Kwaliteit en richtlijnen
PDF
Genereer PDF document

Rol van de specialist ouderengeneeskunde op het gebied van infectiepreventie en antibioticaresistentie

Achtergrond, doel en definities

Binnen langdurige zorginstellingen verblijven kwetsbare patiënten, die vatbaar zijn voor infectieziekten en infecties door resistente bacteriën. Het is belangrijk dat infectieziekten zoveel mogelijk worden voorkomen, omdat deze belastend zijn voor de patiënt en omdat veelvuldig en inadequaat behandelen met antibiotica tot resistentie kan leiden. Antibioticaresistentie is een wereldwijd probleem dat aangepakt moet worden, omdat resistentie tot gevolg heeft dat infecties moeilijker of niet meer behandeld kunnen worden. Voor de gezondheid van de individuele patiënt en voor het beperken van antibioticaresistentie, zijn adequaat infectiepreventie-, uitbraak- en antibioticabeleid van belang. Hoewel de Nederlandse gezondheidszorg het relatief goed doet op het gebied van infectiepreventie en antibioticaresistentie, zijn verbeteringen mogelijk. 

Er zijn veel ontwikkelingen gaande op het gebied van infectiepreventie en antibioticaresistentie in de langdurige zorg. Voorbeelden hiervan zijn het programma ‘Aanpak van antibioticaresistentie in verpleeghuizen’ en de opzet van tien Regionale Zorgnetwerken Antibioticaresistentie. Binnen het programma ‘Aanpak van antibioticaresistentie in verpleeghuizen’ wordt aandacht besteed aan hygiëne en infectiepreventie binnen verpleeghuisorganisaties en aan adequaat gebruik van antibiotica. De Regionale Zorgnetwerken Antibioticaresistentie zijn regionale samenwerkingsverbanden met als doel antibioticaresistentie te beperken en verspreiding te bestrijden op regionaal niveau. In elk netwerk moet een specialist ouderengeneeskunde in een regionaal coördinatieteam vertegenwoordigd zijn. Voor de meeste zorgnetwerken is dit inmiddels geëffectueerd.

De specialist ouderengeneeskunde, de deskundige infectiepreventie en de arts-microbioloog bieden samen de benodigde inhoudelijke expertise op het gebied van infectiepreventie en antibioticaresistentie binnen de organisatie. De specialisten ouderengeneeskunde zijn echter veelal als enige van deze deskundigen voortdurend aanwezig in het verpleeghuis, waardoor in de praktijk de verantwoordelijkheid met name bij hen ligt. Voor de specialist ouderengeneeskunde is dan ook een duidelijke (regie)rol weggelegd bij infectiepreventie-, uitbraak- en antibioticabeleid. Het gaat bijvoorbeeld om het voorschrijven en toepassen van de juiste infectiepreventiemaatregelen, het gericht voorschrijven van antibiotica en het motiveren en instrueren van zorgprofessionals, patiënten en mantelzorgers om (de juiste) infectiepreventiemaatregelen toe te passen. Daarnaast heeft de specialist ouderengeneeskunde een voorbeeldfunctie en adviseert hij/zij het bestuur over het terugdringen van infectiepreventie en antibioticaresistentie.

Doel
Deze handreiking heeft tot doel een bijdrage te leveren aan het beperken van de kans op overdacht van (resistente) micro-organismen en aan adequaat gebruik van antibiotica bij kwetsbare ouderen, en daarmee aan het beperken van antibioticaresistentie. De handreiking tracht hieraan bij te dragen door het beschrijven van de verantwoordelijkheden en taken van de specialist ouderengeneeskunde op de thema’s infectiepreventie-, uitbraak- en antibioticabeleid en het beschrijven van de benodigde randvoorwaarden.

Gebruikers en afbakening
De beoogde gebruikers van deze handreiking zijn (vakgroepen van) specialisten ouderengeneeskunde die werkzaamheden verrichten als hoofdbehandelaar in een intramurale setting. De handreiking kan daarnaast als basis dienen voor de invulling van de rol van de specialisten ouderengeneeskunde bij infectiepreventie en antibioticaresistentie binnen andere settings.

De handreiking richt zich niet op een beschrijving van het beleid op de genoemde thema’s omdat dit de inhoud van het beleid betreft en niet de rol van de specialist ouderengeneeskunde. Lokaal moeten de vakgroep van specialisten ouderengeneeskunde en andere betrokkenen een passende invulling geven aan de verantwoordelijkheden en taken.

In deze handreiking wordt geen aandacht besteed aan de verantwoordelijkheden en taken van andere zorgprofessionals in de langdurige zorg (zie Verantwoording en methode). Wel wordt de verantwoordelijkheid van het bestuur voor het faciliteren van de randvoorwaarden genoemd. Daarnaast wordt aangegeven met welke disciplines samengewerkt kan worden op de genoemde thema’s. Hoewel een aantal taken van de Regionale Zorgnetwerken Antibioticaresistentie binnen de thema’s van deze handreiking valt, is ervoor gekozen de rol van de specialist ouderengeneeskunde in de zorgnetwerken niet te omschrijven. De zorgnetwerken zijn nog nieuw en daardoor is de rol van de specialist ouderengeneeskunde in deze netwerken nog niet volledig ontwikkeld.

Adequaat gebruik: Het voorschrijven van de juiste antibiotica bij een juiste indicatie in de juiste dosering en voor de juiste duur, zoals beschreven in landelijke richtlijnen.

Afgevaardigde van de vakgroep: Een of meerdere specialist(en) ouderengeneeskunde die is/zijn gemandateerd om de vakgroep (zie hieronder) te vertegenwoordigen. Eventueel kan hier gemotiveerd en gedocumenteerd van afgeweken worden door iemand af te vaardigen met een andere functie (bijvoorbeeld een verpleegkundig specialist of basisarts).

Algemene infectiepreventiemaatregelen: Maatregelen die altijd moeten worden toegepast om de kans op overdracht van (resistente) micro-organismen te verkleinen en daarmee de kans op een infectie en dragerschap van resistente micro-organismen. Het betreft maatregelen op het gebied van persoonlijke hygiëne, handhygiëne, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, voorkomen van accidenteel bloedcontact, reiniging en desinfectie, urinelozing en stoelgang en opslag van (steriele) medische hulpmiddelen.

Antibiotic Stewardship (ABS): Een intramurale, multidisciplinaire samenwerking om goed antibioticagebruik te bevorderen en onjuist gebruik af te laten nemen, met als doelen verbetering van de patient outcome, beheersing van antibioticaresistentie en verbetering van de kosteneffectiviteit van de behandeling. Zie voor meer informatie over uitgangspunten van ABS het rapport ‘Advies aangaande het restrictief gebruik van antibiotica en het invoeren van antibioticateams in de Nederlandse ziekenhuizen en in de Eerste lijn’ en de richtlijn ‘SWAB guidelines for antimicrobial stewardship’ van de SWAB. In de handleiding van de ZZG-zorggroep over ABS in het verpleeghuis staat meer informatie over het initiëren van ABS binnen een organisatie.

Bijzonder resistente micro-organisme (BRMO): (Pathogene) micro-organismen die ongevoelig zijn voor de meest geëigende (dus eerste keus) antibiotica of tegen een combinatie van therapeutisch belangrijke antibiotica en die zonder aanvullende maatregelen tot verspreiding kunnen leiden.1 Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) is het meest bekende voorbeeld van een BRMO en wordt gezien zijn specifieke karakteristieken vaak specifiek benoemd. Zie de WIP-richtlijnen BRMO en MRSA voor meer informatie over de invulling van het beleid ten aanzien van BRMO en MRSA.

Optionele taken: Dit zijn taken die een specialist ouderengeneeskunde op zich kan nemen als extra taak. Het zijn geen taken die expliciet bij de specialist ouderengeneeskunde horen, maar wel dicht bij de expertise van de specialist ouderengeneeskunde liggen. In de hoofdstukken zijn, indien van toepassing, de optionele taken apart weergegeven.

Organisatie-gebonden protocollen: Lokale protocollen die afgeleid zijn van landelijke richtlijnen en aangepast zijn voor de organisatie.

SO-ZI/AMR: Signaleringsoverleg Ziekenhuisinfecties & Antimicrobiële resistentie. Bij het SO-ZI/AMR kan melding gemaakt worden van BRMO uitbraken ten behoeve van surveillance en om in aanmerking te komen voor vergoeding van de kosten van de uitbraak. Deze melding kan gedaan worden door een arts. Zie de website van het SO-ZI/AMR (https://signalen.rivm.nl/so-zi-amr) voor meer informatie en de meldingsprocedure.

Specifieke infectiepreventiemaatregelen: Het betreft hygiëne en infectiepreventiemaatregelen die zijn afgestemd op een specifieke ziekteverwekker en die aanvullend zijn op de algemene infectiepreventiemaatregelen. Dit zijn maatregelen die moeten worden toegepast om de kans op overdracht van (resistente) micro-organismen te verkleinen en daarmee de kans op een infectie en dragerschap van resistente micro-organismen verkleinen.

Uitbraakmaatregelen: Worden toegepast als sprake is van (een verdenking op) een uitbraak. Uitbraakmaatregelen bestaan, naast de algemene infectiepreventiemaatregelen, uit specifieke infectiepreventiemaatregelen op patiëntniveau en infectiepreventiemaatregelen op organisatorisch niveau. Organisatorische maatregelen zijn bedoeld om verspreiding van micro-organismen, tussen zieke en niet-zieke patiënten/zorgprofessionals en besmette en niet-besmette afdelingen, te voorkomen. Voorbeelden zijn het niet uitwisselen van zorgprofessionals tussen een afdeling met een uitbraak en andere afdelingen en de inzet van cohortering.

Uitbraak, verdenking op: Van verdenking op een uitbraak is sprake als bij een ongewoon aantal patiënten/zorgprofessionals per afdeling/unit sprake is van dezelfde infectieziektespecifieke symptomen of van verdenking op transmissie van BRMO-dragerschap.

Uitbraak: De definitie voor het vaststellen van een uitbraak verschilt per ziektebeeld/micro-organisme. Voor de specifieke definities verwijzen we naar de richtlijnen van specifieke micro-organismen/infectieziekten. Gemeenschappelijk kenmerk is dat van een uitbraak sprake is wanneer bij verschillende patiënten micro-organismen gevonden worden met een epidemiologische link. Een epidemiologische link wil zeggen dat het gaat om stammen die in eenzelfde tijdsperiode en/of eenzelfde locatie aangetroffen worden en, indien van toepassing, op basis van typering (waarschijnlijk) tot dezelfde kloon behoren.1

Vakgroep: Samenwerkingsverbanden van, al dan niet door het bestuur aangestelde, in de instelling werkzame specialisten ouderengeneeskunde, basisartsen (al dan niet in opleiding) en eventueel taakgedelegeerden (zoals verpleegkundig specialist en physician assistant). In deze handreiking wordt het begrip vakgroep breder gehanteerd dan in het Professioneel statuut van Verenso.2

1. WIP-richtlijn ‘BRMO verpleeghuizen, woonzorgcentra en voorzieningen voor kleinschalig wonen voor ouderen’, Werkgroep Infectie Preventie 2014

2. Professioneel statuut vakgroep specialisten ouderengeneeskunde, Verenso 2016.