 25,17]

laag5

Problem solving

Depressieve symptomen

1

Nee

nee (nvt)

nee

nee

Ja maar 1 RCT

19

10

SMD= -1,09 [-1,91; -0,26]

laag5

Respons (geen ernstige depressie meer of van lichte depressie naar geen depressie)

1

Nee

nee (nvt)

nee

nee

Ja maar 1 RCT

13/19 (68%)

2/10 (20%)

OR= 8,67 [1,39; 53,85]

laag5

Afkortingen: SMD = standardized mean difference), OR = odds ratio, ARR = absolute risicoreductie, NNT = number needed to treat, NNH = number needed to harm, BI = betrouwbaarheidsinterval. Algemene GRADE-beoordeling: hoog, matig, laag, zeer laag

1 = door hoog risico op bias; 2 = grote onzekerheid rondom geschatte effect (= BI te breed) door te kleine studies; 3 = plezierige activiteiten n=23; probleemoplossende strategieën n=19; gebruikelijke zorg n= 10;

wachtlijst n=20; 4 = op andere uitkomsten ook positieve effecten gerapporteerd; 5 = kleine sample; 7 = randomisatie onduidelijk; kleine studie; lichte dementie volgens Huang maar is niet helemaal duidelijk uit artikel van Hsu; 8 = vanwege één kleine studie, geen blindering; 9 = vanwege één kleine studie; 10 = vanwege indirect bewijs omdat bij slechts 52% sprake was van dementie (vermoedelijk of zeker) en omdat het één RCT betreft.

* bij (slechts) ruim de helft van de deelnemers was sprake van dementie.

 

 

Psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie

Gevonden studies

De volledige tekst van negentien meta-analyses en 40 RCT’s is beoordeeld op geschiktheid. Ook is één protocol van een ongepubliceerde meta-analyse gevonden. Hiervan voldeden tien RCT's en één meta-analyse aan de inclusiecriteria; de overige studies staan met reden van exclusie vermeld in de exclusietabel (zie bijlage). Alle geïncludeerde publicaties hadden een antidepressivum als interventie: vijf RCT's met SSRI’s (Banerjee 2011 (HTA-SADD), Rosenberg 2010 (DIADS-2), Lyketsos 2001/ 2003, Petracca 2001 en Magai 2000); één RCT met een SNRI (De Vasconcelos Cunha 2007); vier RCT's met tri- en tetracyclische antidepressiva (Petracca 1996, Reifler 1989, Fuchs 1993 en Banerjee 2011/ 2013 (HTA-SADD)); en één RCT met een MAO-remmer (Roth 1996). Daarnaast is één meta-analyse gevonden die aan de inclusiecriteria voldeed (Sepehry 2012). Hierin zijn de resultaten van de vijf SSRI RCT's die aan onze selectiecriteria voldeden waar mogelijk gepoold.

Kenmerken en kwaliteit van geïncludeerde studies naar psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie

Tabel 3 geeft een overzicht van de kenmerken en kwaliteit van de geïncludeerde studies.

SSRI’s 
Er waren vier sertraline RCT’s, waarvan twee met flexibele doses tot 100 mg, en twee met doseringen tot 150 mg gedurende acht tot dertien weken (Banerjee, 2011; Rosenberg, 2010; Lyketsos, 2003; Magai, 2000). Hiervan werden drie RCT’s uitgevoerd bij patiënten met lichte tot matig ernstige ziekte van Alzheimer en één bij patiënten in de eindfase van de ziekte van Alzheimer. Er waren, zonder dat dit een inclusiecriterium was, alleen vrouwen geïncludeerd. Alle deelnemers hadden een ‘minor’ of ‘major depression’ en waren thuiswonend, opgenomen in een zorginstelling of een mix daarvan. Eén RCT includeerde alleen patiënten met een ‘major depression’ (Lyketsos, 2003). De onderzoekspopulatie varieerde in omvang tussen 31 en 218 patiënten, bij wie de depressieve symptomen met behulp van de CSDD en in één RCT ook met de HRSD (het is onduidelijk of dit de 17- of 24-item versie was) werden gemeten.

Daarnaast was er één fluoxetine RCT met een flexibele dosis tot 40 mg bij 41 thuiswonende patiënten met lichte tot matige ziekte van Alzheimer en een ‘minor’ of ‘major depression’ volgens de DSM-IV. De RCT had een duur van zes weken en gebruikte de HDRS als uitkomstmaat.

De SSRI RCT’s hadden een hoog tot matig risico op bias. In de meta-analyse van Sepehry (2012) werden de resultaten van deze sertaline en fluoxetine RCT’s gepoold.

SNRI 
De Vasconcelos Cunha (2007) beschrijft een RCT met venlafaxine in een flexibele dosis tot 131,25 mg versus placebo bij 31 thuiswonende patiënten met lichte tot matig ernstige dementie en een ‘major depression’. De studie had een duur van zes weken en de effectiviteit op depressie werd gemeten met de MADRS. Er was sprake van een matig risico op bias.


Tricyclische antidepressiva 
Twee RCT’s toetsen een tricyclisch antidepressivum (TCA). Reifler (1989) beschrijft een RCT met gemiddeld 83 mg imipramine gedurende acht weken in een subgroep van 28 (voornamelijk thuiswonende) patiënten met een matig ernstige ziekte van Alzheimer en depressie. Effectiviteit werd gemeten met behulp van de 17-item HDRS. De publicatie van Petracca (1996) beschrijft een crossover RCT met doses tot 100 mg clomipramine (TCA) bij 24 patiënten met de ziekte van Alzheimer (ernst niet gespecificeerd) en een ‘major depression’ of dysthymie volgens de DSM-III-R. De interventie duurde zes weken en de effectiviteit op depressieve klachten werd gemeten met de 17-item HRSD. Voor beide RCT's was het risico op bias hoog.

 

Tetracyclische antidepressiva 
Twee RCT’s onderzochten een tetracyclisch antidepressivum. De RCT van Fuchs (1993) vergeleken een dosis van maximaal 75 mg maprotiline met placebo bij 127 patiënten met dementie volgens de DSM-III-R (ernst niet gespecificeerd) en een lichte depressie (ICD 290.21) in psychiatrische instellingen en een verpleeghuis gedurende acht weken. Effectiviteit werd gemeten met de GDS.

In de HTA-SADD RCT (Banerjee, 2011) werd (naast sertraline) ook mirtazapine vergeleken met placebo. De populatie bestond uit 219 patiënten met lichte tot matige ziekte van Alzheimer en een ‘minor’ of ‘major depression’. De dosis van de mirtazapine was 45 mg en de duur van de studie was 39 weken, maar de effectiviteit werd gemeten met de CSDD na dertien weken. De RCT’s hadden een matig tot hoog risico op bias.

 

MAO-remmer 
Roth (1996) beschrijft een RCT met 400 mg moclobemide bij 511 patiënten met lichte tot matig ernstige dementie en depressie voor zes weken. Ze woonden thuis of in een zorginstelling. Effectiviteit werd gemeten op de 17-item HDRS. Klinische verbetering werd gescoord met de CGAE (vergelijkbaar met CGI). Het risico op bias was hoog.

 

Tabel 3. Kenmerken en kwaliteit van geïncludeerde RCT's naar psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie

 

Vergroot tabel

 

Publicatie

Medicijn

Dosis

Setting

Dementie (ernst; type)

Depressie (ernst; criteria)

N

Duur van studie, weken

Meetinstrument

Kwaliteit opzet en uitvoering1

SSRI

Banerjee 2011

sertraline

tot 150 mg

thuis + instelling

mild – matig; AD

depressie volgens CSDD, meeste ook Olin

2183

13*

CSDD2

2/6

Rosenberg 2010

sertraline

tot 100 mg

vooral thuis

mild – matig; AD

depressie volgens Olin

131

12

CSDD2

3/6

Lyketsos 2003

sertraline

tot 150 mg

thuis + instelling

mild – matig; AD

‘major depression’ volgens DSM-IV

44

12

HAM-D + CSDD2

2/6

Magai 2000

sertraline

tot 100 mg

instelling

late fase AD, enkel vrouwen

‘minor’/’major’ volgens CSDD/Gestalt Scale

31

8

CSDD2

2/6

Petracca 2001

fluoxetine

tot 40 mg

thuis

mild – matig; AD

‘minor’/’major depression’ volgens DSM-IV

41

6

HAM-D2

2/6

SNRI

De Vasconcelos Cunha 2007

venlafaxine

tot 131,25 mg

thuis

mild – matig

‘major depression’ volgens DSM-IV/CSDD

31

6

MADRS2

3/6

Tricyclische antidepressiva

Reifler 1989

imipramine

gemiddeld 83 mg

thuis + instelling

matig; AD

matige depressie volgens HAM-D

28

8

HAM-D2

2/6

Petracca 1996

clomipramine

tot 100 mg

thuiswonend

NG; AD

dysthymie/’major depression’ volgens DSM-III-R

24

6

HAM-D2

2/6

Tetracyclische antidepressiva

Fuchs 1993

maprotiline

tot 75 mg

instelling

DSM-III-R

lichte depressie volgens ICD 290.21

127

8

GDS2

1/6

Banerjee 2011

mirtazapine

45 mg

thuis + instelling

mild – matig; AD

depressie volgens CSDD, meeste ook Olin

2193

13*

CSDD2

3/6

MAO-remmer

Roth 1996

moclobemide

400 mg

thuis + instelling

mild – matig

depressie volgens GDS en HAM-D

511

6

HAM-D2

0/6

1Gescoord volgens de zes domeinen van de Cochrane Risk of Bias tool 2.0 (score 0-6), waarbij een hogere score een hogere kwaliteit weergeeft, minder risico op bias en overschatting van het behandeleffect (zie tabblad ‘Verantwoording en methode’ voor details over deze beoordeling). Domeinscores zijn weergegeven in bijlage 2.2 Risk of bias-tabel.

2Meetinstrumenten

-CSDD: Cornell Scale for Depression in Dementia, 19 items, range 0 tot 38 (hogere score meer depressief) (Alexopoulos 1988)

-HAM-D: Hamilton Depression Rating Scale; van deze schaal worden de eerste 17 items gescoord, range 0 tot 50 (hogere score meer depressief) (Hamilton 1960)

-MADRS: Montgomery-Åsberg Depression Rating scale, 10 items, range 0 tot 60 (hogere score meer depressief) (Montgomery 1979)

3Placebogroep is dezelfde, n=111

* De studie duurde in totaal 39 weken, maar de primaire uitkomst werd na 13 weken gemeten.

 

 

Resultaten en bewijskracht over effectiviteit van psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie

Tabel 4 toont het evidenceprofiel met de resultaten en bewijskracht daarvan voor de onderzochte medicijnen. De bijbehorende forest plots staan in bijlage 3.3.

 

SSRI’s 
De meta-analyse van vijf SSRI RCT’s vond geen verschil tussen sertraline en fluoxetine enerzijds en placebo anderzijds in reductie van depressieve symptomen (SMD -0,062; 95% BI: -0,264 tot 0,139; Sepehry, 2012). Alhoewel er enige klinische en statistische heterogeniteit tussen de geïncludeerde RCT's was (inconsistentie), is er hoog vertrouwen in de kracht van het bewijs over dit resultaat. Dit heeft te maken met het relatief hoge (totaal) aantal RCT's en deelnemers waardoor het effect vrij precies kon worden geschat. De kans dat het effect groter is dan -0,26 is klein. Het verschil in de percentages responders tussen de groepen is in deze meta-analyse niet geanalyseerd. Een sensitiviteitsanalyse van alleen de (subgroepen van) patiënten met ‘major depression’ was niet mogelijk omdat slechts één RCT deze data leverde (Lyketsos, 2003).

 

SNRI 
In de venlafaxine-RCT werd ook geen verschil tussen de behandelgroepen gevonden wat betreft de reductie van depressieve symptomen (SMD -0,09; 95% BI: -0,80 tot 0,61). Het percentage responders, gedefinieerd als patiënten met een minimale reductie van 50% op de MADRS, was 7,6% lager in de venlafaxinegroep dan in de placebogroep (57,1% versus 64,7%; p=0,667). De bewijskracht voor het gebrek aan effectiviteit van venlafaxine is beoordeeld op matig vanwege het gebrek aan ‘power’.

 

Tricyclische antidepressiva 
Wij hebben de resultaten uit de twee RCT’s naar tricyclische antidepressiva gepoold. Hierbij werden de resultaten tot cross-over van de clomipramine-RCT gebruikt. De meta-analyse vereiste imputatie van de missende SD voor de clomipramine RCT. Daarvoor is de SD van de baseline scores uit dezelfde studie gebruikt. De gepoolde SMD was -0,329 (95% BI: -1,415 tot 0,757). Eén RCT rapporteerde het percentage responders in de behandel- versus de placebogroep (Petracca, 1996): de OR was 9,0 (95% BI: 1,4 tot 57,1) en de RD 50% (95% BI: 15% tot 85%). De bewijskracht voor de effectiviteit van beide TCA’s (imipramine en clomipramine) is beoordeeld op laag vanwege het risico op bias en gebrek aan precisie.

 

Tetracyclische antidepressiva 
Ook zijn de resultaten van de twee RCT’s naar tetracyclische antidepressiva gepoold. Van de mirtazapine RCT zijn de resultaten op dertien weken meegenomen. De missende SD van de maprotiline RCT zijn geïmputeerd met de (identieke) SD uit twee studies die de GDS hadden afgenomen bij een cohort patiënten met dementie (Debruyne, 2009; Burke, 1998). De gepoolde SMD was -0,091 (95% BI: -0,330 tot 0,148). Geen van beide RCT's rapporteerde het percentage responders. De bewijskracht voor de effectiviteit van tetracyclische antidepressiva is beoordeeld op hoog. Een kanttekening is wel dat de uitkomsten alleen gelden voor patiënten met de ziekte van Alzheimer.

 

MAO-remmer 
In de moclobemide RCT was het verschil in symptoomreductie 3,4 op de HAM-D tussen moclobemide en placebo na zes weken (p=0,001). Ten opzichte van de gemiddelde baselinewaarde van 24,5 is dit een 14% daling. In de moclobemidegroep verbeterde 72% van de patiënten versus 59% in de controlegroep (p<0,001; NNT=8). Vanwege het hoge risico op bias en de beschikbaarheid van slechts één RCT is de bewijskracht voor de effectiviteit van deze MAO-remmer beoordeeld op laag.

 

Resultaten en bewijskracht over bijwerkingen van psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie

SSRI’s 
Sepehry onderzocht in de meta-analyse van vijf SSRI RCT’s geen bijwerkingen. Gegeven het gebrek aan effectiviteit zijn deze gegevens ook niet gepoold.

 

SNRI 
De Vasconcelos Cunha (2007) vermeldt dat 15% van de patiënten in de venlafaxinegroep één of meer bijwerkingen hadden, waaronder agitatie, tremor en psychotische symptomen, versus 8% in de placebogroep (NNH=14; p=0,10). De bewijskracht voor deze bijwerkingen zijn beoordeeld op matig omdat het om één kleine RCT gaat waarbij de ‘power’ niet berekend is op het meten van bijwerkingen.

 

Tricyclische antidepressiva 
De clomipramine RCT (Petracca, 1996) leverde voor bijwerkingen een OR van 13,2 (95% BI: 0,6 tot 279,2) op, en een risicoverschil van 33% (95% BI: 5% tot 61%). Petracca beschrijft één patiënt met een delier in de clomipraminegroep.  Reifler (1989) beschrijft één patiënt met een acute verslechtering in cognitie in de imipramine groep, terwijl in geen van de twee placebogroepen een delier optreedt. Verder beschrijft Petracca vooral frequent optredende somatische anticholinerge bijwerkingen. De bewijskracht voor de bijwerkingen van TCA zijn afgewaardeerd tot matig vanwege het risico op bias en een gebrek aan precisie.

 

Tetracyclische antidepressiva 
De RCT van Fuchs rapporteerde alleen de bijwerkingen voor de gehele studiepopulatie (depressief en niet-depressief) en Banerjee alleen na 39 weken gebruik (niet 13 weken). De gepoolde OR voor minimaal één bijwerking van deze data was 2,1 (95% BI: 1,3 tot 3,5) en het gepoolde risicoverschil was 15% (95% BI: 5 tot 25%). Fuchs (1993) rapporteert één patiënt met paranoïde wanen in de maprotiline groep, en geen in de placebogroep. Fuchs vindt verder dat patiënten cognitief verslechteren in de medicatie- versus de placebogroep, en dat er frequent somatische anticholinerge bijwerkingen zijn. Banerjee beschrijft dat na dertien weken het aantal ernstige ‘serious adverse events’ verschilde tussen de mirtazapine- en de placebogroep (12/108 versus 3/111; p=0,003). Welke ernstige bijwerkingen het betrof, werd niet gespecificeerd. De bewijskracht voor het risico op bijwerkingen is beoordeeld op hoog.

 

MAO-remmer 
Roth rapporteert alleen bijwerkingen voor de gehele studiepopulatie (depressie bij mensen met dementie of MCI). In deze RCT had 49% van de patiënten in de moclobemidegroep één of meer bijwerkingen, voornamelijk van gastro-intestinale (misselijk) en neurologische aard (duizeligheid, hoofdpijn), versus 41% in de placebogroep (geen p-waarde; NNH=14). Er is een risico voor het onderschatten van de werkelijke kans op bijwerkingen. Dat komt door het hoge risico op bias door beperkingen in studieopzet en kwaliteit, het ontbreken van een beschrijving van de bijwerkingen bij de patiënten met dementie die daarvoor mogelijk gevoeliger zijn dan de patiënten met MCI, het niet vermelden van een betrouwbaarheidsinterval of p-waarde en de beschikbaarheid van slechts één RCT.. De bewijskracht voor de bijwerkingen van deze MAO-remmer is daarom als zeer laag beoordeeld.

 

Resultaten en bewijskracht over uitval bij psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie

SSRI’s
Sepehry vond in de meta-analyse van vijf SSRI RCT’s dat de gemiddelde uitval in de SSRI-groep 1,7% hoger was dan in de placebogroep (er is geen statistische toets gerapporteerd). De bewijskracht voor de uitval is beoordeeld op hoog.

 

SNRI 
De Vasconcelos Cunha beschrijft uitval van 43% in de venlafaxinegroep versus 18% in de placebogroep (NNH=4; p=0,06). De bewijskracht voor deze bijwerkingen is beoordeeld op matig vanwege de beschikbaarheid van slechts één kleine studie.

 

Tricyclische antidepressiva 
Meta-analyse van de uitval in de twee tricyclische antidepressiva RCT’s leverde een OR van 1,1 (95%BI: 0,2 tot 4,9) op en een risicoverschil van 1% (95% BI: -18% tot 21%). De bewijskracht voor de uitval bij gebruik van TCA’s is vanwege onnauwkeurigheid afgewaardeerd tot matig.

 

Tetracyclische antidepressiva 
De uitval werd gerapporteerd in een van de RCT’s naar tetracyclische antidepressiva. Deze was hoger in de medicatie- versus placebogroep: de OR was 1,8 (95% BI: 0,9 tot 3,3) en het risicoverschil 10% (95% BI: -1% tot 21%). De bewijskracht voor uitval is beoordeeld op matig gezien het gebrek aan precisie.

 

MAO-remmer 
In de moclobemide-RCT is de uitval niet beschreven.

 

Tabel 4. Evidenceprofiel over psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie

 

Vergroot tabel

 

Medicatiegroep

           

N RCT's

Kwaliteit van het bewijs

n1/ N per groep

Behandeleffecten

Algemene beoordeling

Vertekend2

inconsistent

indirect

Niet precies3

Publicatie bias

medicatie

placebo

SMD3

(95% BI)

OR

(95% BI)

ARR4

(95% BI)

SSRI

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Depressieve symptomen

5

nee

ja9

ja8

Nee

Nee

184/

232

191/ 233

-0,06

(-0,26; 0,14)

 

 

hoog

Uitval

5

nee

nee

nee

nee

nee

52/232

54/233

 

 NG (NG)

1,7%

(NG)

hoog

SNRI

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Depressieve symptomen

1

nee

n.v.t.

ja10

ja

nee

14/14

17/17

-0,09

(-0,80; 0,61)

 

 

matig

Klinisch

relevant

respons

1

nee

n.v.t.

nee

nee

nee

8/14

11/17

 

 

-7,6%

p=0,667

matig

Bijwerkingen (>=1)

1

nee

n.v.t.

nee

ja

nee

 15%

 8%

 

 

7%

p=0,10

matig

Uitval

1

nee

n.v.t.

nee

ja

nee

6/14

3/17

 

 

25%

matig

Tricyclische antidepressiva

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Depressieve symptomen

2

ja

nee

nee

ja

nee

 25/25

27/27

-0,33 (-1,42; 0,76)5

 

 

laag

Klinisch

relevante

respons

1

ja

nee

nee

ja

nee

 9/12

 3/12

 

9,0 (1,4; 57,1)5

50% (15; 85%)5

laag

Bijwerkingen (>=1)

 1

ja

nee

nee

ja

nee

 12/12

 8/12

 

13,2 (0,6; 279,2)

33% (5; 61%)

matig

Uitval

2

nee

nee

nee

ja

nee

 4/25

 4/27

 

1,1 (0,2; 4,9)

1% (-18; 21%)

matig

Tetracyclische antidepressiva

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Depressieve symptomen

2

nee

nee

ja8

nee

nee

128/151

143/159

-0,09 (-0,33; 0,15)

 

 

hoog

Bijwerkingen (>=1)

 2

 nee

 nee

 nee

 nee

 nee

55/151

34/159

 

 2,1 (1,3; 3,5)

 15% (5; 25%)

hoog

Uitval

 1

 nee

 nee

 nee

 nee

 nee

30/108

20/111

 

 1,8 (0,9; 3,3)

 10% (-1; 21%)

matig

MAO-I-remmer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Depressieve symptomen

1

ja

n.v.t.

nee

nee

nee

NG

NG

 

3,4

p=0,001

 

laag

Klinisch relevante respons

1

ja

n.v.t.

nee

nee

nee

NG

NG

 

 

13%

p<0,001

laag

Bijwerkingen (>=1)

1

ja

n.v.t.

ja6

ja7

nee

NG

NG

 

 

7%

zeer laag

Uitval

0

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afkortingen: SMD = standardized mean difference, OR = odds ratio, ARR = absolute risicoreductie, BI = betrouwbaarheidsinterval, NG = niet gerapporteerd

1 n= aantal participanten waarvan data beschikbaar waren voor de uitkomst symptoomreductie, dan wel het aantal participanten met een klinische relevante respons, met >= 1 bijwerkingen, of die uitvielen;

2 Hoge risk of bias

3 Grote onzekerheid rondom geschatte effect (= BI te breed) door te klein aantal studies; indien SMD >0,50 dan is sprake van een klinisch relevant effect

4 NNT = 100/ ARR voor respons, en NNH= 100/ ARR voor >= bijwerkingen

5 Omdat de heterogeniteit in studieresultaten redelijk hoog was (47,0%; p = 0.152) is een random effects model gebruikt.

6 Omdat dit de gehele studiepopulatie betreft, waaronder niet alleen patiënten met dementie, maar ook patiënten met cognitieve problemen.

7 Omdat hier geen betrouwbaarheidsinterval of p waarde is gegeven

8 Omdat grootste deel van populatie enkel uit patiënten met de ziekte van Alzheimer bestaat

9 Vanwege klinisch heterogene (verschillen in doses, duur) en statistisch heterogene (I2 19,08) resultaten

10 Alleen patiënten met ‘major depression’

 

 

Gevonden studies

Van één meta-analyse en vijf RCT’s is de volledige tekst beoordeeld. Alle RCT’s werden geëxcludeerd omdat de studiepopulatie geen depressie of depressieve symptomen had. De studies staan vermeld in de exclusietabel in bijlage 2.1.

Adamson, B. C., Ensari, I., & Motl, R. W. (2015). Effect of exercise on depressive symptoms in adults with neurologic disorders: a systematic review and meta-analysis. Archives of physical medicine and rehabilitation, 96(7), 1329-1338.

Alexopoulos, G. S., Abrams, R. C., Young, R. C., & Shamoian, C. A. (1988). Cornell Scale for Depression in Dementia. Biological Psychiatry, 23(3), 271–284.


Banerjee, S., Hellier, J., Dewey, M., Romeo, R., Ballard, C., Baldwin, R., … Burns, A. (2011). Sertraline or mirtazapine for depression in dementia (HTA-SADD): a randomised, multicentre, double-blind, placebo-controlled trial. Lancet, 378(9789), 403–411. http://doi.org/10.1016/s0140-6736(11)60830-1


Banerjee, S., Hellier, J., Romeo, R., Dewey, M., Knapp, M., Ballard, C., … Burns, A. (2013). Study of the use of antidepressants for depression in dementia: the HTA-SADD trial--a multicentre, randomised, double-blind, placebo-controlled trial of the clinical effectiveness and cost-effectiveness of sertraline and mirtazapine. Health Technol Assess, 17(7), 1–166. http://doi.org/10.3310/hta17070


Barreto P., Demougeot, L., Pillard, F., Lapeyre-Mestre, M. & Rolland, Y. (2015). Exercise training for managing behavioral and psychological symptoms in people with dementia: A systematic review and meta-analysis. Ageing Research Reviews, 24, 274-285. doi: 10.1016/j.arr.2015.09.001. Epub 2015 Sep 11. Review. PubMed PMID: 26369357.


Burke, W. J., Roccaforte, W. H., Wengel, S. P., McArthur-Miller, D., Folks, D. G., & Potter, J. F. (1998). Disagreement in the reporting of depressive symptoms between patients with dementia of the Alzheimer type and their collateral sources. The American Journal of Geriatric Psychiatry : Official Journal of the American Association for Geriatric Psychiatry, 6(4), 308–319


Cheng, S. T., Chow, P. K., Edwin, C. S., & Chan, A. C. (2012). Leisure activities alleviate depressive symptoms in nursing home residents with very mild or mild dementia. The American Journal of Geriatric Psychiatry, 20(10), 904-908.


de Vasconcelos Cunha, U. G., Lopes Rocha, F., Avila de Melo, R., Alves Valle, E., de Souza Neto, J. J., Mendes Brega, R., … Sakurai, E. (2007). A placebo-controlled double-blind randomized study of venlafaxine in the treatment of depression in dementia. Dementia and Geriatric Cognitive Disorders, 24(1), 36–41. http://doi.org/10.1159/000102570


Debruyne, H., Van Buggenhout, M., Le Bastard, N., Aries, M., Audenaert, K., De Deyn, P. P., & Engelborghs, S. (2009). Is the geriatric depression scale a reliable screening tool for depressive symptoms in elderly patients with cognitive impairment? International Journal of Geriatric Psychiatry, 24(6), 556–562. http://doi.org/10.1002/gps.2154


Fuchs, A., Hehnke, U., Erhart, C., Schell, C., Pramshohler, B., Danninger, B., & Schautzer, F. (1993). Video rating analysis of effect of maprotiline in patients with dementia and depression. Pharmacopsychiatry, 26(2), 37–41. http://doi.org/10.1055/s-2007-1014339


Gerritsen, D., Leontjevas, R., Ketelaar, N. Derksen, E. Koopmans, R. Smalbrugge, M. (2014). Databank interventies langdurende zorg: beschrijving ‘Doen bij depressie’. Utrecht: Vilans.


Hamilton, M. (1960). A rating scale for depression. Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry, 23, 56–62.


Hsu, Y. C., & Wang, J. J. (2009). Physical, affective, and behavioral effects of group reminiscence on depressed institutionalized elders in Taiwan. Nursing research, 58(4), 294-299.


Huang H. C., Chen, Y. T., Chen, P. Y., Hu, S. H. L., Liu, F., Kuo, Y. L., & Chiu, H. Y. (2015). Reminiscence therapy improves cognitive functions and reduces depressive symptoms in elderly people with dementia: A meta-analysis of randomized controlled trials. Journal of the American Medical Directors Association, 16(12), 1087-1094. doi: 10.1016/j.jamda.2015.07.010. Epub 2015 Sep 1. PubMed PMID: 26341034.


Kiosses, D. N., Ravdin, L. D., Gross, J. J., Raue, P., Kotbi, N., & Alexopoulos, G. S. (2015). Problem adaptation therapy for older adults with major depression and cognitive impairment: a randomized clinical trial. JAMA psychiatry, 72(1), 22-30..


Lyketsos, C. G., DelCampo, L., Steinberg, M., Miles, Q., Steele, C. D., Munro, C., … Rabins, P. V. (2003). Treating depression in Alzheimer disease: efficacy and safety of sertraline therapy, and the benefits of depression reduction: the DIADS. Arch Gen Psychiatry, 60(7), 737–746. http://doi.org/10.1001/archpsyc.60.7.737


Lyketsos, C. G., Sheppard, J. M., Steele, C. D., Kopunek, S., Steinberg, M., Baker, A. S., … Rabins, P. V. (2000). Randomized, placebo-controlled, double-blind clinical trial of sertraline in the treatment of depression complicating Alzheimer’s disease: initial results from the Depression in Alzheimer's Disease study. Am J Psychiatry, 157(10), 1686–1689. http://doi.org/10.1176/appi.ajp.157.10.1686


Magai, C., Kennedy, G., Cohen, C. I., & Gomberg, D. (2000). A controlled clinical trial of sertraline in the treatment of depression in nursing home patients with late-stage Alzheimer’s disease. Am J Geriatr Psychiatry, 8(1), 66–74. Retrieved from http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1064748112610008


Montgomery, S. A., & Asberg, M. (1979). A new depression scale designed to be sensitive to change. The British Journal of Psychiatry : The Journal of Mental Science, 134, 382–389.


O’Connor , D. W., Ames, D., Gardner, B., & King, M. (2009). Psychosocial treatments of psychological symptoms in dementia: a systematic review of reports meeting quality standards. International Psychogeriatrics, 21(02), 241-251.


Petracca, G. M., Chemerinski, E., & Starkstein, S. E. (2001). A double-blind, placebo-controlled study of fluoxetine in depressed patients with Alzheimer’s disease. Int Psychogeriatr, 13(2), 233–240.


Petracca, G., Teson, A., Chemerinski, E., Leiguarda, R., & Starkstein, S. E. (1996). A double-blind placebo-controlled study of clomipramine in depressed patients with Alzheimer’s disease. J Neuropsychiatry Clin Neurosci, 8(3), 270–275.

Porsteinsson, A. P., Drye, L. T., Pollock, B. G., Devanand, D. P., Frangakis, C., Ismail, Z., … Lyketsos, C. G. (2014). Effect of citalopram on agitation in Alzheimer disease: the CitAD randomized clinical trial. Jama, 311(7), 682–91. http://doi.org/10.1001/jama.2014.93


Regan B. & Varanelli, L. (2013). Adjustment, depression, and anxiety in mild cognitive impairment and early dementia: a systematic review of psychological intervention studies. International Psychogeriatrics, 25(12), 1963-1984. doi: 10.1017/S104161021300152X. Epub 2013 Oct 14. Review. PubMed PMID: 24125507.


Reifler, B. V, Teri, L., Raskind, M., Veith, R., Barnes, R., White, E., & McLean, P. (1989). Double-blind trial of imipramine in Alzheimer’s disease patients with and without depression. Am J Psychiatry, 146(1), 45–49. http://doi.org/10.1176/ajp.146.1.45


Rosenberg, P. B., Drye, L. T., Martin, B. K., Frangakis, C., Mintzer, J. E., Weintraub, D., … Lyketsos, C. G. (2010). Sertraline for the treatment of depression in Alzheimer disease. Am J Geriatr Psychiatry, 18(2), 136–145. http://doi.org/10.1097/JGP.0b013e3181c796eb


Roth, M., Mountjoy, C. Q., & Amrein, R. (1996). Moclobemide in elderly patients with cognitive decline and depression: an international double-blind, placebo-controlled trial. Br J Psychiatry, 168(2), 149–157.


Teri, L., Logsdon, R. G., Uomoto, J., & McCurry, S. M. (1997). Behavioral treatment of depression in dementia patients: a controlled clinical trial. Journal of Gerontology: Psychological Sciences, 52(4), 159-166.


Testad, I., Corbett, A., Aarsland, D., Lexow, K.O., Fossey, J., Woods, B. & Ballard, C. (2014). The value of personalized psychosocial interventions to address behavioral and psychological symptoms in people with dementia living in care home settings: a systematic review. International Psychogeriatrics 26, 1083-1098.


Thune-Boyle I.C., Iliffe, S., Cerga-Pashoja, A., Lowery, D., & Warner, J. (2012). The effect of exercise on behavioral and psychological symptoms of dementia: towards a research agenda. International Psychogeriatrics 24, 1046-1057.


Verkaik, R., van Weert, J. & Francke, A. L. (2005). The effects of psychosocial methods on depressed, aggressive and apathetic behaviors of people with dementia: a systematic review. International journal of geriatric psychiatry, 20(4), 301-314.


Williams, C. L., & Tappen, R. M. (2008). Exercise training for depressed older adults with Alzheimer's disease. Aging and Mental Health, 12(1), 72-80.

Tabel 1.1. Exclusietabel psychologische en psychosociale studies (exclusie na lezen van volledige artikel)

 

Vergroot tabel

Referentie

Reden van exclusie

Primaire studies (RCT's): 15 studies

 

Ashida, S. (2000). The effect of reminiscence music therapy sessions on changes in depressive symptoms in elderly persons with dementia. Journal of Music Therapy, 37(3), 170-182.

design: geen RCT

Beck, C. K., Vogelpohl, T. S., Rasin, J. H., Uriri, J. T., O’sullivan, P., Walls, R., ... & Baldwin, B. (2002) Effects of behavioral interventions on disruptive behavior and affect in demented nursing home residents. Nursing Research 51(4), 219-228.

geen specifieke indicatie depressie

Boström, G., Conradsson, M., Hörnsten, C., Rosendahl, E., Lindelöf, N., Holmberg, H., ... & Littbrand, H. (2015). Effects of high-intensity functional exercise on depressive symptoms among people with dementia in residential care facilities: a randomised controlled trial. International Journal of Geriatric Psychiatry (8), 868-878.

geen specifieke indicatie depressie

Bruvik, F. K., Allore, H. G., Ranhoff, A. H., & Engedal, K. (2013). The effect of psychosocial support intervention on depression in patients with dementia and their family caregivers: an assessor-blinded randomized controlled trial. Dementia and geriatric cognitive disorders extra, 3(1), 386-397.

geen specifieke indicatie depressie

Chu, H., Yang, C. Y., Lin, Y., Ou, K. L., Lee, T. Y., O’Brien, A. P., & Chou, K. R. (2014) The impact of group music therapy on depression and cognition in elderly persons with dementia: a randomized controlled study. Biological Research for Nursing. 16(2), 209-217.

geen specifieke indicatie depressie

Chu, H., Yang, C. Y., Lin, Y., Ou, K. L., Lee, T. Y., O’Brien, A. P., & Chou, K. R. (2016) Effects of high-intensity functional exercise on depressive symptoms among people with dementia in residential care facilities: A randomised controlled trial. International Journal of Geriatric Psychiatry (8), 868-878.

geen specifieke indicatie depressie

Duru Aşiret, G. & Kapucu,S. (2016) The Effect of Reminiscence Therapy on Cognition, Depression, and Activities of Daily Living for Patients With Alzheimer Disease. Journal of geriatric psychiatry and neurology, 29(1), 31-37.

design: geen RCT

Graff, M. J., Vernooij-Dassen, M. J., Thijssen, M., Dekker, J., Hoefnagels, W. H., & OldeRikkert, M. G. (2007) Effects of community occupational therapy on quality of life, mood, and health status in dementia patients and their caregivers: a randomized controlled trial. The Journals of Gerontology Series A: Biological Sciences and Medical Sciences, 62(9), 1002-1009.

geen specifieke indicatie depressie

Jøranson, N., Pedersen, I., Rokstad, A. M. M., & Ihlebæk, C. (2015). Effects on Symptoms of Agitation and Depression in Persons With Dementia Participating in Robot-Assisted Activity: A Cluster-Randomized Controlled Trial. Journal of the American Medical Directors Association 16(10), 867-873.

geen specifieke indicatie depressie

Lam, L. C., Lui, V. W., Luk, D. N., Chau, R., So, C., Poon, V., ... & Fung, A. (2010). Effectiveness of an individualized functional training program on affective disturbances and functional skills in mild and moderate dementia--a randomized control trial. International journal of geriatric psychiatry, 25(2), 133-141.

geen specifieke indicatie depressie

Mahendra, N. (2004) Exercise and behavioural management training improves physical health and reduces depression in people with Alzheimer's disease. Evidence-Based Healthcare 8(2), 77-79.

geen specifieke indicatie depressie

Moyle, W., Cooke, M. L., Beattie, E., Shum, D. H., O’Dwyer, S. T., & Barrett, S. (2014) Foot massage versus quiet presence on agitation and mood in people with dementia: a randomised controlled trial. International journal of nursing studies, 51(6), 856-864.

geen specifieke indicatie depressie

Olsen, C., Pedersen, I., Bergland, A., Enders‐Slegers, M. J., Patil, G., & Ihlebæk, C. (2016) Effect of animal-assisted interventions on depression, agitation and quality of life in nursing home residents suffering from cognitive impairment or dementia: a cluster randomized controlled trial. International journal of geriatric psychiatry,1-10.

geen specifieke indicatie depressie

Werner, J., Wosch, T., & Gold, C. (2015) Effectiveness of group music therapy versus recreational group singing for depressive symptoms of elderly nursing home residents: pragmatic trial. Aging and Mental Health 1-9.

geen specifieke indicatie depressie

Williams, C. L., & Tappen, R. M. (2007). Effect of exercise on mood in nursing home residents with Alzheimer's disease. American Journal of Alzheimer's Disease & Other Dementias, 22(5), 389-397.

geen specifieke indicatie depressie

Systematische reviews: 17 SR's, waarbinnen 53 RCT’s geëxcludeerd

 

Adamson, B. C., Ensari, I., & Motl, R. W. (2015). Effect of exercise on depressive symptoms in adults with neurologic disorders: a systematic review and meta-analysis. Archives of physical medicine and rehabilitation, 96(7), 1329-1338.

Op Williams 2008 na, zijn 3 RCT’s geëxcludeerd:

Rolland, Y., Pillard, F., Klapouszczak, A., Reynish, E., Thomas, D., Andrieu, S., ... & Vellas, B. (2007). Exercise Program for Nursing Home Residents with Alzheimer's Disease: A 1‐Year Randomized, Controlled Trial. Journal of the American Geriatrics Society, 55(2), 158-165. (ook uit BARRETO 2015 en POTTER 2011)

Steinberg, M., Leoutsakos, J. M. S., Podewils, L. J., & Lyketsos, C. G. (2009). Evaluation of a home‐based exercise program in the treatment of Alzheimer's disease: The Maximizing Independence in Dementia (MIND) study. International journal of geriatric psychiatry, 24(7), 680-685.

Vreugdenhil, A., Cannell, J., Davies, A., & Razay, G. (2012). A community‐based exercise programme to improve functional ability in people with Alzheimer’s disease: A randomized controlled trial. Scandinavian journal of caring sciences, 26(1), 12-19. (ook uit BARRETO 2015)

Van de 4 RCT’s zijn er 3 geëxcludeerd

 

geen specifieke indicatie depressie

 

depressie niet primaire uitkomstmaat

 

geen specifieke indicatie depressie

Barreto P., Demougeot, L., Pillard, F., Lapeyre-Mestre, M. & Rolland, Y. (2015). Exercise training for managing behavioral and psychological symptoms in people with dementia: A systematic review and meta-analysis. Ageing Research Reviews, 24, 274-285.

Op Cheng 2012 en Williams 2008 na zijn 5 RCT’s geëxcludeerd:

Conradsson, M., Littbrand, H., Lindelöf, N., Gustafson, Y., & Rosendahl, E. (2010). Effects of a high-intensity functional exercise programme on depressive symptoms and psychological well-being among older people living in residential care facilities: a cluster-randomized controlled trial. Aging & mental health, 14(5), 565-576.

Dechamps, A., Diolez, P., Thiaudière, E., Tulon, A., Onifade, C., Vuong, T., ... & Bourdel-Marchasson, I. (2010). Effects of exercise programs to prevent decline in health-related quality of life in highly deconditioned institutionalized elderly persons: a randomized controlled trial. Archives of internal medicine, 170(2), 162-169.

Eggermont, L. H. P., Swaab, D. F., Hol, E. M., & Scherder, E. J. A. (2009). Walking the line: a randomised trial on the effects of a short term walking programme on cognition in dementia. Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry, 80(7), 802-804.

Rolland, Y., Pillard,F., Klapouszczak,A., Reynish,E., Thomas,D., Andrieu,S., Riviere,D., & Vellas,B. (2007) Exercise program for nursing home residents with Alzheimer's disease: a 1-year randomized, controlled trial. J.Am.Geriatr.Soc. 55, 158-165.
(Ook uit ADAMSON 2015 en POTTER 2011)

Vreugdenhil, A., Cannell, J., Davies, A., & Razay, G. (2012). A community‐based exercise programme to improve functional ability in people with Alzheimer’s disease: A randomized controlled trial. Scandinavian journal of caring sciences, 26(1), 12-19. (Ook uit ADAMSON 2015)

Van de 7 RCT’s zijn er 5 geëxcludeerd

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen dementie

 

depressie niet primaire uitkomstmaat

 

geen specifieke indicatie depressie

 

 

geen specifieke indicatie depressie

Chang, Y. S., Chu, H., Yang, C. Y., Tsai, J. C., Chung, M. H., Liao, Y. M., ... & Chou, K. R. (2015). The efficacy of music therapy for people with dementia: A meta‐analysis of randomised controlled trials. Journal of clinical nursing, 24(23-24), 3425-3440.

De volgende 5 RCT’s gericht op depressie, zijn geëxcludeerd:

Cooke, M., Moyle, W., Shum, D., Harrison, S., & Murfield, J. (2010). A randomized controlled trial exploring the effect of music on quality of life and depression in older people with dementia. Journal of Health Psychology, 15(5), 765-776.

Guétin, S., Portet, F., Picot, M. C., Pommie, C., Messaoudi, M., Djabelkir, L., ... & Touchon, J. (2009). Effect of music therapy on anxiety and depression in patients with Alzheimer's type dementia: randomised, controlled study. Dementia and geriatric cognitive disorders 28 (1), 36-46.

Janata, P. (2012). Effects of widespread and frequent personalized music programming on agitation and depression in assisted living facility residents with Alzheimer-type dementia. Music and Medicine, 4, 8-15.

Raglio, A., Bellelli, G., Traficante, D., Gianotti, M., Ubezio, M. C., Villani, D., & Trabucchi, M. (2008). Efficacy of music therapy in the treatment of behavioral and psychiatric symptoms of dementia. Alzheimer Disease & Associated Disorders, 22(2), 158-162. (ook uit UEDA 2013)

Raglio, A., Bellelli, G., Traficante, D., Gianotti, M., Ubezio, M. C., Gentile, S., ... & Trabucchi, M. (2010). Efficacy of music therapy treatment based on cycles of sessions: a randomised controlled trial. Aging and Mental Health, 14(8), 900-904. (ook uit Ueda 2013)

Van de 5 RCT’s gericht op depressie zijn er 5 geëxcludeerd

 

geen specifieke indicatie depressie

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

Huang H. C., Chen, Y. T., Chen, P. Y., Hu, S. H. L., Liu, F., Kuo, Y. L., & Chiu, H. Y. (2015). Reminiscence therapy improves cognitive functions and reduces depressive symptoms in elderly people with dementia: A meta-analysis of randomized controlled trials. Journal of the American Medical Directors Association, 16(12), 1087-1094.

Op Hsu 2009 na, zijn 7 RCT’s geëxcludeerd:

Goldwasser, A. N., Auerbach, S. M., & Harkins, S. W. (1987). Cognitive, affective, and behavioral effects of reminiscence group therapy on demented elderly. The International Journal of Aging and Human Development, 25(3), 209-222.

Hsieh, C.J., Chang,C., Su,S.F., Hsiao,Y.L., Shih,Y.W., Han,W.H., & Lin,C.C. (2010) Reminiscence group therapy on depression and apathy in nursing home residents with mild-to-moderate dementia. Journal of Experimental and Clinical Medicine 2, 72-78.

Nakamae, T., Yotsumoto, K., Tatsumi, E., & Hashimoto, T. (2014). Effects of productive activities with reminiscence in occupational therapy for people with dementia: A pilot randomized controlled study. Hong Kong Journal of Occupational Therapy, 24(1), 13-19.

O'Shea, E., Devane, D., Cooney, A., Casey, D., Jordan, F., Hunter, A., ... & Murphy, K. (2014). The impact of reminiscence on the quality of life of residents with dementia in long‐stay care. International journal of geriatric psychiatry, 29(10), 1062-1070.

Van Bogaert, P., Van Grinsven, R., Tolson, D., Wouters, K., Engelborghs, S., & Van der Mussele, S. (2013). Effects of SolCos model-based individual reminiscence on older adults with mild to moderate dementia due to Alzheimer disease: A pilot study. Journal of the American Medical Directors Association, 14(7), 528-e9.

Wang, J. J. (2007). Group reminiscence therapy for cognitive and affective function of demented elderly in Taiwan. International journal of geriatric psychiatry, 22(12), 1235-1240.

Woods, R. T., Bruce, E., Edwards, R. T., Elvish, R., Hoare, Z., Hounsome, B., ... & Rees, J. (2012). REMCARE: reminiscence groups for people with dementia and their family caregivers–effectiveness and cost-effectiveness pragmatic multicentre randomised trial. Health Technol Assess 16: 1-116.

Van de 8 RCT’s zijn er 7 geëxcludeerd

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

geen specifieke indicatie depressie

Moniz Cook, E. D., Swift, K., James, I., Malouf, R., De Vugt, M., & Verhey, F. (2012). Functional analysis‐based interventions for challenging behaviour in dementia. The Cochrane Library.

De volgende 3 RCT’s zijn geëxcludeerd.

Farran, C. J., Gilley, D. W., McCann, J. J., Bienias, J. L., Lindeman, D. A., & Evans, D. A. (2004). Psychosocial interventions to reduce depressive symptoms of dementia caregivers: A randomized clinical trial comparing two approaches. Journal of Mental Health and Aging, 10(4), 337-350.

Proctor, R., Burns, A., Powell, H. S., Tarrier, N., Faragher, B., Richardson, G., ... & South, B. (1999). Behavioural management in nursing and residential homes: a randomised controlled trial. The Lancet, 354(9172), 26-29. (Ook uit SPECTOR 2013)

Teri, L., Gibbons, L. E., McCurry, S. M., Logsdon, R. G., Buchner, D. M., Barlow, W. E., ... & Larson, E. B. (2003). Exercise plus behavioral management in patients with Alzheimer disease: a randomized controlled trial. Jama, 290(15), 2015-2022. (Ook uit OLAZARAN 2010, THUNE-BOYLE 2012 en POTTER 2011)

Van de 3 RCT’s zijn er 3 geëxcludeerd

 

Geen patiënten maar mantelzorgers met depressie

geen specifieke indicatie depressie

geen specifieke indicatie depressie

O’Connor , D. W., Ames, D., Gardner, B., & King, M. (2009). Psychosocial treatments of psychological symptoms in dementia: a systematic review of reports meeting quality standards. International Psychogeriatrics, 21(02), 241-251.

Op Teri 1997 na, is 1 RCT geëxcludeerd:

Baker, R., Holloway, J., Holtkamp, C., Larsson, A., Hartman, L. C., Pearce, R., ... & Owens, M. (2003). Effects of multi‐sensory stimulation for people with dementia. Journal of advanced nursing, 43(5), 465-477.

Van de 2 RCT’s is er 1 geëxcludeerd

 

geen specifieke indicatie depressie

Olazarán, J., Reisberg, B., Clare, L., Cruz, I., Peña-Casanova, J., Del Ser, T., ... & Spector, A. (2010). Nonpharmacological therapies in Alzheimer’s disease: a systematic review of efficacy. Dementia and geriatric cognitive disorders, 30(2), 161-178.

De volgende 4 RCT's zijn geëxcludeerd:

Chapman, S. B., Weiner, M. F., Rackley, A., Hynan, L. S., & Zientz, J. (2004). Effects of cognitive-communication stimulation for Alzheimer's disease patients treated with donepezil. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 47(5), 1149-1163.

Olazaran, J., Muniz, R., Reisberg, B., Peña-Casanova, J., Del Ser, T., Cruz-Jentoft, A. J., ... & Galiano, M. (2004). Benefits of cognitive-motor intervention in MCI and mild to moderate Alzheimer disease. Neurology, 63(12), 2348-2353.

Tadaka, E., & Kanagawa, K. (2004). A randomized controlled trial of a group care program for community‐dwelling elderly people with dementia. Japan Journal of Nursing Science, 1(1), 19-25.

Teri, L., Gibbons, L. E., McCurry, S. M., Logsdon, R. G., Buchner, D. M., Barlow, W. E., ... & Larson, E. B. (2003). Exercise plus behavioral management in patients with Alzheimer disease: a randomized controlled trial. Jama, 290(15), 2015-2022. (Ook uit MONIZ COOK 2012; THUNE-BOYLE 2012)

Van de 4 RCT’s gericht op depressie zijn er 4 geëxcludeerd

 

gemengde interventie: medisch

geen specifieke indicatie depressie

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

Oliveira, A. M. D., Radanovic, M., Mello, P. C. H. D., Buchain, P. C., Vizzotto, A. D. B., Celestino, D. L., ... & Forlenza, O. V. (2015) Nonpharmacological Interventions to Reduce Behavioral and Psychological Symptoms of Dementia: A Systematic Review. BioMed Research International 2015, 218980.

Er waren geen RCT’s gericht op depressie

Orgeta, V., Qazi, A., Spector, A. E., & Orrell, M. (2014). Psychological treatments for depression and anxiety in dementia and mild cognitive impairment. The Cochrane Library.

De volgende 4 RCT's zijn geëxcludeerd:

Burgener, S. C., Yang, Y., Gilbert, R., & Marsh-Yant, S. (2008). The effects of a multimodal intervention on outcomes of persons with early-stage dementia. American journal of Alzheimer's disease and other dementias, 23(4), 382-394. (ook uit POTTER 2011)

Burns, A., Guthrie, E., Marino-Francis, F., Busby, C., Morris, J., Russell, E., ... & Byrne, J. (2005). Brief psychotherapy in Alzheimer's disease. The British Journal of Psychiatry, 187(2), 143-147.

Tappen, R. M., & Williams, C. L. (2009). Therapeutic conversation to improve mood in nursing home residents with Alzheimer’s disease. Research in gerontological nursing, 2(4), 267-275.

Waldorff, F. B., Buss, D. V., Eckermann, A., Rasmussen, M. L. H., Keiding, N., Rishøj, S., ... & Waldemar, G. (2012). Efficacy of psychosocial intervention in patients with mild Alzheimer’s disease: the multicentre, rater blinded, randomised Danish Alzheimer Intervention Study (DAISY). BMJ 2012;345:1-14.

Van de 4 RCT’s gericht op depressie zijn er 4 geëxcludeerd

geen specifieke indicatie depressie

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

geen specifieke indicatie depressie

Orgeta, V., Qazi,A., Spector,A., & Orrell,M. (2015) Psychological treatments for depression and anxiety in dementia and mild cognitive impairment: systematic review and meta-analysis. British Journal of Psychiatry 207, 293-298

(doublure, zie Orgeta 2014)

Potter, R., Ellard, D., Rees, K., & Thorogood, M. (2011). A systematic review of the effects of physical activity on physical functioning, quality of life and depression in older people with dementia. International journal of geriatric psychiatry, 26(10), 1000-1011.

De volgende 4 RCT’s gericht op depressie, zijn geëxcludeerd:

Burgener, S. C., Yang, Y., Gilbert, R., & Marsh-Yant, S. (2008). The effects of a multimodal intervention on outcomes of persons with early-stage dementia. American journal of Alzheimer's disease and other dementias, 23(4), 382-394. (ook uit ORGETA 2014)

Rolland, Y., Pillard,F., Klapouszczak,A., Reynish,E., Thomas,D., Andrieu,S., Riviere,D., & Vellas,B. (2007) Exercise program for nursing home residents with Alzheimer's disease: a 1-year randomized, controlled trial. J.Am.Geriatr.Soc. 55, 158-165.
(ook uit ADAMSON 2015 en BARRETO 2015)

Teri, L., Gibbons, L. E., McCurry, S. M., Logsdon, R. G., Buchner, D. M., Barlow, W. E., ... & Larson, E. B. (2003). Exercise plus behavioral management in patients with Alzheimer disease: a randomized controlled trial. Jama, 290(15), 2015-2022. (ook uit MONIZ COOK 2012, OLAZARAN 2010 en THUNE-BOYLE 2012)

Van de Winckel, A., Feys, H., De Weerdt, W., & Dom, R. (2004). Cognitive and behavioural effects of music-based exercises in patients with dementia. Clinical rehabilitation, 18(3), 253-260.

Van de 4 RCT’s gericht op depressie zijn er 4 geëxcludeerd

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

geen specifieke indicatie depressie

Regan B. & Varanelli, L. (2013). Adjustment, depression, and anxiety in mild cognitive impairment and early dementia: a systematic review of psychological intervention studies. International Psychogeriatrics, 25(12), 1963-1984.

Op Teri 1997 na, zijn 4 RCT's geëxcludeerd:

Alexopoulos, G. S., Raue, P., & Areán, P. (2003). Problem-solving therapy versus supportive therapy in geriatric major depression with executive dysfunction. The American Journal of Geriatric Psychiatry, 11(1), 46-52.

George, D. R., & Singer, M. E. (2011). Intergenerational volunteering and quality of life for persons with mild to moderate dementia: results from a 5-month intervention study in the United States. The American Journal of Geriatric Psychiatry, 19(4), 392-396.

Jha, A., Jan, F., Gale, T., & Newman, C. (2013). Effectiveness of a recovery‐orientated psychiatric intervention package on the wellbeing of people with early dementia: a preliminary randomised controlled trial. International journal of geriatric psychiatry, 28(6), 589-596.

Kiosses, D. N., Arean, P. A., Teri, L., & Alexopoulos, G. S. (2010). Home-delivered problem adaptation therapy (PATH) for depressed, cognitively impaired, disabled elders: a preliminary study. The American Journal of Geriatric Psychiatry, 18(11), 988-998.

Van de 5 RCT's zijn er 4 geëxcludeerd.

 

geen dementie

depressie niet primaire uitkomstmaat

 

depressie niet primaire uitkomstmaat

 

geen dementie

Spector, A., Orrell,M., & Goyder,J. (2013) A systematic review of staff training interventions to reduce the behavioural and psychological symptoms of dementia. Ageing Research Reviews 12, 354-364.

De volgende 5 RCT's gericht op depressie zijn geëxcludeerd:

Finnema, E., Dröes, R. M., Ettema, T., Ooms, M., Adèr, H., Ribbe, M., & Tilburg, W. V. (2005). The effect of integrated emotion‐oriented care versus usual care on elderly persons with dementia in the nursing home and on nursing assistants: a randomized clinical trial. International journal of geriatric psychiatry, 20(4), 330-343.

Lyne, K. J., Moxon, S., Sinclair, I., Young, P., Kirk, C., & Ellison, S. (2006). Analysis of a care planning intervention for reducing depression in older people in residential care. Aging and Mental Health, 10(4), 394-403.

McCallion, P., Toseland, R. W., Lacey, D., & Banks, S. (1999). Educating nursing assistants to communicate more effectively with nursing home residents with dementia. The Gerontologist, 39(5), 546-558.

Proctor, R., Burns, A., Powell, H. S., Tarrier, N., Faragher, B., Richardson, G., ... & South, B. (1999). Behavioural management in nursing and residential homes: a randomised controlled trial. The Lancet, 354(9172), 26-29. (Ook uit MONIZ COOK 2012)

Teri, L., Huda, P., Gibbons, L., Young, H., & Van Leynseele, J. (2005). STAR: A Dementia-Specific Training Program for Staff in Assisted Living Residences Nancy Morrow-Howell, MSW, PhD, Editor. The Gerontologist, 45(5), 686-693.

Van de 5 RCT’s gericht op depressie zijn er 5 geëxcludeerd.

geen specifieke indicatie depressie

 

 

geen dementie

 

geen specifieke indicatie depressie

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

Testad, I., Corbett, A., Aarsland, D., Lexow, K.O., Fossey, J., Woods, B. & Ballard, C. (2014). The value of personalized psychosocial interventions to address behavioral and psychological symptoms in people with dementia living in care home settings: a systematic review. International Psychogeriatrics 26, 1083-1098.

Alleen Williams 2008 is geïncludeerd

Op 1 RCT na waren er geen RCT’s gericht op depressie

Thuné-Boyle I.C., Iliffe, S., Cerga-Pashoja, A., Lowery, D., & Warner, J. (2012). The effect of exercise on behavioral and psychological symptoms of dementia: towards a research agenda. International Psychogeriatrics 24, 1046-1057.

Op Williams 2008 na, is 1 RCT geëxcludeerd:

Teri, L., Gibbons, L. E., McCurry, S. M., Logsdon, R. G., Buchner, D. M., Barlow, W. E., ... & Larson, E. B. (2003). Exercise plus behavioral management in patients with Alzheimer disease: a randomized controlled trial. Jama, 290(15), 2015-2022. (Ook uit MONIZ COOK 2012; OLAZARAN 2010 en POTTER 2011)

Van de 2 RCT’s gericht op depressie is er 1 geëxcludeerd

geen specifieke indicatie depressie

Ueda, T., Suzukamo, Y., Sato, M., & Izumi, S. I. (2013). Effects of music therapy on behavioral and psychological symptoms of dementia: a systematic review and meta-analysis. Ageing Research Reviews 12, 628-641.

De 7 RCT’s zijn geëxcludeerd (waarvan 3 afgewezen op grond van taal: Japans; niet vermeld)

Guétin, S., Portet, F., Picot, M. C., Pommie, C., Messaoudi, M., Djabelkir, L., ... & Touchon, J. (2009). Effect of music therapy on anxiety and depression in patients with Alzheimer's type dementia: randomised, controlled study. Dementia and geriatric cognitive disorders 28 (1), 36-46. (ook uit CHANG 2013)

Raglio, A., Bellelli, G., Traficante, D., Gianotti, M., Ubezio, M. C., Villani, D., & Trabucchi, M. (2008). Efficacy of music therapy in the treatment of behavioral and psychiatric symptoms of dementia. Alzheimer Disease & Associated Disorders, 22(2), 158-162. (ook uit CHANG 2013)

Raglio, A., Bellelli, G., Traficante, D., Gianotti, M., Ubezio, M. C., Gentile, S., ... & Trabucchi, M. (2010). Efficacy of music therapy treatment based on cycles of sessions: a randomised controlled trial. Aging and Mental Health, 14(8), 900-904. (ook uit CHANG 2013)

Suzuki, M., Kanamori, M., Nagasawa, S., Tokiko, I. & Takayuki, S. (2007). Music therapy induced changes in behavioral evaluations, and saliva chromogranin A and immunoglobulin A concentrations in elderly patients with senile dementia. Geriatrics & Gerontology International, 7(1), 61–71.

Van de 7 RCT’s gericht op depressie zijn er 7 geëxcludeerd

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

 

geen specifieke indicatie depressie

Verkaik, R., van Weert, J. & Francke, A. L. (2005). The effects of psychosocial methods on depressed, aggressive and apathetic behaviors of people with dementia: a systematic review. International journal of geriatric psychiatry, 20(4), 301-314.

Alleen Teri 1997 is geïncludeerd.

Op 1 RCT na waren er geen RCT’s gericht op depressie

 

Tabel 1.2. Risico op bias in studies naar psychologische en psychosociale interventies

 

Vergroot tabel

 

1. randomisatie proces

2. afwijkingen van beoogde interventie

3. ontbrekende uitkomsten

4. uitkomstmetingen

5. selectieve rapportage

6. overig

aantal items zonder bias (n)

Hsu 2009

Wel bias

Wel bias

Wel bias

onduidelijk

Geen bias

Geen bias

2

Cheng 2012

onduidelijk

onduidelijk

Geen bias

Geen bias

Geen bias

Geen bias

4

Williams 2008

Geen bias

Wel bias

onduidelijk

Geen bias

Geen bias

Wel bias

3

Kiosses 2015

Geen bias

Geen bias

Geen bias

Geen bias

Geen bias

Wel bias

5

Teri 1997

onduidelijk

Geen bias

Geen bias

Geen bias

Geen bias

Wel bias

4

 

Tabel 2.1. Exclusietabel lichttherapie

 

Vergroot tabel

Studie

Redenen van exclusie

Burns, A., Allen, H., Tomenson, B., Duignan, D., & Byrne, J. (2009). Bright light therapy for agitation in dementia: a randomized controlled trial. International Psychogeriatrics / IPA, 21(4), 711–721. http://doi.org/10.1017/S1041610209008886

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Dowling, G. A., Hubbard, E. M., Mastick, J., Luxenberg, J. S., Burr, R. L., & Van Someren, E. J. (2005). Effect of morning bright light treatment for rest-activity disruption in institutionalized patients with severe Alzheimer’s disease. Int Psychogeriatr, 17(2), 221–236.

Dowling, G. A., Graf, C. L., Hubbard, E. M., & Luxenberg, J. S. (2007). Light treatment for neuropsychiatric behaviors in Alzheimer’s disease. Western Journal of Nursing Research, 29(8), 961–975. http://doi.org/10.1177/0193945907303083

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Fontana Gasio, P., Kräuchi, K., Cajochen, C., Van Someren, E., Amrhein, I., Pache, M., … Wirz-Justice, A. (2003). Dawn-dusk simulation light therapy of disturbed circadian rest-activity cycles in demented elderly. Exp Gerontol, 38(1-2), 207–216. http://doi.org/10.1016/S0531-5565(02)00164-X

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Forbes, D., Blake, C. M., Thiessen, E. J., Peacock, S., & Hawranik, P. (2014). Light therapy for improving cognition, activities of daily living, sleep, challenging behaviour, and psychiatric disturbances in dementia. Cochrane Database Syst Rev, 2, Cd003946. http://doi.org/10.1002/14651858.CD003946.pub4

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Lyketsos, C. G., Lindell Veiel, L., Baker, A., & Steele, C. (1999). A randomized, controlled trial of bright light therapy for agitated behaviors in dementia patients residing in long-term care. International Journal of Geriatric Psychiatry, 14(7), 520–525.

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Riemersma-van der Lek, R. F., Swaab, D. F., Twisk, J., Hol, E. M., Hoogendijk, W. J., & Van Someren, E. J. (2008). Effect of Bright Light and Melatonin on Cognitive and Noncognitive Function in Elderly Residents of Group Care Facilities. Jama, 299(22), 2642. http://doi.org/10.1001/jama.299.22.2642

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

 

 

Tabel 3.1 Exclusietabel psychofarmaca (op basis van volledig artikel)

 

Vergroot tabel

 

Studie

Redenen van exclusie

Ahmed, A., van der Marck, M. A., van den Elsen, G., & Olde Rikkert, M. (2015). Cannabinoids in late-onset Alzheimer’s disease. Clinical Pharmacology and Therapeutics, 97(6), 597–606. http://doi.org/10.1002/cpt.117

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Asayama, K., Yamadera, H., Ito, T., Suzuki, H., Kudo, Y., & Endo, S. (2003). Double blind study of melatonin effects on the sleep-wake rhythm, cognitive and non-cognitive functions in Alzheimer type dementia. J Nippon Med Sch, 70(4), 334–341.

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Bachinskaya, N., Hoerr, R., & Ihl, R. (2011). Alleviating neuropsychiatric symptoms in dementia: the effects of Ginkgo biloba extract EGb 761. Findings from a randomized controlled trial. Neuropsychiatr Dis Treat, 7, 209–215. http://doi.org/10.2147/ndt.s18741

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Bains, J., Birks, J., & Dening, T. (2002). Antidepressants for treating depression in dementia. The Cochrane Database of Systematic Reviews, (4), CD003944. http://doi.org/10.1002/14651858.CD003944

MA waarin recente trials niet waren opgenomen.

Bains, J., Birks, J. S., & Dening, T. R. (2002). The efficacy of antidepressants in the treatment of depression in dementia. Cochrane Database of Systematic Reviews (Online), (4), CD003944.

MA waarin recente trials niet waren opgenomen.

Ballard, C., Thomas, A., Gerry, S., Yu, L. M., Aarsland, D., Merritt, C., … Walker, Z. (2015). A double-blind randomized placebo-controlled withdrawal trial comparing memantine and antipsychotics for the long-term treatment of function and neuropsychiatric symptoms in people with Alzheimer’s disease (MAIN-AD). J Am Med Dir Assoc, 16(4), 316–322. http://doi.org/10.1016/j.jamda.2014.11.002

Trial; niet placebo-gecontroleerd.

Como, P. G., Rubin, A. J., O’Brien, C. F., Lawler, K., Hickey, C., Rubin, A. E., … Shoulson, I. (1997). A controlled trial of fluoxetine in nondepressed patients with Huntington’s disease. Mov Disord, 12(3), 397–401. http://doi.org/10.1002/mds.870120319

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Cummings, J. L., McRae, T., & Zhang, R. (2006). Effects of donepezil on neuropsychiatric symptoms in patients with dementia and severe behavioral disorders. Am J Geriatr Psychiatry, 14(7), 605–612. http://doi.org/10.1097/01.JGP.0000221293.91312.d3

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Cummings, J. L., Schneider, E., Tariot, P. N., & Graham, S. M. (2006). Behavioral effects of memantine in Alzheimer disease patients receiving donepezil treatment. Neurology, 67(1), 57–63. http://doi.org/10.1212/01.wnl.0000223333.42368.f1

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Finkel, S. I., Mintzer, J. E., Dysken, M., Krishnan, K. R., Burt, T., & McRae, T. (2004). A randomized, placebo-controlled study of the efficacy and safety of sertraline in the treatment of the behavioral manifestations of Alzheimer’s disease in outpatients treated with donepezil. Int J Geriatr Psychiatry, 19(1), 9–18. http://doi.org/10.1002/gps.998

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Furukawa, K., Tomita, N., Uematsu, D., Okahara, K., Shimada, H., Ikeda, M., … Arai, H. (2015). Randomized double-blind placebo-controlled multicenter trial of Yokukansan for neuropsychiatric symptoms in Alzheimer’s disease. Geriatrics & Gerontology International. http://doi.org/10.1111/ggi.12696

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

geen auteurs. Treatment of Parkinson’s disease. Psychological disorders: striking a balance in order to optimise antiparkinsonian treatment. (2011). Prescrire Int, 20(120), 242–245.

Review; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Gehrman, P. R., Connor, D. J., Martin, J. L., Shochat, T., Corey-Bloom, J., & Ancoli-Israel, S. (2009). Melatonin fails to improve sleep or agitation in double-blind randomized placebo-controlled trial of institutionalized patients with Alzheimer disease. Am J Geriatr Psychiatry, 17(2), 166–169. http://doi.org/10.1097/JGP.0b013e318187de18

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Herrmann, N., Lanctot, K. L., Rothenburg, L. S., & Eryavec, G. (2007). A placebo-controlled trial of valproate for agitation and aggression in Alzheimer’s disease. Dement Geriatr Cogn Disord, 23(2), 116–119. http://doi.org/10.1159/000097757

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Herrschaft, H., Nacu, A., Likhachev, S., Sholomov, I., Hoerr, R., & Schlaefke, S. (2012). Ginkgo biloba extract EGb 761(R) in dementia with neuropsychiatric features: a randomised, placebo-controlled trial to confirm the efficacy and safety of a daily dose of 240 mg. J Psychiatr Res, 46(6), 716–723. http://doi.org/10.1016/j.jpsychires.2012.03.003

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Jansen, S. L., Forbes, D. A., Duncan, V., & Morgan, D. G. (2006). Melatonin for cognitive impairment. Cochrane Database Syst Rev, (1), Cd003802. http://doi.org/10.1002/14651858.CD003802.pub3

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Jansen, S. L., Forbes, D., Duncan, V., Morgan, D. G., & Malouf, R. (2006). Melatonin for the treatment of dementia. Cochrane Database of Systematic Reviews, 3(4). http://doi.org/10.1002/14651858.CD003802.pub3

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Kavanagh, S., Gaudig, M., Van Baelen, B., Adami, M., Delgado, A., Guzman, C., … Schauble, B. (2011). Galantamine and behavior in Alzheimer disease: analysis of four trials. Acta Neurol Scand, 124(5), 302–308. http://doi.org/10.1111/j.1600-0404.2011.01525.x

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Kennedy, J., Deberdt, W., Siegal, A., Micca, J., Degenhardt, E., Ahl, J., … Baker, R. (2005). Olanzapine does not enhance cognition in non-agitated and non-psychotic patients with mild to moderate Alzheimer’s dementia. Int J Geriatr Psychiatry, 20(11), 1020–7.

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Krishnan, S., Cairns, R., & Howard, R. (2009). Cannabinoids for the treatment of dementia. Cochrane Database Syst Rev, (2), Cd007204. http://doi.org/10.1002/14651858.CD007204.pub2

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Lebert, F., Stekke, W., Hasenbroekx, C., & Pasquier, F. (2004). Frontotemporal dementia: a randomised, controlled trial with trazodone. Dement Geriatr Cogn Disord, 17(4), 355–359. http://doi.org/10.1159/000077171

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Lockhart, I. A. A., Orme, M. E. E., & Mitchell, S. A. A. (2011). The efficacy of licensed-indication use of donepezil and memantine monotherapies for treating behavioural and psychological symptoms of dementia in patients with Alzheimer’s disease: systematic review and meta-analysis. Dement Geriatr Cogn Dis Extra, 1(1), 212–227. http://doi.org/10.1159/000330032

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Macdonald, A., Briggs, K., Poppe, M., Higgins, A., Velayudhan, L., & Lovestone, S. (2008). A feasibility and tolerability study of lithium in Alzheimer’s disease. International Journal of Geriatric Psychiatry, 23(7), 704–711. http://doi.org/10.1002/gps.1964

Trial; niet placebo-gecontroleerd.

Matsuda, Y., Kishi, T., Shibayama, H., & Iwata, N. (2013). Yokukansan in the treatment of behavioral and psychological symptoms of dementia: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Human Psychopharmacology, 28(1), 80–86. http://doi.org/10.1002/hup.2286

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Nelson, J. C., & Devanand, D. P. (2011). A systematic review and meta-analysis of placebo-controlled antidepressant studies in people with depression and dementia. Journal of the American Geriatrics Society, 59(4), 577–585. http://doi.org/10.1111/j.1532-5415.2011.03355.x

Meta-analyse, waarin de recente HTA-SADD trial nog niet was opgenomen.

Nyth, A. L., Gottfries, C. G., Lyby, K., Smedegaard-Andersen, L., Gylding-Sabroe, J., Kristensen, M., … Syversen, S. (1992). A controlled multicenter clinical study of citalopram and placebo in elderly depressed patients with and without concomitant dementia. Acta Psychiatr Scand, 86(2), 138–145.

Trial; resultaten voor subpopulatie van mensen met dementie niet gerapporteerd.

Olin, J. T., Fox, L. S., Pawluczyk, S., Taggart, N. A., & Schneider, L. S. (2001). A pilot randomized trial of carbamazepine for behavioral symptoms in treatment-resistant outpatients with Alzheimer disease. Am J Geriatr Psychiatry, 9(4), 400–405. Retrieved from http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1064748112614547

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Porsteinsson, A. P., Tariot, P. N., Erb, R., Cox, C., Smith, E., Jakimovich, L., … Irvine, C. (2001). Placebo-controlled study of divalproex sodium for agitation in dementia. Am J Geriatr Psychiatry, 9(1), 58–66. Retrieved from http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S106474811261848X

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Profenno, L. A., Jakimovich, L., Holt, C. J., Porsteinsson, A., & Tariot, P. N. (2005). A randomized, double-blind, placebo-controlled pilot trial of safety and tolerability of two doses of divalproex sodium in outpatients with probable Alzheimer’s disease. Curr Alzheimer Res, 2(5), 553–558.

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Rabinowitz, J., Katz, I., De Deyn, P. P., Greenspan, A., & Brodaty, H. (2007). Treating behavioral and psychological symptoms in patients with psychosis of Alzheimer’s disease using risperidone. International Psychogeriatrics / IPA, 19(2), 227–240. http://doi.org/10.1017/S1041610206003942

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Rabinowitz, J., & Davidov, O. (2008). A composite approach that includes dropout rates when analyzing efficacy data in clinical trials of antipsychotic medications. Schizophrenia Bulletin, 34(6), 1145–1150. http://doi.org/10.1093/schbul/sbm107

Trial; geen populatie dementie.

Rozzini, L., Chilovi, B. V., Conti, M., Bertoletti, E., Zanetti, M., Trabucchi, M., & Padovani, A. (2010). Efficacy of SSRIs on cognition of Alzheimer’s disease patients treated with cholinesterase inhibitors. International Psychogeriatrics / IPA, 22(1), 114–119. http://doi.org/10.1017/S1041610209990184

Trial; effectiviteit op depressie(ve symptomen) niet gemeten.

Seitz, D. P., Gill, S. S., Herrmann, N., Brisbin, S., Rapoport, M. J., Rines, J., … Conn, D. K. (2013). Pharmacological treatments for neuropsychiatric symptoms of dementia in long-term care: a systematic review. Int Psychogeriatr, 25(2), 185–203. http://doi.org/10.1017/s1041610212001627

MA, maar niet van antidepressiva.

Serfaty, M., Kennell-Webb, S., Warner, J., Blizard, R., & Raven, P. (2002). Double blind randomised placebo controlled trial of low dose melatonin for sleep disorders in dementia. Int J Geriatr Psychiatry, 17(12), 1120–1127. http://doi.org/10.1002/gps.760

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Singer, C., Tractenberg, R. E., Kaye, J., Schafer, K., Gamst, A., Grundman, M., … Thal, L. J. (2003). A multicenter, placebo-controlled trial of melatonin for sleep disturbance in Alzheimer’s disease. Sleep, 26(7), 893–901.

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Sommer, O. H., Aga, O., Cvancarova, M., Olsen, I. C., Selbaek, G., & Engedal, K. (2009). Effect of oxcarbazepine in the treatment of agitation and aggression in severe dementia. Dement Geriatr Cogn Disord, 27(2), 155–163. http://doi.org/10.1159/000199236

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Stinton, C., McKeith, I., Taylor, J. P., Lafortune, L., Mioshi, E., Mak, E., … O’Brien, J. T. (2015). Pharmacological Management of Lewy Body Dementia: A Systematic Review and Meta-Analysis. Am J Psychiatry, 172(8), 731–742. http://doi.org/10.1176/appi.ajp.2015.14121582

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Stotsky, B. (1984). Multicenter study comparing thioridazine with diazepam and placebo in elderly, nonpsychotic patients with emotional and behavioral disorders. Clin Ther, 6(4), 546–559.

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Tampi, R., Aziz, R., Kantrowitz, J., Wilkins, K. M., Zdanys, K., & Muralee, S. (2009). Carbamazepine and oxcarbazepine for the treatment of behavioural and psychological symptoms of dementia (BPSD). Cochrane Database of Systematic Reviews. http://doi.org/10.1002/14651858.CD007761

Protocol van meta-analyse, geen publicatie gevonden.

Tan, M. S., Yu, J. T., Tan, C. C., Wang, H. F., Meng, X. F., Wang, C., … Tan, L. (2015). Efficacy and adverse effects of ginkgo biloba for cognitive impairment and dementia: a systematic review and meta-analysis. J Alzheimers Dis, 43(2), 589–603. http://doi.org/10.3233/jad-140837

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Tariot, P. N., Erb, R., Podgorski, C. A., Cox, C., Patel, S., Jakimovich, L., & Irvine, C. (1998). Efficacy and tolerability of carbamazepine for agitation and aggression in dementia. Am J Psychiatry, 155(1), 54–61. http://doi.org/10.1176/ajp.155.1.54

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Tariot, P. N., Cummings, J. L., Katz, I. R., Mintzer, J., Perdomo, C. A., Schwam, E. M., & Whalen, E. (2001). A randomized, double-blind, placebo-controlled study of the efficacy and safety of donepezil in patients with Alzheimer’s disease in the nursing home setting. Journal of the American Geriatrics Society, 49(12), 1590–1599.

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Tariot, P. N., Raman, R., Jakimovich, L., Schneider, L., Porsteinsson, A., Thomas, R., … Thal, L. (2005). Divalproex sodium in nursing home residents with possible or probable Alzheimer Disease complicated by agitation: a randomized, controlled trial. Am J Geriatr Psychiatry, 13(11), 942–949. http://doi.org/10.1176/appi.ajgp.13.11.942

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Thompson, S., Herrmann, N., Rapoport, M. J., & Lanctot, K. L. (2007). Efficacy and safety of antidepressants for treatment of depression in Alzheimer’s disease: a metaanalysis. Can J Psychiatry, 52(4), 248–255.

Meta-analyse, waarin de recente HTA-SADD trial nog niet was opgenomen.

van den Elsen, G. A. H., Ahmed, A. I. A., Verkes, R.-J., Feuth, T., van der Marck, M. A., & Olde Rikkert, M. G. M. (2015). Tetrahydrocannabinol in Behavioral Disturbances in Dementia: A Crossover Randomized Controlled Trial. The American Journal of Geriatric Psychiatry : Official Journal of the American Association for Geriatric Psychiatry, 23(12), 1214–1224. http://doi.org/10.1016/j.jagp.2015.07.011

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

van den Elsen, G. A. H., Ahmed, A. I. A., Verkes, R.-J. J., Kramers, C., Feuth, T., Rosenberg, P. B., … Olde Rikkert, M. G. M. (2015). Tetrahydrocannabinol for neuropsychiatric symptoms in dementia: A randomized controlled trial. Neurology, 84(23), 2338–2346. http://doi.org/10.1212/wnl.0000000000001675

Trial; geen indicatie depressie(ve symptomen).

von Gunten, A., Schlaefke, S., & Uberla, K. (2015). Efficacy of Ginkgo biloba extract EGb 761 in dementia with behavioural and psychological symptoms: A systematic review. The World Journal of Biological Psychiatry : The Official Journal of the World Federation of Societies of Biological Psychiatry, 1–12. http://doi.org/10.3109/15622975.2015.1066513

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

Wang, J., Yu, J. T., Wang, H. F., Meng, X. F., Wang, C., Tan, C. C., & Tan, L. (2015). Pharmacological treatment of neuropsychiatric symptoms in Alzheimer’s disease: a systematic review and meta-analysis. J Neurol Neurosurg Psychiatry, 86(1), 101–109. http://doi.org/10.1136/jnnp-2014-308112

Meta-analyse, geen indicatie depressie(ve symptomen).

Wilcock, G. K., Birks, J., Whitehead, A., & Evans, S. J. (2002). The effect of selegiline in the treatment of people with Alzheimer’s disease: a meta-analysis of published trials. Int J Geriatr Psychiatry, 17(2), 175–183.

Meta-analyse waarin recente trials niet waren opgenomen.

Xiao, H., Su, Y., Cao, X., Sun, S., & Liang, Z. (2010). A meta-analysis of mood stabilizers for Alzheimer’s disease. J Huazhong Univ Sci Technolog Med Sci, 30(5), 652–658. http://doi.org/10.1007/s11596-010-0559-5

Meta-analyse; geen indicatie depressie(ve symptomen).

 

 

Tabel 3.2 Risico op bias van studies naar psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie 

 

Vergroot tabel

 

1. randomisatie proces

2. afwijkingen van beoogde interventie

3. ontbrekende uitkomsten

4. uitkomstmetingen

5. selectieve rapportage

6. overig

totaal aantal items zonder bias

Banerjee 2011 (sertraline)

onduidelijk

onduidelijk

wel bias

geen bias

geen bias

wel bias

2

Rosenberg 2010

onduidelijk

onduidelijk

geen bias

geen bias

geen bias

wel bias

3

Lyketsos 2003

onduidelijk

onduidelijk

geen bias

wel bias

geen bias

wel bias

2

Magai 2000

onduidelijk

onduidelijk

geen bias

geen bias

wel bias

wel bias

2

Petracca 2001

onduidelijk

onduidelijk

wel bias

onduidelijk

geen bias

geen bias

2

De Vasconcelos Cunha 2007

onduidelijk

geen bias

geen bias

onduidelijk

geen bias

wel bias

3

Reifler 1989

onduidelijk

onduidelijk

wel bias

geen bias

wel bias

geen bias

2

Fuchs 1993

onduidelijk

onduidelijk

wel bias

onduidelijk

geen bias

wel bias

1

Petracca 1996

onduidelijk

onduidelijk

wel bias

geen bias

wel bias

geen bias

2

Roth 1996

onduidelijk

onduidelijk

wel bias

onduidelijk

wel bias

wel bias

0

Banerjee 2011 (mirtazapine)

onduidelijk

onduidelijk

wel bias

geen bias

geen bias

geen bias

3

 

 Tabel 3.3. Forest plots van psychofarmaca voor depressief gedrag bij mensen met dementie

depressief_forest1.jpg

 

 depressief_forest2.jpg

 

depressief_forest3.jpg

 

depressief_forest4.jpg

depressief_forest5.jpg

Overwegingen

In dit hoofdstuk staat de volgende vraag centraal: welke psychosociale, psychologische, psychofarmaca en/of andere interventies zijn werkzaam bij depressief gedrag bij mensen met dementie? Uit de literatuurreviews bleek dat slechts zestien RCT's specifiek mensen met dementie en depressief gedrag hadden geïncludeerd.

 

Werkzaamheid
Er waren vijf RCT's over psychosociale en psychologische interventies en elf RCT's over antidepressiva. Er zijn geen RCT's gevonden over lichttherapie. Van de vijf RCT's naar psychosociale en psychologische interventies is de bewijskracht van de twee RCT's naar de effectiviteit van verschillende vormen van cognitieve gedragstherapie (CGT) het meest overtuigend. CGT blijkt, mits aangepast aan de persoon met dementie, ook bij deze groep een effectieve psychologische behandelmethode. Dit effect werd niet gevonden bij de controleconditie met een steunende gesprekstherapie. Ook bij follow-up was dit effect nog aanwezig. Er zijn geen RCT's beschikbaar over het effect op depressie van andere vormen van psychologische behandeling die effectief zijn bij ouderen zonder dementie, zoals interpersoonlijke psychotherapie (IPT) en life review. De beide RCT's naar psychologische behandeling zijn verricht bij thuiswonende mensen met dementie. Of deze behandeling ook effectief is bij mensen in zorginstellingen en met professionele verzorgenden als mediatoren, is nog niet onderzocht, maar is wel aannemelijk.


Drie RCT’s onderzochten de effecten van groepsgewijze reminiscentie, spelactiviteiten en bewegingsactiviteiten. Bij diverse activiteiten werd een positief effect gevonden op depressieve symptomen. Op grond van het beschikbare onderzoek kan nog niet worden vastgesteld wat daarbij de werkzame bestanddelen zijn. Zo werd in twee RCT's een even groot positief effect gevonden bij de groepsactiviteit die fungeerde als controleconditie als bij de interventieconditie. Sommige van de onderzochte groepsactiviteiten – mahjong en tai chi - zijn bovendien mogelijk cultureel-specifiek, waarbij het de vraag is in hoeverre deze bevindingen generaliseerbaar zijn naar niet-Aziatische mensen met dementie. Een ander aandachtspunt is dat bij reminiscentietherapie geen follow-upmeting werd verricht, terwijl bij de andere twee studies bleek dat het positief effect niet werd behouden na beëindiging van de interventie. Het beeld dat oprijst uit deze studies is dat een op de persoon afgestemd activerend programma, dat sociale interactie bevordert, het gevoel voor eigenwaarde versterkt en aansluit bij de voorkeuren en huidige mogelijkheden van de persoon met dementie, een positief effect heeft op depressief gedrag.


De bevindingen naar de effecten van psychosociale en psychologische interventies op depressief gedrag bij mensen met dementie sluiten aan bij de reguliere multidisciplinaire richtlijn voor de behandeling van depressie. Daarin wordt als basisinterventie psycho-educatie, dagstructurering en actief volgen geadviseerd, ongeacht de ernst van de aandoening of eventuele comorbiditeit. Altijd wordt gestart met psycho-educatie, waarbij individuele adviezen worden gegeven teneinde de patiënt te activeren en een gezonde leefstijl te bevorderen. Als eerste-stap-interventie kunnen patiënten kiezen uit onder meer activerende begeleiding en bewegingsactiviteiten. Psychologische behandeling vormt, indien nodig, een volgende stap. Activerende interventies blijken ook voor mensen met dementie zinvol, zo blijkt uit de gevonden studies. Enkel uitleg en advisering zal bij mensen met dementie vaak niet volstaan, omdat initiatiefname, planning en organisatie verzwakt worden door het dementieproces. Dat vraagt om stimulans en structuur van buitenaf, zoals in een ontmoetingscentrum, dagbehandeling of gestructureerd dagprogramma in een woonvoorziening. Feitelijk behoort een dergelijke ondersteuning bij de daginvulling tot de basiszorg voor mensen met dementie. De ‘Plezierige activiteiten methode’ (Nivel, 2004) en het programma ‘Doen bij depressie’ (Gerritsen, 2014) bieden een helpend kader voor het inzetten van activerende strategieën door zorgmedewerkers bij mensen met depressief gedrag in zorginstellingen.

Vanwege het belang van bewegen voor de algehele gezondheid en omdat beweegactiviteiten vaak nog tot ver in het dementieproces mogelijk blijven, blijft het van belang om (uitbreiding van) beweegactiviteiten te overwegen bij mensen met dementie, zeker als er sprake is van depressief gedrag. Psychologische behandeling kan overwogen worden als activering en structuur onvoldoende effect hebben op de depressiesymptomen.

Bij mediatieve toepassing van cognitieve gedragstherapie via mantelzorgers werd als onbedoelde ‘bijwerking’ een significante afname van depressiviteit van de mantelzorgers gevonden. Ook bij de follow-up was dit effect nog aanwezig.

 

Een mogelijke belemmerende factor bij de inzet van psychosociale interventies bij mensen met dementie met depressief gedrag, is een negatieve en contactmijdende houding die bij de depressie kan passen. Daardoor wordt activering en de inzet van professionele hulp bemoeilijkt. Dit vraagt om een zorgvuldige en geduldige opbouw van contact en vertrouwen, doorzettingsvermogen en goede gespreksvoering van betrokken hulpverleners.   

Een andere mogelijk belemmerende factor bij psychologische behandeling voor mensen van hoge leeftijd is dat zij hier vaak weinig bekend mee zijn en ervoor terug kunnen deinzen.

De beschikbaarheid van op mensen met dementie afgestemde activiteitenprogramma’s is per regio en zorginstelling verschillend. Deelname kan worden belemmerd door uitgebreide administratieve en trage indiceringsprocedures en doordat mensen niet in staat zijn of bereid zijn een eigen bijdrage te betalen.

Dit geldt ook voor de beschikbaarheid van psychologische hulp. Behandeling van depressie bij mensen met dementie vraagt om specifieke expertise op het gebied van psychologische interventies bij mensen met dementie. Deze expertise ontbreekt doorgaans in de generalistische basis-ggz en is ook nog niet in alle zorginstellingen beschikbaar.  

Weging van de evidence
Van de beschikbare RCT's naar psychosociale en psychologische interventies, is de bewijskracht van de studies naar de effectiviteit van verschillende vormen van cognitieve gedragstherapie (CGT) op depressie bij mensen met dementie het meest overtuigend. Cognitieve gedragstherapie blijkt, mits aangepast aan de persoon met dementie, bij depressie effectief, ook op langere termijn. Bij mediatieve toepassing via mantelzorgers werd als onbedoelde ‘bijwerking’ een significante afname van depressiviteit van de mantelzorgers gevonden. Ook bij de follow-up was dit effect nog aanwezig.

 

Er zijn aanwijzingen dat ook andere interventies effect kunnen hebben. In de RCT's naar de effecten van groepsgewijze reminiscentie, spelactiviteiten en bewegingsactiviteiten werd bij diverse activiteiten een positief effect gevonden op depressieve symptomen. Gezien de bevindingen verdient het aanbeveling om bij depressief gedrag bij mensen met dementie, naast de gebruikelijke psycho-educatie, dagstructurering en monitoring, een op de persoon afgestemd activerend programma op te stellen, dat aansluit bij de voorkeuren en huidige mogelijkheden van de persoon met dementie. Overweeg daarbij reminiscentietherapie, activiteitentherapie en bewegingsprogramma’s. 

In dit hoofdstuk staat de volgende vraag centraal: welke psychosociale, psychologische, psychofarmaca en/of andere interventies zijn werkzaam bij depressief gedrag bij mensen met dementie? 

De meest recente meta-analyse naar het effect van antidepressiva bij mensen met dementie laat duidelijk zien dat het effect van antidepressiva verwaarloosbaar is ten opzichte van de placebo. De grootste RCT die tot nu toe is verschenen (Banerjee, 2011), laat zien dat mensen met dementie sterk vooruitgaan met betrekking tot de depressie, echter alleen evenveel met een antidepressivum als met een placebo. Dit kan deels verklaard worden doordat er geen consensus is over de diagnostische criteria voor depressie bij mensen met dementie, en soms ook patiënten met een ‘minor depression’ worden geïncludeerd, of patiënten die aan de ruimere Olin-criteria voldoen. Het is overigens ook denkbaar dat de positieve effecten van antidepressiva en placebo’s bij mensen met dementie verklaard worden doordat tijdens een RCT frequente contactmomenten met evaluatie van de behandeling wordt aangeboden en meestal de zogeheten non-specifieke factoren (bijv. bieden van structuur en hoop, uiten van empathie, geven van uitleg) in ruime mate aanwezig zijn. Naast de medicatie wordt dus altijd een vorm van steunende en structurerende begeleiding aangeboden, die wellicht op zichzelf al effectief is. Antidepressiva zouden alleen overwogen moeten worden als sprake is van een ernstige (therapieresistente) depressie met bijvoorbeeld weigering van medicatie en vocht/voeding en een duidelijke grote lijdensdruk bij de patiënt. Omdat vermoedelijk de mensen met dementie en ernstige depressies niet in een RCT’s worden geïncludeerd en alleen bij ernstige depressies het verschil met de placebogroep klinisch relevant wordt bij niet-dementiepatiënten (Kirsch, 2008), vindt de werkgroep dat het geheel ontraden van antidepressiva te drastisch is.

Als middel van eerste keuze wordt, conform internationale richtlijnen, een SSRI geadviseerd. Binnen de groep SSRI’s is er in diverse richtlijnen enige voorkeur voor (es-)citalopram of sertraline. Bij onvoldoende verbetering is een TCA te overwegen. Richtlijnen raden vrijwel altijd TCA’s af bij mensen met dementie vanwege de grotere gevoeligheid voor cognitieve bijwerkingen. Het standpunt dat TCA’s niet aan mensen met dementie gegeven zou moeten worden, berust vooral op theoretische overwegingen; duidelijke aanwijzingen voor cognitieve verslechtering ontbreken. Indien iemand met een lichte dementie een duidelijke voorgeschiedenis heeft van meerdere (ernstige) depressies en opnieuw ernstig depressief is, of bij onvoldoende verbetering op een SSRI, dan is na consulatie van een psychiater wel te overwegen het behandelprotocol voor niet-demente ouderen te volgen. Indien een TCA wordt voorgeschreven, is nortriptyline het middel van voorkeur. De dosering hiervan moet op geleide van de serumspiegel worden bepaald, referentiewaarden 50 - 150 µg/L. Dit wordt vaak bereikt met doseringen rond de 50-75 mg.

Aangezien de diagnostiek en het vaststellen van de ernst van een depressie niet eenvoudig zijn en antidepressiva bij deze kwetsbare groep een andere effectiviteit/bijwerkingenbalans hebben, wordt geadviseerd een ouderenpsychiater in te schakelen. Bij levensbedreigende situaties zou overigens ook elektroconvulsieve therapie (ECT) overwogen kunnen worden. Het beperkte, niet gerandomiseerde onderzoek hiernaar laat positieve resultaten zien (Hausner, 2011).

Adamson, B. C., Ensari, I., & Motl, R. W. (2015). Effect of exercise on depressive symptoms in adults with neurologic disorders: a systematic review and meta-analysis. Archives of physical medicine and rehabilitation, 96(7), 1329-1338.

 

Alexopoulos, G. S., Abrams, R. C., Young, R. C., & Shamoian, C. A. (1988). Cornell Scale for Depression in Dementia. Biological Psychiatry, 23(3), 271–284.


Banerjee, S., Hellier, J., Dewey, M., Romeo, R., Ballard, C., Baldwin, R., … Burns, A. (2011). Sertraline or mirtazapine for depression in dementia (HTA-SADD): a randomised, multicentre, double-blind, placebo-controlled trial. Lancet, 378(9789), 403–411. http://doi.org/10.1016/s0140-6736(11)60830-1


Banerjee, S., Hellier, J., Romeo, R., Dewey, M., Knapp, M., Ballard, C., … Burns, A. (2013). Study of the use of antidepressants for depression in dementia: the HTA-SADD trial--a multicentre, randomised, double-blind, placebo-controlled trial of the clinical effectiveness and cost-effectiveness of sertraline and mirtazapine. Health Technol Assess, 17(7), 1–166. http://doi.org/10.3310/hta17070


Barreto P., Demougeot, L., Pillard, F., Lapeyre-Mestre, M. & Rolland, Y. (2015). Exercise training for managing behavioral and psychological symptoms in people with dementia: A systematic review and meta-analysis. Ageing Research Reviews, 24, 274-285. doi: 10.1016/j.arr.2015.09.001. Epub 2015 Sep 11. Review. PubMed PMID: 26369357.


Burke, W. J., Roccaforte, W. H., Wengel, S. P., McArthur-Miller, D., Folks, D. G., & Potter, J. F. (1998). Disagreement in the reporting of depressive symptoms between patients with dementia of the Alzheimer type and their collateral sources. The American Journal of Geriatric Psychiatry : Official Journal of the American Association for Geriatric Psychiatry, 6(4), 308–319


Cheng, S. T., Chow, P. K., Edwin, C. S., & Chan, A. C. (2012). Leisure activities alleviate depressive symptoms in nursing home residents with very mild or mild dementia. The American Journal of Geriatric Psychiatry, 20(10), 904-908.


de Vasconcelos Cunha, U. G., Lopes Rocha, F., Avila de Melo, R., Alves Valle, E., de Souza Neto, J. J., Mendes Brega, R., … Sakurai, E. (2007). A placebo-controlled double-blind randomized study of venlafaxine in the treatment of depression in dementia. Dementia and Geriatric Cognitive Disorders, 24(1), 36–41. http://doi.org/10.1159/000102570


Debruyne, H., Van Buggenhout, M., Le Bastard, N., Aries, M., Audenaert, K., De Deyn, P. P., & Engelborghs, S. (2009). Is the geriatric depression scale a reliable screening tool for depressive symptoms in elderly patients with cognitive impairment? International Journal of Geriatric Psychiatry, 24(6), 556–562. http://doi.org/10.1002/gps.2154


Fuchs, A., Hehnke, U., Erhart, C., Schell, C., Pramshohler, B., Danninger, B., & Schautzer, F. (1993). Video rating analysis of effect of maprotiline in patients with dementia and depression. Pharmacopsychiatry, 26(2), 37–41. http://doi.org/10.1055/s-2007-1014339


Gerritsen, D., Leontjevas, R., Ketelaar, N. Derksen, E. Koopmans, R. Smalbrugge, M. (2014). Databank interventies langdurende zorg: beschrijving ‘Doen bij depressie’. Utrecht: Vilans.


Hamilton, M. (1960). A rating scale for depression. Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry, 23, 56–62.


Hsu, Y. C., & Wang, J. J. (2009). Physical, affective, and behavioral effects of group reminiscence on depressed institutionalized elders in Taiwan. Nursing research, 58(4), 294-299.


Huang H. C., Chen, Y. T., Chen, P. Y., Hu, S. H. L., Liu, F., Kuo, Y. L., & Chiu, H. Y. (2015). Reminiscence therapy improves cognitive functions and reduces depressive symptoms in elderly people with dementia: A meta-analysis of randomized controlled trials. Journal of the American Medical Directors Association, 16(12), 1087-1094. doi: 10.1016/j.jamda.2015.07.010. Epub 2015 Sep 1. PubMed PMID: 26341034.


Kiosses, D. N., Ravdin, L. D., Gross, J. J., Raue, P., Kotbi, N., & Alexopoulos, G. S. (2015). Problem adaptation therapy for older adults with major depression and cognitive impairment: a randomized clinical trial. JAMA psychiatry, 72(1), 22-30..


Lyketsos, C. G., DelCampo, L., Steinberg, M., Miles, Q., Steele, C. D., Munro, C., … Rabins, P. V. (2003). Treating depression in Alzheimer disease: efficacy and safety of sertraline therapy, and the benefits of depression reduction: the DIADS. Arch Gen Psychiatry, 60(7), 737–746. http://doi.org/10.1001/archpsyc.60.7.737


Lyketsos, C. G., Sheppard, J. M., Steele, C. D., Kopunek, S., Steinberg, M., Baker, A. S., … Rabins, P. V. (2000). Randomized, placebo-controlled, double-blind clinical trial of sertraline in the treatment of depression complicating Alzheimer’s disease: initial results from the Depression in Alzheimer's Disease study. Am J Psychiatry, 157(10), 1686–1689. http://doi.org/10.1176/appi.ajp.157.10.1686


Magai, C., Kennedy, G., Cohen, C. I., & Gomberg, D. (2000). A controlled clinical trial of sertraline in the treatment of depression in nursing home patients with late-stage Alzheimer’s disease. Am J Geriatr Psychiatry, 8(1), 66–74. Retrieved from http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1064748112610008


Montgomery, S. A., & Asberg, M. (1979). A new depression scale designed to be sensitive to change. The British Journal of Psychiatry : The Journal of Mental Science, 134, 382–389.


O’Connor , D. W., Ames, D., Gardner, B., & King, M. (2009). Psychosocial treatments of psychological symptoms in dementia: a systematic review of reports meeting quality standards. International Psychogeriatrics, 21(02), 241-251.


Petracca, G. M., Chemerinski, E., & Starkstein, S. E. (2001). A double-blind, placebo-controlled study of fluoxetine in depressed patients with Alzheimer’s disease. Int Psychogeriatr, 13(2), 233–240.


Petracca, G., Teson, A., Chemerinski, E., Leiguarda, R., & Starkstein, S. E. (1996). A double-blind placebo-controlled study of clomipramine in depressed patients with Alzheimer’s disease. J Neuropsychiatry Clin Neurosci, 8(3), 270–275.

Porsteinsson, A. P., Drye, L. T., Pollock, B. G., Devanand, D. P., Frangakis, C., Ismail, Z., … Lyketsos, C. G. (2014). Effect of citalopram on agitation in Alzheimer disease: the CitAD randomized clinical trial. Jama, 311(7), 682–91. http://doi.org/10.1001/jama.2014.93


Regan B. & Varanelli, L. (2013). Adjustment, depression, and anxiety in mild cognitive impairment and early dementia: a systematic review of psychological intervention studies. International Psychogeriatrics, 25(12), 1963-1984. doi: 10.1017/S104161021300152X. Epub 2013 Oct 14. Review. PubMed PMID: 24125507.


Reifler, B. V, Teri, L., Raskind, M., Veith, R., Barnes, R., White, E., & McLean, P. (1989). Double-blind trial of imipramine in Alzheimer’s disease patients with and without depression. Am J Psychiatry, 146(1), 45–49. http://doi.org/10.1176/ajp.146.1.45


Rosenberg, P. B., Drye, L. T., Martin, B. K., Frangakis, C., Mintzer, J. E., Weintraub, D., … Lyketsos, C. G. (2010). Sertraline for the treatment of depression in Alzheimer disease. Am J Geriatr Psychiatry, 18(2), 136–145. http://doi.org/10.1097/JGP.0b013e3181c796eb


Roth, M., Mountjoy, C. Q., & Amrein, R. (1996). Moclobemide in elderly patients with cognitive decline and depression: an international double-blind, placebo-controlled trial. Br J Psychiatry, 168(2), 149–157.


Teri, L., Logsdon, R. G., Uomoto, J., & McCurry, S. M. (1997). Behavioral treatment of depression in dementia patients: a controlled clinical trial. Journal of Gerontology: Psychological Sciences, 52(4), 159-166.


Testad, I., Corbett, A., Aarsland, D., Lexow, K.O., Fossey, J., Woods, B. & Ballard, C. (2014). The value of personalized psychosocial interventions to address behavioral and psychological symptoms in people with dementia living in care home settings: a systematic review. International Psychogeriatrics 26, 1083-1098.


Thune-Boyle I.C., Iliffe, S., Cerga-Pashoja, A., Lowery, D., & Warner, J. (2012). The effect of exercise on behavioral and psychological symptoms of dementia: towards a research agenda. International Psychogeriatrics 24, 1046-1057.


Verkaik, R., van Weert, J. & Francke, A. L. (2005). The effects of psychosocial methods on depressed, aggressive and apathetic behaviors of people with dementia: a systematic review. International journal of geriatric psychiatry, 20(4), 301-314.


Williams, C. L., & Tappen, R. M. (2008). Exercise training for depressed older adults with Alzheimer's disease. Aging and Mental Health, 12(1), 72-80.

Verantwoording

In de module verantwoording is de samenstelling van de projectgroep, de gevolgde werkwijze en de gehanteerde systematiek voor richtlijnontwikkeling opgenomen.  

De richtlijn is modulair opgebouwd. Dit betekent dat in de toekomst herzieningen per module kunnen plaatsvinden. 

Nu zijn echter de verantwoording, referenties en bijlagen voor elke module gelijk en daarom verwijzen wij naar 'Verantwoording en methode'.

Dit voorkomt ook dat dezelfde informatie bij het maken van een pdf niet in elke module nodeloos terugkomt.

 

Naar de richtlijn kan als volgt verwezen worden:
Zuidema SU, Smalbrugge M, Bil WME, Geelen R, Kok RM, Luijendijk HJ, van der Stelt I, van Strien AM, Vink MT, Vreeken HL. Multidisciplinaire Richtlijn probleemgedrag bij dementie. Verenso, NIP. Utrecht 2018.

In het Engels:
Zuidema SU, Smalbrugge M, Bil WME, Geelen R, Kok RM, Luijendijk HJ, van der Stelt I, van Strien AM, Vink MT, Vreeken HL. Multidisciplinary Guideline problem behaviour in dementia. Verenso, NIP. Utrecht 2018.

In de module verantwoording is de samenstelling van de projectgroep, de gevolgde werkwijze en de gehanteerde systematiek voor richtlijnontwikkeling opgenomen.  

De richtlijn is modulair opgebouwd. Dit betekent dat in de toekomst herzieningen per module kunnen plaatsvinden. 

Nu zijn echter de verantwoording, referenties en bijlagen voor elke module gelijk en daarom verwijzen wij naar 'Verantwoording en methode'.

Dit voorkomt ook dat dezelfde informatie bij het maken van een pdf niet in elke module nodeloos terugkomt. 

In de module verantwoording is de samenstelling van de projectgroep, de gevolgde werkwijze en de gehanteerde systematiek voor richtlijnontwikkeling opgenomen.  

De richtlijn is modulair opgebouwd. Dit betekent dat in de toekomst herzieningen per module kunnen plaatsvinden. 

Nu zijn echter de verantwoording, referenties en bijlagen voor elke module gelijk en daarom verwijzen wij naar 'Verantwoording en methode'.

Dit voorkomt ook dat dezelfde informatie bij het maken van een pdf niet in elke module nodeloos terugkomt.