Thema's en projecten

Ervaringen van uw bestuurder in het Zuiden des Lands


Het coronavirus vraagt intens veel van ons, op allerlei vlakken. Op sociaal vlak is afstand houden de norm, terwijl we zo aan nabijheid hechten. We werken als artsen, in het Zuiden des Lands, op afstand van de afdelingen, terwijl ik meer dan normaal de behoefte aan connectie voel. ‘Mijn team’ is plots ver weg, terwijl ik samen met hun wil acteren. Ik wil niet alleen mijn waardering uitspreken, maar ze laten voelen dat ze niet alleen zijn. We hebben afgesproken, conform de richtlijnen van onder andere het RIVM en Verenso, dat artsenvisites in eerste instantie telefonisch worden verricht. Alleen noodzakelijke overleggen mogen doorgang vinden en dat is inmiddels ook alweer herzien. 

Kernwaarden van een goede dokter

Groeit de behoefte aan ‘connectie’ door de oneigenlijke situatie waar we als dokters in terecht gekomen zijn?  Van ‘beschouwen, praten, observeren en inter-acteren’ in een keer naar ‘alleen maar  interventiezorg en strikte ‘social distancing’. En alleen als het echt nodig is mag men de patiënt zien. Dat maakt me plots een andere dokter en dat voelt als tekort schieten naar ‘mijn team’. Maar ondertussen beleven we ook een tijd waarin de kernwaarden van een goede dokter zijn weer realiteitswaarde heeft. Zo gaat patiëntenzorg voor en moeten we binnen de voorschriften creatief zijn. Het werkelijke belang van ons handelen waar iedere arts door geleid wordt.

Ik geloof dat dit en de loyaliteit in onze artsenclub en bij collegae in andere zorgregio’s me nog het meest beroerd. We lopen een onbekende weg, achtervolgd door een onbekende dreiging, zonder  te weten hoe lang het nog duurt en wat ons nog te wachten staat. Maar iedereen straalt de overtuiging uit dat, als we het samen doen, het goed gaat komen.

Naastenliefde

Medisch Contact opent een vacatureplatform vanwege de vraag naar zorgpersoneel. ZBVO detacheert collegae naar een regionale Corona-unit, mede dankzij de welwillende coöperatie van aangesloten organisaties. Onze premier toont zich een staatsman, door ons te steunen en te troosten en ons te vragen ‘op elkaar te letten’. De psychologen in onze organisatie verleggen de aandacht naar ‘mental support’ voor het personeel. Bredase supporters tonen hun bewondering voor ‘hun helden’ in de lokale ziekenhuizen en heel Nederland applaudisseert voor iets wat jaren ‘in het verdomhoekje’ heeft gezeten. Een assistent bij ons in huis doneert de beschermingsbrillen uit de winkel van haar echtgenoot om dit tekort in een verpleeghuis te aan te vullen. Onderzoekers en geneeskundestudenten die hun focus verleggen naar helpen in laboratoria en in verpleeg- en ziekenhuizen. Naastenliefde en je bekommeren is een deugd. Ik heb het altijd geweten.

Onbegrepen pandemie

De discussie over een ‘totale lock-down’ versus een ‘gedoseerde  besmettingsstrategie’ kan pas na afloop van deze crisis beslecht worden. We weten het gewoon niet met dit ‘nieuwkomer-virus’. Het boek van Coutinho (net op de markt! ‘Epidemieën en pandemieën’) helpt maar deels. Ook als je naar andere pandemieën terugkijkt moet je concluderen: “We weten het eigenlijk niet”. Dit Corona-virus is een nieuwkomer die we eerst moeten leren kennen.

Wat we wel weten is dat eenzelfde onbegrepen pandemie (De Spaanse griep van 1918-1919) even snel verdween als dat ze verscheen. Maar ook dat deze pandemie zich in eerste termijn mild aan ons voorstelde, maar bij een tweede ‘golf’ veel schadelijker bleek. Het virus had vanaf het voorjaar  tot het najaar 1918 kennelijk diverse mutaties ondergaan. Dat moet ons waarschuwen denk ik. Daarbij hopende dat we tussen deze eerste Corona-golf en een mogelijke volgende een goede remedie gevonden hebben. 

Dit ‘Spaanse griep- scenario’ doet ons wel meer begrijpen over de maatregelen die de overheid in samenwerking met deskundigen heeft gemaakt. Een lockdown, ofwel een totale vergrendeling  in begrijpelijk Nederlands, biedt geen garanties voor de nabije toekomst. Een keuze voor een ‘gedoseerde besmettingsstrategie’  kan dan aanvaardbaar zijn. Maar voor de opbouw van ‘community immuniteit’ moeten we wel weten wat de virulentie van het virus is. Goede en strikte  hygiëne, zoals die nu gepropageerd wordt, en ‘social distancing’ is dus meer ‘mijn ding’ in de acute aanpak van het probleem. Een hele sociaal-maatschappelijke structuur en samenleving platgooien met een ‘totale vergrendeling’  geeft, terwijl het virus al volop onder ons is, secundaire belastingen voor de kwetsbaren (tekort aan toezicht, verminderde professionele ondersteuning en mantelzorg etc.), waarvan we de risico’s niet kunnen overzien. Het dwingt artsen/deskundigen bij de weging van adviezen dus naar de context van patiënten te kijken. Iets wat wij als specialisten ouderengeneeskunde gewend zijn te doen.

Mathieu Prevoo
Bestuurder Wetenschap en Opleiding