Kwaliteit en richtlijnen
PDF
Genereer PDF document
Behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties
tab1
tab2
tab3
tab4
Uitgangsvraag + referenties

Uitgangsvraag

Hoe dienen katheter-gerelateerde urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter behandeld te worden?

De uitgangsvraag is verdeeld in de volgende subvragen:

  1. Wat is de positie van antibiotica in de behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter?
  2. Welke antibiotica zijn het meest geschikt als eerstekeuzemiddel?
  3. Wat is de optimale duur van antibioticabehandeling?

Aanbevelingen

  • Bij koorts gedurende ≥24 uur, koude rillingen en/of een duidelijk delirium,  is een antibioticum voorschrift op basis van een mogelijke katheter-gerelateerde urineweginfectie alleen aangewezen, indien alle andere mogelijke (infectieuze en niet-infectieuze) oorzaken zijn uitgesloten en er geen sprake is van een urineretentie.

  • Verwijder of vervang de blaaskatheter voor aanvang van de behandeling van een katheter-gerelateerde urineweginfectie.

  • Neem een urinemonster - spontaan geloosd, of afgenomen uit de nieuwe blaaskatheter - voor inzetten van kweek alvorens antibiotische behandeling te starten voor een katheter-gerelateerde urineweginfectie.

  • Baseer de keus van empirische therapie bij katheter-gerelateerde urineweginfecties zo mogelijk op lokale resistentie data en/of eerdere kweekgegevens van patiënt.

  • Indien lokale resistentie data en eerdere kweekresultaten ontbreken, kan bij katheter-gerelateerde urineweginfecties gestart worden met amoxicilline/clavulaanzuur, cotrimoxazol of ciprofloxacine.
    Behandel vrouwen gedurende tien dagen en mannen veertien dagen.

  • De aanbevolen behandelduur van een katheter-gerelateerde urineweginfectie is zeven dagen voor patiënten met symptomen die snel verdwijnen en tien tot veertien dagen voor patiënten met een vertraagde respons (Hooton, 2010).

  • Stroomlijn empirische therapie zodra de kweekresultaten beschikbaar zijn en pas zo nodig het antibioticum aan.

 Algoritme-UWI-met-katheter-1.jpg

Literatuurreview

Een deel van de kwetsbare ouderen hebben een blaaskatheter, ook wel verblijfskatheter of catheter à demeure (CAD) genoemd. Hierbij is bijna altijd sprake van langdurige blaaskatheterisatie. Gemiddeld gebruikt 4,3% van de verpleeg- en verzorgingshuisbewoners een verblijfskatheter, ten tijde van opname ligt dit op 12,6% (Rogers, 2008; Cornelissen, 2010). Diagnostiek van katheter-gerelateerde urineweginfectie bij patiënten met een blaaskatheter is lastig, de vraag wanneer en hoe lang behandeld moet worden is dat evenzeer. Een katheter-gerelateerde urineweginfectie wordt behandeld als een urineweginfectie met weefselinvasie. Voor de keuze van het behandelbeleid is er weinig meer informatie dan klinische ervaring. Ook is onduidelijk hoe lang behandeld moet worden.

Literatuurconclusies

Geen GRADE

Er zijn geen studies gevonden naar de effectiviteit en bijwerkingen van antibiotica vergeleken met andere behandelmogelijkheden of afwachtend beleid in de behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter

 

Geen  GRADE

Er zijn geen studies gevonden naar vergelijking van effectiviteit van verschillende antibiotica voor behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij  kwetsbare ouderen met een blaaskatheter

 

Geen GRADE

Er zijn geen studies gevonden naar effectiviteit en bijwerkingen van verschillen in duur van antibioticabehandeling voor katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter

Er zijn geen gecontroleerde studies gevonden naar behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter.

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is er een systematische literatuuranalyse verricht naar de volgende drie wetenschappelijke vraagstelling(en):

  • Wat zijn de effectiviteit (klinische uitkomstmaten kwaliteit van leven, resolutie van klachten/klinische symptomen en recidief) en bijwerkingen van antibiotica ten opzichte van afwachtend beleid (geen antibiotica, maar mogelijk wel monitoring, analgetica en/of drinkadvies) in de behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter?
  • Wat zijn de effectiviteit (klinische uitkomstmaten kwaliteit van leven, resolutie van klachten/klinische symptomen en recidief) en bijwerkingen van verschillende antibiotica (antibioticum X vs. antibioticum Y) in de behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter?
  • Wat zijn de effectiviteit (klinische uitkomstmaten kwaliteit van leven, resolutie van klachten/klinische symptomen,  recidief) en bijwerkingen bij verschillende duur (bijvoorbeeld ≤7 dagen versus >7 dagen.) van antibiotische behandeling voor katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter?

In de databases Pubmed en Embase is op 10 augustus 2017 met relevante zoektermen in één gezamenlijke zoekactie gezocht naar primair onderzoek of systematische reviews betreffende diagnostiek én behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter. De zoekactie leverde 436 treffers op. Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie tien studies geselecteerd. Na raadpleging van de volledige tekst werden vervolgens alle tien de studies geëxcludeerd (zie exclusietabel in bijlage 1) en geen enkele studie definitief geselecteerd.

Studies naar behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter werden geselecteerd op grond van de volgende selectiecriteria:

  • Kwetsbare ouderen met een blaaskatheter (deelnemers met een verblijfskatheter verblijvend in een zorginstelling, of alle deelnemers tenminste 65 jaar of gemiddelde of mediane leeftijd van deelnemers tenminste 75 jaar);
  • Behandeling van urineweginfecties (klinische urineweginfectie, bijv. symptomatische, gediagnosticeerde of behandelde urineweginfectie);
  • Gecontroleerd onderzoek;
  • Gepubliceerd in 2003 of later (sinds voorgaande richtlijn).

De zoekverantwoording is weergegeven in bijlage 2.

Exclusietabel (exclusie na het lezen van het volledige artikel)

Auteur en jaartal

Redenen van exclusie

Flokas, 2017

Niet relevant voor beantwoorden van uitgangsvraag

Gravey, 2017

Buitenlandse studie (Frankrijk) naar verwekkers. Exclusie vanwege hoger antibioticagebruik en andere resistentiepatronen.

Naik, 2017

Implementatieonderzoek (geen beantwoording uitgangsvraag) en studiepopulatie geen kwetsbare ouderen

Llenas-Garcia, 2017

Andere studievraag

Kjolvmark, 2016

Geen patiënten met blaaskatheter

Ducharme, 2007

Geen patiënten met blaaskatheter

Armbruster, 2016

Andere studievraag

Hooton, 2010

Buitenlandse richtlijn, geen van de studies uit de onderliggende literatuurreview voldoet aan inclusiecriteria (o.a. kwetsbare ouderen)

Tenke, 2008

Buitenlandse richtlijn, geen informatie over onderliggende literatuurreview

de Cueto, 2017

Buitenlandse richtlijn, geen toegang tot informatie over onderliggende literatuurreview

Zoekverantwoording Diagnose en behandeling van urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter, uitgevoerd op 10 augustus 2017

Pubmed
("Urinary Tract Infections"[Mesh] OR "Cystitis"[Mesh] OR "Pyelitis"[Mesh] OR “Prostatitis”[Mesh] OR "urinary tract infection"[tiab] OR "urinary tract infections"[tiab] OR "bladder infection"[tiab] OR "bladder infections"[tiab] OR cystitis[tiab] OR pyelonephritis[tiab] OR pyelitis[tiab] OR pyelocystitis[tiab] OR prostatitis[tiab] OR bacteriuria[tiab] OR pyuria[tiab] OR UTI[tiab] OR Urosepsis[tiab]) NOT ("Schistosomiasis haematobia"[Mesh] OR "Pyelonephritis, Xanthogranulomatous"[Majr])

AND

Elderly [tiab] OR community-dwelling [tiab] OR geriatric [tiab] OR “mini-mental state” [tiab] OR alzheimer [tiab] OR alzheimer’s [tiab] OR alzheimers [tiab] OR mmse [tiab] OR caregivers [tiab] OR falls [tiab] OR Adl [tiab] OR Frailty [tiab] OR Gds [tiab] OR Ageing [tiab] OR elders [tiab] OR Frail [tiab] OR Mci [tiab] OR Demented [tiab] OR Psychogeriatrics [tiab] OR “cognitive impairment” [tiab] OR “postmenopausal women” [tiab] OR Comorbidities [tiab] OR “Geriatric assessment” [Mesh] OR “Frail elderly” [Mesh] OR “Cognition disorders/diagnosis” [Mesh] OR “Cognition disorders/epidemiology” [Mesh] OR “Alzheimer disease” [Mesh] OR dementia [tiab] OR ("Residential Facilities"[Mesh] NOT “Orphanages”[Mesh]) OR “Housing for the Elderly”[Mesh] OR “nursing home”[tiab] OR “nursing homes”[tiab] OR “care home”[tiab] OR “care homes”[tiab] OR “nursing care facility"[tiab] OR “nursing care facilities"[tiab] OR “residential facility”[tiab] OR “residential facilities”[tiab] OR “residential home”[tiab] OR “residential homes”[tiab] OR “residential care”[tiab] OR “aged care”[tiab] OR “Long term care”[Mesh] OR “long term care”[tiab]

AND

"Catheters"[Mesh:NoExp] OR "Urinary Catheters"[Mesh] OR "Catheters, Indwelling"[Mesh] OR Catheter*[tiab]  OR "Catheter-Related Infections"[Mesh]

Embase
'urinary tract infection'/exp/mj OR 'cystitis'/exp/mj OR 'pyelonephritis'/exp/mj OR 'prostatitis'/exp/mj OR 'bacteriuria'/exp/mj OR 'pyuria'/exp/mj OR 'urinary tract infection':ti,ab OR 'urinary tract infections':ti,ab OR 'bladder infection':ti,ab OR 'bladder infections':ti,ab OR cystitis:ti,ab OR pyelonephritis:ti,ab OR pyelitis:ti,ab OR pyelocystitis:ti,ab OR prostatitis:ti,ab OR bacteriuria:ti,ab OR pyuria:ti,ab OR UTI:ti,ab OR Urosepsis:ti,ab

AND

'Elderly':ti,ab OR 'community-dwelling':ti,ab OR 'geriatric':ti,ab OR 'mini-mental state':ti,ab OR 'alzheimer':ti,ab OR 'alzheimers':ti,ab OR 'mmse':ti,ab OR 'caregivers':ti,ab OR 'falls':ti,ab OR 'Adl':ti,ab OR 'Frailty':ti,ab OR 'Gds':ti,ab OR 'Ageing':ti,ab OR 'elders':ti,ab OR 'Frail':ti,ab OR 'Mci':ti,ab OR 'Demented':ti,ab OR 'Psychogeriatrics':ti,ab OR 'cognitive impairment':ti,ab OR 'Comorbidities':ti,ab OR 'geriatric assessment'/de OR 'frail elderly'/de OR 'cognitive defect'/de  OR 'Alzheimer disease'/de OR 'dementia':ti,ab OR 'nursing home'/de OR 'nursing home':ti,ab OR 'nursing homes':ti,ab OR 'nursing home patient'/de OR 'care home':ti,ab OR 'care homes':ti,ab OR 'nursing care facility':ti,ab OR 'nursing care facilities':ti,ab OR 'residential home'/de OR 'residential facility':ti,ab OR 'residential facilities':ti,ab OR 'residential home':ti,ab OR 'residential homes':ti,ab OR 'residential care':ti,ab OR 'aged care':ti,ab OR 'home for the aged'/de OR 'long term care'/de OR 'long term care':ti,ab

AND

('catheter'/mj OR 'urinary catheter'/exp/mj OR 'intermittent catheterization'/de OR 'indwelling urinary catheter'/mj OR 'antimicrobial urinary catheter'/mj OR catheter*:ti,ab OR 'catheter infection'/mj) AND ([dutch]/lim OR [english]/lim) [HV1] NOT ('conference abstract'/it OR 'conference review'/it) NOT ('juvenile'/exp NOT 'aged'/exp)

Overwegingen

Er zijn geen studies gevonden voor de specifieke zoekvragen met betrekking tot behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen. Om de uitgangsvragen te beantwoorden en tot aanbeveling te komen wordt gebruik gemaakt van de resultaten van de Delphi-studie, overwegingen die specifiek zijn voor katheter-gerelateerde urineweginfecties uit internationale richtlijnen en verwijzen we naar de behandeling van niet-katheter-gerelateerde urineweginfecties met weefselinvasie: zie module ‘Behandeling van urineweginfecties bij kwetsbare ouderen’.

De positie van antibiotica
In een Delphi-studie (Van Buul, 2018) concluderen (inter)nationale experts, dat antibiotische behandeling op basis van de werkdiagnose katheter-gerelateerde urineweginfectie alleen is aangewezen indien er sprake is van systemische ziekteverschijnselen. Minimale criteria voor het starten met antibiotica op verdenking van katheter-gerelateerde urineweginfectie bij een kwetsbare oudere met een blaaskatheter zijn volgens de Delphi-studie: koorts langer dan 24 uur bestaand, koude rillingen en/of een delier. Bij een delier dient wel eerst een urineretentie als mogelijke oorzaak te worden uitgesloten (zie module ‘Diagnostiek van urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter’: cystocerebraal syndroom).

Verwijderen of vervangen van de blaaskatheter en inzetten van urinekweek voor aanvang van therapie
Voor de start van een antibiotische behandeling dient de blaaskatheter verwijderd of, indien de patiënt niet zonder blaaskatheter kan, vervangen te worden (van Buul, 2018; High, 2008).

Een blaasecho (bladderscan) voor het bepalen van retentie kan helpen bij het nagaan of de blaaskatheter kan worden verwijderd. Een urinemonster ten behoeve van een urinekweek wordt zonder of via de nieuwe blaaskatheter verzameld voordat therapie wordt gestart (Hooton, 2010; High, 2008; Van Buul, 2018). Wanneer een urinemonster wordt verkregen door een oude katheter (enkele dagen of langer) geven de kweekuitslagen de bacteriën van de biofilm weer. Door het vervangen of verwijderen van de katheter voor aanvang van de therapie is het mogelijk een urinemonster te nemen dat een betere weergave geeft van de verwekkers van de urineweginfectie, de uropathogenen (Raz, 2000). Bovendien leidt het verwijderen of vervangen van de blaaskatheter voor start van de antibiotische behandeling tot betere klinische uitkomsten, het versnelt de resolutie van symptomen zoals koorts en vermindert het risico op een latere katheter-gerelateerde urineweginfectie (Hooton, 2010; High, 2008; Raz, 2000).

Middelenkeuze en duur van antibioticabehandeling
Voor orale behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties kan men, evenals bij niet-katheter-gerelateerde urineweginfecties (zie module ‘Behandeling van urineweginfecties bij kwetsbare ouderen’), op basis van lokale resistentiedata een keuze maken uit cotrimoxazol, ciprofloxacine en amoxicilline/clavulaanzuur. Wanneer lokale resistentiedata niet voorhanden zijn kan men gebruik maken van eerdere kweekgegevens van de patiënt.

Wat de behandelduur van een katheter-gerelateerde urineweginfectie betreft, adviseert de Infectious Diseases Society of America om patiënten met symptomen die snel verdwijnen zeven dagen te behandelen. Voor patiënten met een vertraagde respons adviseren zij een behandelduur van tien tot veertien dagen. Deze behandelduur is gelijk voor patiënten bij wie de blaaskatheter is verwijderd (Hooton, 2010).

Verantwoording + referenties

Verantwoording

De richtlijn is modulair opgebouwd. Dit betekent dat in de toekomst herzieningen per module kunnen plaatsvinden. 

Nu zijn echter de verantwoording, referenties en bijlagen voor elke module gelijk en daarom verwijzen wij naar 'Verantwoording en methode'.

van Buul LW, Vreeken HL, Bradley SF, Crnich CJ, Drinka PJ, Geerlings SE, Jump RLP, Mody L, Mylotte JJ, Loeb M, Nace DA, Nicolle LE, Sloane PD, Stuart RL, Sundvall PD, Ulleryd P, Veenhuizen RB, Hertogh CMPM. The Development of a Decision Tool for the Empiric Treatment of Suspected Urinary Tract Infection in Frail Older Adults: A Delphi Consensus Procedure. J Am Med Dir Assoc. 2018 Sep;19(9):757-764.

High KP, Bradley SF, Gravenstein S, Mehr DR, Quagliarello VJ, Richards C, Yoshikawa TT; Infectious Diseases Society of America. Clinical practice guideline for the evaluation of fever and infection in older adult residents of long-term care facilities: 2008 update by the Infectious Diseases Society of America. J Am Geriatr Soc. 2009;57(3):375-394.

Hooton TM, Bradley SF, Cardenas DD, Colgan R, Geerlings SE, Rice JC, Saint S, Schaeffer AJ, Tambayh PA, Tenke P, Nicolle LE; Infectious Diseases Society of America. Diagnosis, prevention, and treatment of catheter-associated urinary tract infection in adults: 2009 International Clinical Practice Guidelines from the Infectious Diseases Society of America. Clin Infect Dis. 2010;50(5):625-663.

Cornelissen MME, de Kroon SJW, Winters – Van der Meer ACM. Branchebeeld Kwaliteit 2009 Verpleging Verzorging en Zorg thuis. Achtergrondrapport, 2010.  https://www.actiz.nl/stream/p-branchebeeld-2009-achtergrond

Raz R, Schiller D, Nicolle LE. Chronic indwelling catheter replacement before antimicrobial therapy for symptomatic urinary tract infection. J Urol 2000;164:1254–1258.

Rogers MA, Mody L, Kaufman SR, Fries BE, McMahon LF Jr, Saint S. Use of urinary collection devices in skilled nursing facilities in five states. J Am Geriatr Soc. 2008;56(5):854-861.